Goldfinger

‘Dr No’ was
een ietwat voorzichtige aanloop naar de rest van de serie, ‘From Russia With Love’
een redelijk atypische (zij het ook redelijk geslaagde) poging van
de filmmakers om James Bond in een serieuze spionageplot te
plaatsen. Het was echter met ‘Goldfinger’, uitgebracht in 1964, dat
alle ingrediënten op hun plaats vielen. De Bondfilm is in wezen nog
steeds niet veranderd sinds toen: we krijgen voor het eerst een
song tijdens de titelsequens (gezongen door Shirley Bassey, zij
wiens stemgeluid trommelvliezen en cement kan doen barsten), voor
het eerst wordt Bond onderworpen aan een veel te omslachtige
moordpoging door een slechterik die hem veel beter simpelweg zou
neerschieten en voor het eerst is een Bondfilm tot aan de rand
gevuld met het soort van tongue in cheek humor dat een
superspion toestaat om rond te zwemmen in een duikerspak met een
nepeend op z’n kop. Gecombineerd met al de elementen die eerder al
werden geïntroduceerd in de eerste twee films, zorgt dat voor dé
archetypische Bondfilm.

‘Goldfinger’ bevat waarschijnlijk het grootst aantal klassieke
James Bond-momenten van alle individuele afleveringen in de reeks.
De beroemde bijna-castratie van Bond met een laserstraal, het
meisje dat wordt gedood door haar hele lichaam met goudverf te
bedekken, de schoenhiel waarin Bond een zendertje verstopt,
slechterik Oddjob met z’n dodelijke hoed en uiteraard Bondgirl
Honor Blackman, die de onwaarschijnlijke naam Pussy Galore meekreeg
en daarmee een glorierijke traditie van excentrieke vrouwennamen
definitief op gang trok. Hoewel Honey Rider, Ursula Andress’ naam
in ‘Dr No’, ook
kan tellen wat dat betreft.

Het zijn die momenten die mensen zich herinneren, niet het
verhaal. In ‘Goldfinger’ krijgt Bond de opdracht om goudhandelaar
en paardenfokker Auric (Auric, or, goud, snapt u ‘m?)
Goldfinger te schaduwen. De man wordt verdacht van smokkel, maar
eens Bond zich in zijn zaakjes gaat moeien, blijkt dat hij met nog
veel sinistere plannen rondloopt. Goldfinger spant samen met
Chinese snoodaards om een aanval op Fort Knox te organiseren.

Waar de vorige films op z’n minst nog een poging ondernamen om
het contact met de werkelijkheid te onderhouden, gooit ‘Goldfinger’
elke vorm van plausibiliteit willens en wetens overboord, al
tijdens de pre-credit sequence. Regisseur Guy Hamilton nam
het hier over van Terence Young, en introduceert een andere sfeer
in de Bondfilms, één die vanaf dat moment bepalend zou worden voor
de hele reeks. De filmmakers werden zich met ‘Goldfinger’ zelf
bewust hoe onnozel hun verhalen eigenlijk waren, en begonnen een
spelletje te spelen met het publiek, waarbij ze constant knipoogjes
gaven – “kijk eens hoe gek wij het durven maken”. In die tijd sprak
men nog niet van postmodernisme in de cinema, en als men het wel
deed, dan hadden ze het vrijwel uitsluitend over onbegrijpelijke
experimentele zwart-witfilms uit de Balkan of uit Rusland. Maar dat
is in feite wél wat ‘Goldfinger’ is: het is een film die wéét dat
het een film is, en bijzonder veel plezier en vrijheden put uit die
wetenschap. Wat ‘Scream’ een dikke dertig jaar later deed met het
horrorgenre, is wat ‘Goldfinger’ in ’64 deed met de spionagefilm:
het werd een soortement parodie, waarbij de kijker werd betrokken
in een uitgebreide filmische grap en de regels van het genre met
een glimlach werden omgebogen. Maar net zoals ‘Scream’ toen het
erop aan kwam wél nog steeds spannend en griezelig was, is
‘Goldfinger’ ook nog steeds een goed geconstrueerde spionagefilm.
Een genre mild bespotten terwijl je er tegelijk een mooi voorbeeld
van maakt: dàt is een prestatie.

Die humor komt het meest tot uiting in de introductie van de
relatie tussen Bond en Q, (Desmond Llewelyn) die hier voor het
eerst zijn klassieke rol mag spelen als technisch genie, moegetergd
door Bonds gevaarlijke fratsen. Waar ‘From Russia With Love’
het nog bij een multifunctioneel attachékoffertje hield (mes,
gasbommetje, u kent dat wel), krijgen we hier de beroemde Aston
Martin met machinegeweren, radar en schietstoel. Al wie bij de
laatste paar Bondfilms kloeg over product placement, mag
hier trouwens eens naar kijken – de verkoop van Aston Martins
swingde de pan uit eens ‘Goldfinger’ was uitgekomen. Commerciële
films zijn altijd handel geweest, en in het geval van de Bondfilms
heeft dat niet geduurd tot in de jaren negentig.

Nog voorbeelden van het toenemende belang van humor in de film,
zijn de one-liners die steeds vaker opduiken. Dit was al aanwezig
in ‘Dr No’,
waarin Bond na een autoachtervolging neerkijkt op het wrak van zijn
vijanden en zegt: ‘I think they were on their way to a
funeral’,
maar hier wordt dat nog eens op een hoger plan
getild. Bond elektrocuteert een vijand, steekt doodgemoedereerd z’n
pistool in z’n holster en zegt: ‘Shocking. Positively
shocking.’
Met een scheve blik op Pussy Galores boezem geeft
hij de commentaar: ‘You’re a woman of many parts, Pussy.’
En mijn favoriet is zijn woordenwisseling met Goldfinger: ‘Do
you expect me to talk?’
Goldfingers antwoord: ‘No, Mr
Bond, I expect you to die!’
Zowat elke volgende Bondfilm zou
gelijkaardige teksten gebruiken.

‘Goldfinger’ is de film waarin de Bondreeks z’n definitieve toon
vond, z’n definitieve vorm. En die vorm is behoorlijk absurd als je
de fout maakt om er ook maar even logisch over na te denken.
Tijdens één scène zien we hoe Goldfinger de verzamelde gangsters
van Amerika heeft bijeen gebracht in zijn biljartzaal om hen zijn
Fort Knox-plan uit te leggen. De ramen worden automatisch
geblindeerd, een foto van Fort Knox verschijnt aan de wand, de
vloer opent en een maquette rijst naar boven. Goldfinger doet z’n
uitleg, verlaat vervolgens de kamer en vergast de aanwezige
mafiosi. Als hij ze dan toch meteen ging vermoorden, zeg ik dat de
bouw van die uitgebreide presentatie verloren geld is geweest, maar
hey – het publiek moet toch ook weten wat er gaande is? Sommige
latere films zouden nog proberen om de onzinnigheid die in deze
aflevering wordt geïntroduceerd terug te schroeven, andere (zeker
die met Roger Moore), zouden zich erin wentelen. Welke aanpak je
verkiest, is een kwestie van smaak (en iedereen die beweert dat je
over smaak niet kan twisten, is een idioot). Maar wat je er ook van
vindt, ‘Goldfinger’ is zonder meer hét scharniermoment in de reeks
geweest. Wat mij betreft, verkies ik de meer realistische Bond,
vooral omdat de waanzin van films als ‘Goldfinger’ al heel snel
wegzakt in doodeenvoudige onnozelheid zonder de toegevoegde
intelligentie die je hier terugvindt (kijk maar eens naar de
gemiddelde Moore-aflevering). Maar evengoed valt deze niet te
missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + drie =