Talladega Nights :: The Ballad of Ricky Bobby




‘Sterf, Will Ferrell, sterf.’ Zo vatte mijn collega zijn niet zo
geheime gevoelens voor meneer Ferrell samen in zijn stoutmoedige
bespreking van ‘Elf’. Niet dat ik de good cop, bad cop wil
spelen, maar van mij moet Will Ferrell nog niet onmiddellijk
geëxecuteerd worden. In het ergste geval zou ik ‘m een paar kletsen
rond zijn oren geven omdat hij wel eens hemelstergend luid durft te
roepen. Naast zijn opvallend ingehouden (voor zijn doen toch)
vertolking in ‘Melinda & Melinda’ heeft de brulaap me ook
aardig laten schuddebuiken met het even onnozele als hilarische
‘Anchorman: The Legend of Ron Burgundy’. Weinig subtiele nonsens
waarin Ferrell en co. de jaren zeventig-cultuur met veel
enthousiasme over het knietje legden. Van hetzelfde team wordt nu
‘Talladega Nights’ in het wild losgelaten en deze keer moet de
racecultuur eraan geloven. Het resultaat is minder geïnspireerd dan
hun voorganger, maar er passeren nog net genoeg komische
hoogtepunten en uitzinnige absurditeiten om deze ‘Anchorman op
wielen’ onder de noemer silly fun te klasseren.

Will Ferrell speelt Ricky Bobby, geboren op de achterbank van
een raceauto, en sindsdien geobsedeerd door één ding: racen voor
zot en alleen tevredenheid nemen met de eerste plaats. Op een dag
krijgt Ricky de kans om zich te bewijzen als piloot en in een mum
van tijd groeit de malloot uit tot de grootste vedette van het
NASCAR-circuit. Samen met zijn trofeevrouwtje, zijn beste vriend
(John C. Reilly die zich ongegeneerd belachelijk durft te maken) en
zijn twee zonen, Walker en Texas Ranger (gniffel) geniet hij van
een luxeleventje dat volledig gefinancierd wordt door endorsement
(hij is zelfs verplicht om een sponser te vermelden in een
dankgebed). Tot de homoseksuele Franse Formule Euhn-piloot Jean
Girard (Sacha Baron Cohen die alweer een hilarisch stereotypetje
uit zijn politiek incorrecte mouw weet te schudden) ten tonele
verschijnt en de eerste plaats van Ricky inneemt. Met de hulp van
zijn pa (Gary Cole) en baby Jezus (Ricky Bobby moet niets weten van
de volwassen behaarde Jezus) begint hij aan een comeback, want als
je niet eerste bent, dan ben je laatste… of tweede, derde, vierde
en misschien zelfs vijfde, aldus de vader van Ricky Bobby.

Net zoals de vorige samenwerking van McKay en Ferrell is
‘Talladega Nights’ een ‘domme’ komedie die intelligenter is dan hij
laat uitschijnen. Ja, er worden belachelijk uitvergrote karikaturen
gebruikt en de helft van de tijd staan de acteurs al improviserend
uit hun nek te lullen, maar er schuilt ook wat (knuffel)satire en
parodiërende kritiek achter de onnozelheden die all over the
place
worden uitgesmeerd. Er worden steken gegeven naar de
allesoverheersende commercialisering van NASCAR (een echte
reclameonderbreking tijdens de finale race is briljant in al zijn
schaamteloosheid), de Amerikaanse obsessie met winnen en natuurlijk
de redneck-mentaliteit die zich met de komst van een gay
Frenchie
manifesteert in bekrompen xeno-en homofobie. ‘The
room is starting to spin… because of the gayness’
pruttelt
Ricky Bobby na een ontmoeting met zijn Franse rivaal. De humor is
Amerikaans en durft wel eens plattekes over te komen, maar
gaat steeds gepaard met een gezonde dosis zelfspot en relativering,
en zoiets werkt vanzelfsprekend in het voordeel van de makers.

Narratief gezien is het een heel pak minder. Wat we in feite
krijgen is een collage aan sketches die elkaar, grotendeels, aan
een hoog tempo opvolgen. Sommige zijn grappig (Ricky die denkt dat
hij verlamd is en een mes in zijn been ramt om het te bewijzen),
sommige zijn flauw (de tafelscène duurt véél te lang), sommige zijn
hilarisch (drie vierde van de confrontaties met Sacha Baron Cohen)
en dan zijn er toch ook een handvol die gewoon te bizar, te droog
of te what the fuck (die poema!) zijn om nog te werken. De
film heeft dus niet alleen een onsamenhangende en tempovertragende
verhaallijn, maar valt ook regelmatig stil omdat de moppen niet
vliegen. Daarnaast wordt het middenstuk geplaagd door een serieuze
dip (verzoening met zijn pa, leren dat nummer één niet het
belangrijkste is, bla bla bla) die eigenlijk veel te saai is in
vergelijking met de uitzinnige en spontane fratsen die er aan
vooraf gaan. Improviseren en originele nonsens verzinnen kunnen
McKay en Ferrell wel, maar een volwaardig verhaal uitwerken om het
gelul aan op te hangen? No way.

Gelukkig valt of staat dit soort ongein niet met een ‘degelijk
verhaal’, maar met de deadpan-humor van Ferrell (love it or
hate it)
en zijn kompanen. En daar durven ze wel eens prijs te
hebben. John C. Reilly moet bijvoorbeeld zeker niet onderdoen in
het verkopen van zever in pakskes en zijn buddy-act
(Shake ‘n Bake!) met Ferrell werkt aanstekelijk genoeg om
de grijns er tot het einde van de film in te houden. Ferrell zelf
is ook op aardig op dreef als Ricky Bobby (al was Ron Burgundy
stukken grappiger) en zuigt voldoende quotes en oneliners uit zijn
duim om de fans zoet te houden tot zijn volgende vehikel. Maar het
is een Brit (of is het een Kazak?) die met de meeste scènes gaat
lopen. Na de sensatie ‘Borat’ laat Baron Cohen ook hier zien dat
hij heer en meester is van de foute typetjes. Zijn Jean Girard gaat
er zo ver over dat je het bijna een postmoderne karikatuur kan
noemen. Hij is Frans (hij mompelt met een grensverleggend fake
accent), homoseksueel (hij fokt gay paarden), drinkt
machiatto en leest Camus achter het stuur van zijn racewagen, en
draagt kledij alsof hij net uit een nouvelle vague-film is komen
wandelen. Let op, hij blijft grappig net omdat hij niet constant in
beeld is, maar wanneer hij dan toch passeert is het vaak een giller
(zijn introductie op een jazzy deuntje van Charlie Parker is een
blijvertje). En met zijn ‘Hakuna Matata bitches’ heeft de
legendarische ‘Como estan bitches’ uit ‘Anchorman’ ook een
waardige opvolger gekregen.

‘Talladega Nights’ is één grote, (te) lange uitgesponnen grap
die liefhebbers van het genre (‘Zoolander’, ‘Dodgeball’) zeker zal
kunnen bekoren, maar de mensen die in Will Ferrell niets anders
zien dan een irritant en tierend groot kind wachten beter op zijn
iets minder hysterische optreden in het Kaufmaneske ‘Stranger than
Fiction’. Ondertussen ga ik ‘Anchorman’ nog eens in de dvd-speler
schuiven om wat afternoon delight op te snuiven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =