Trentemoller :: The Last Resort

Voor artiesten met muzikale schizofrenie hebben we altijd al een
boon gehad. Hoe Julie Christmas als een dolgedraaide Gollem
ijzingwekkend gekrijs afwisselt met dreigend gesis en melodieuze
smeekbeden, vinden we veel interessanter dan cleane Snow
Patrol-zang met een schrijnend gebrek aan spanning. Diezelfde
voorspelbaarheid die de dance-wereld verziekt, heeft met
Trentemoller zijn perfecte tegengif gevonden. De Dr. Jekyll in
Anders Trentemoller brouwt onweerstaanbare remixen (o. a. van The
Knife en Röyksopp) terwijl zijn Mr. Hyde net ‘The Last Resort’
heeft uitgebracht: een dromerige, feeërieke trip door poëtische
Boards of Canada-landschappen en hippe undergroundkelders waar zich
een nieuw, subtiel geluid roert. De wijze waarop Trentemoller
fijnzinnige, organische elektronica laat samenvloeien met dansbare
clubgeluiden is haast even indrukwekkend als de legering van soul
en noise die TV on the Radio weet te smeden. In een open plek in
een Deens woud vinden de betovering van het Leaf-label en het
hypnotische van minimal elkaar en het resultaat is zonder meer
fantastisch!

Bij het beluisteren van ‘The Last Resort’ denk je niet aan een
kille, mechanische nachtmerrie voor epilepsielijders met kapotte
TL-lampen als stroboscoop. Onder invloed van de soundscapes van
Trentemoller krijgt de dansvloer organische trekjes en zorgt
maanlicht tussen de met mos begroeide takken voor een
caleidoscopisch schouwspel. Het melancholische universum van
subtiliteit die deze plaat evoceert, is zo bedwelmend dat er van
rondspringen weinig in huis komt. Dansbare baslijnen en knappe
elektronische hooks aplenty op ‘The Last Resort’, maar de
organische nevel transformeert ze tot verre mijmeringen die je
geketend in je zetel houden. De opener ‘Take Me Into Your Skin’
illustreert het brede spectrum dat deze Deen hier bestrijkt. Het
nummer klinkt als Boards of Canada als resident dj’s in The
Warehouse: onbestemde geluiden, krakende ruis, gitaren en strijkers
zetten booby traps op voor de elektronische vuurvliegjes, maar de
bleeps en glitches laten zich moeilijk verschalken. Op ijle trips
als ‘While the Cold Winter Waiting’, ‘Like Two Strangers’ en ‘The
Very Last Resort’ wordt de elektronica nog meer teruggedrongen en
worden weemoedige, nachtelijke klanktapijten geweven die klinken
als uitingen van liefdesverdriet door Fennesz of Helios omdat ze
net gedumpt zijn door Hanne Hukkelberg.

Op ‘The Last Resort’ heerst echter niet enkel poëtische
bedwelming. De discotheekgangers worden namelijk sporadisch
wakkergetongd door een smerige baslijn of een opzwepende clubsfeer.
Een paar van deze wilde kastanjes zouden zo op een
Switch-compilatie kunnen staan: de repetitieve bas en verwrongen
elektronica van ‘Vamp’ zal in menige dj-set voor een decadent,
orgastisch hoogtepunt zorgen. Toch zijn deze momenten schaars.
Anders Trentemoller is opgegroeid met triphop in plaats van Detroit
Techno en die invloed is sterk voelbaar op deze plaat. Subtiliteit
primeert constant en het zijn net deze kleine details die ‘The Last
Resort’ zo sterk maken.

Op een enkel moment steekt een gebrek aan variatie de kop op,
maar op een plaat die de zeventig minuten overschrijdt, is dat niet
zo verwonderlijk. Belangrijker is dat Trentemoller de lat met ‘The
Last Resort’ erg hoog legt en de plaat het levende bewijs is dat
elektronische muziek bezield en emotioneel kan klinken. Net als
Ellen Allien en Nathan Fake is Trentemoller verantwoordelijk voor
een digitale diamant die dankzij organisch slijpwerk des te meer
schittert. ‘The Last Resort’ is een toevluchtsoord waar we de
komende maanden nog vaak zullen verblijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − dertien =