Fateless




Wie dacht dat er over de Holocaust niks meer verteld,
neergeschreven, vastgelegd of gedramatiseerd kon worden, moet eens
heel aandachtig kijken naar ‘Fateless’, een groots opgezette
Hongaarse productie, gebaseerd op de autobiografische roman van
Nobelprijswinnaar Imre Kertész. Op een bepaald moment staat het
hoofdpersonage György, zo kapot als een uitgemergelde joodse knul
in een concentratiekamp maar kan worden, gehypnotiseerd naar zijn
handen te kijken tegen het flauwe zonlicht. Een bevreemdend beeld
dat even surrealitisch als hartverscheurend is. Het is een moeilijk
moment, want hoe kan je nu genieten van zo’n staaltje visuele
poëzie, terwijl de inhoud niets minder dan verschrikkelijk is? Het
is wel degelijk dezelfde Holocaust uit ‘Schindler’s List’ en
‘The Pianist’,
maar toch brengt ‘Fateless’ een nieuwe, intimistische visie op de
meest traumatische gebeurtenis van de afgelopen eeuw. Tijdens zijn
verblijf in de concentratiekampen vond Kertész namelijk niet alleen
mensonterende gruwel en slavernij, maar ook aanvaarding,
kameraadschap en een betekenis voor zijn joodse lotsbestemming.
Enfin, bij deze kunnen we de eerste officiële transcendentale
Holocaust-ervaring ook tot het Shoah-collectief rekenen.

In 1944 bereikt de Tweede Wereldoorlog de omwentelingsfase.
Nazi-Duitsland wordt steeds meer teruggeduwd door het Rode Leger
van Stalin en Hitler beslist om Hongarije, een bondgenoot, dan ook
maar te bezetten. Net zoals vele andere Hongaarse joden wordt de
vader van de veertienjarige György (Marcell Nagy die bijna een hele
film lang schitterend staat te acteren met uitsluitend zijn ogen)
naar een werkkamp gestuurd. Terwijl de rest van de familie al half
in rouwstemming vertoeft, weet de jonge György totaal niet hoe hij
er mee moet omgaan. Vader vertrekt, hij blijft achter en veel
vragen moeten daar niet bij gesteld worden. Hij gaat aan de slag
bij een steenbakkerij maar wordt, samen met de andere joden, op een
trein gezet met als eindbestemming de concentratiekampen. Hij komt
terecht in Auschwitz en wordt later naar Buchenwald overgeplaatst.
Hij neemt een opvallend nuchtere houding aan tegenover het
(on)leven binnen de kampen en stelt zich nauwelijks vragen over
zijn miserabele lot. Hij beult zich af, raakt ondervoed, kweekt
vierdubbele zwarte randen rond zijn ogen, loopt uiteindelijk een
onsmakelijke infectie aan zijn knie op, maar hij leert er ook
genieten van de kleinere momenten (en die moeten toch wel heel
klein geweest zijn). Op een wel heel eigenzinnige manier weigert
hij toe te geven aan zijn slachtofferrol en doorworstelt hij zijn
periode in de kampen alsof ze niets meer zijn dan het ‘normale
dagelijkse leven’ met evenveel tegenslagen als hoopvolle momenten.
Always look on the bright side of life, zeker?

Toen Imre Kertész zijn boek ‘Onbepaald door het lot’ uitbracht
in de jaren zeventig botste hij, niet geheel verrassend, op een
stevig controversieel muurtje. Terwijl iedereen het erover eens was
dat elke navertelling van de gebeurtenissen in de
vernietigingskampen onmogelijk de echte horror konden weergeven,
kwam die Imre een beetje vertellen dat het niet allemaal kommer en
kwel was in die erbarmelijke joodse buitenverblijven. Maar denk nu
niet dat Kertész de Benigniaanse toer opgaat door de Holocaust te
herleiden tot een bitterzoet sprookje waar dolle spelletjes kunnen
gespeeld worden met die malle nazi’s. Neen, de gedachte achter
‘Fateless’ staat bijna haaks tegenover die van ‘La Vita É Bella’ en
onderneemt geen enkele poging om de harde realiteit te verzachten
om een naïeve boodschap voor optimisten te verkondigen. Het
autobiografische relaas van Kertész is complex, emotioneel
afstandelijk en gaat zelfs meermaals de filosofische toer op om het
‘joodse lot’ beter te begrijpen. Zo legt György in een vroege scène
uit aan een bevriend buurmeisje dat ze de jodenhaat niet
persoonlijk moet opnemen. ‘Het is iets algemeen en veel kunnen we
er niet aan doen, dus maak je niet teveel zorgen’ deelt hij het
snikkende meisje wel heel droog mee. Terwijl de meesten het
antisemitisme, de Endlösung en de gruweltaferelen in de kampen zo
ver mogelijk willen distantiëren van de werkelijkheid en het aardse
(hoeveel keer werd Hitler al niet vergeleken met de duivel en het
nazisme met diabolische taferelen?), weigert Kertész die
‘gemakkelijke’ weg te nemen. Want iemand die dat doet, die geeft
toe aan de ontmenselijking die men ondergaat in de
concentratiekampen. Door zijn ervaringen te zien als niks meer dan
een voortzetting van zijn dagelijkse leven, verzet hij zich tegen
de passieve slachtofferrol (de scènes waarin György in zijn
kampplunje als een schim ronddoolt in straten van Boedapest zijn
minstens even schrijnend als de scènes in het kamp zelf). Eenvoudig
gezegd, een mens die terugkeert van Auschwitz is geen mens meer,
maar een Auschwitz-overlevende. En het is tegen dit gedachtengoed
dat Imre Kertész zich verzet. Dat is al serieuze andere koek dan de
fratsen van Roberto de clown.

En hoe zet de gereputeerde cinematograaf Lajos Koltai (‘Malèna’)
dit rijkgelaagde epos in beeld? Met een bijna lyrische beeldvoering
die vaak de poëtische perfectie benadert. Als kijker zit je daar
dan al die grijze thematiek te ontleden, dan gaat Koltai het hele
boeltje op een bijna immoreel prachtige manier in beeld brengen.
Het is misschien ongehoord om de Holocaust met zoveel schoonheid in
beeld te brengen, maar het past perfect bij de inhoud en de
boodschap van Kertész. Het hallucinante hoogstandje bij uitstek is
zonder meer de scène waarin de kampgevangenen urenlang in de modder
en regen moeten rechtstaan tot ze als wiebelende zombie’s
nauwelijks meer op hun benen kunnen staan. Zelden kreeg een
afschuwelijk tafereel zo’n poëtische benadering. Het kleurenpalet
is al even indrukwekkend. Bij aanvang straalt ‘Fateless’ van de
sfeervolle sepiakleuren, die echter steeds meer warmte verliezen
naarmate de dodenkampen dichterbij komen, tot er niks meer
overblijft dan een troosteloze zwart-wit-grijze fotografie die af
en toe een fletse zonnestraal toelaat. En met de warme melodieën
van Ennio Morricone op de klankband erbij, krijg je eigenlijk een
film die, gezien de inhoud, veel te mooi is om naar te kijken.

Narratief gezien laat de film dan wel weer een paar steekjes
vallen. Het eerste deel, het vertrek van de vader, is nogal
basic en neemt eigenlijk iets teveel tijd in beslag. Omdat
de focus steeds bij György en zijn ervaringswereld ligt, valt het
grote middenstuk dan weer uiteen in vignetten die telkens met een
dromerige fade to black worden uitgeblazen. Een
verantwoorde keuze, maar zo’n structuur maakt het wel moeilijk om
emotioneel betrokken te raken bij het verhaal, wat op zich al
lastig is door de kurkdroge voice-over van György (‘Bon, vanaf nu
kan ik dus op elk moment, op elke plaats gedood worden, zo simpel
is mijn leven geworden.’ krijgen we tijdens een sleutelmoment te
horen). Het zijn dus niet zozeer fouten, maar eerder keuzes die van
de film een iets te afstandelijke kijkervaring maken. Het is
aangrijpend maar niet ‘hier loop ik twee weken emotioneel
kapotgeslagen van’-aangrijpend.

‘Fateless’ deelt misschien niet dezelfde emotionele mokerslag
uit als ‘Schindler’s
List’
en ‘The
Pianist’
, het blijft een pakkende toevoeging aan het
Holocaust-canon met een verfrissende thematiek, sublieme fotografie
en een indrukwekkende vertolking van nieuwkomer Marcell Nagy. Niet
slecht voor een zoveelste Holocaust-film…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 2 =