Azur en Asmar




Hiam Abbass,
Cyril Mourali, Karim M’Riba, Patrick Timsit
e.a.

Ik weet niet welke slaaprituelen de hyperactieve kindjes van
vandaag hebben, maar ik stam nog uit de tijd toen de mama’s en
papa’s nog sprookjes aan hun kinderen voorlazen. Lekker met mijn
neus net boven het donsdeken uitpiepend, luisterde ik met open mond
naar de heldendaden van giftig groene draken en frêle poppemiekes.
Telkens als het verhaaltje uit was kneep ik heel hard mijn ogen
dicht en wenste ik dat ik in mijn dromen ook in die sprookjeswereld
kon terechtkomen. En dat ga ik vannacht zeker ook proberen: heel
hard mijn ogen dichtknijpen, want in het adembenemende universum
van ‘Azur en Asmar’ zou ik verdomd graag eens een droom
placeren.

‘Azur en Asmar’ is een oertraditioneel sprookje geworden. En
zoals het een sprookje betaamt, was er ooit iets heel lang geleden.
In dit geval twee jongetjes: een blonde jongen met azuurblauwe ogen
die Azur heette (waar halen ze hun namen toch telkens vandaan, die
filmlui?) en een jongen met pekzwart haar, kastanjebruine ogen en
een bruin tintje, die de naam Asmar droeg. De twee jongens worden
in een groot kasteel door dezelfde vrouw, Jenane (de moeder van
Asmar), opgevoed alsof ze broers zijn. Op een dag worden Asmar en
zijn moeder uit het kasteel verbannen en worden de pseudo-broers
brutaal uit elkaar gerukt. Azur blijft alleen achter bij zijn
vader, maar hij kan hen niet vergeten en denkt nog vaak terug aan
de verhalen die Jenane vertelde over de fee van de Djinns, die
opgesloten zat in de zwarte berg in het land waar zij vandaan
komen. Wanneer Azur eindelijk genoeg spinazie heeft gegeten en hij
groot en bijna-volwassen is, maakt hij de oversteek naar het land
aan de andere kant van de zee. Hij is vastberaden de fee te
bevrijden en met haar in het huwelijk te treden.

Visueel is ‘Azur en Asmar’ om het bescheiden uit te drukken
“indrukwekkend”. Michel Ocelot maakte een eigenzinnige keuze door
de figuren niet af te lijnen en hun kleren in egale kleuren voor te
stellen (zonder lichtinval of schaduw erop), terwijl de achtergrond
rijkelijk van details is voorzien. Het resultaat is verbluffend: de
tegelmotieven in de huizen, de vuurvliegjes, de kostuums, de
gekrulde staarten van de paarden, het bloementapijt, de markt met
specerijen…. duizend en één voorbeelden van rinkelende winkelende
pracht die allicht ideaal is tegen de winterblues: een
kleurentherapie, waar je genoeg energie van krijgt om er weer
tegenaan te kunnen.

Een vette pluim dus voor visueel schouwspel, maar daar houdt de
pracht en praal dan ook wel op. Ocelots Kirikoufilms waren nog
volledig met de hand getekend, maar met ‘Azur en Asmar’, tast de
regisseur voor het eerst de wereld van de 3D-animatie af, wat maakt
dat zijn personages iets te strak en net iets minder warm zijn. Hoe
levendig de kleuren ook van het scherm spatten, de personages zijn
nogal levenloos en houterig en de dialogen klinken soms wat
prinselijk (in de zin van “prins Flip”-prinselijk, wat niet ideaal
is voor een kinderfilm). Ook de emoties komen wat stroef over:
vooral Azur is een enorm braaf ventje en er is eigenlijk maar één
personage dat je echt weet te betoveren: de kleine prinses. Zij
brengt humor en kinderlijke verwondering in dit woestijndroge
verhaal (al had het einde ook wel iets komisch).

De film straalt, maar Ocelet heeft het zich qua scenario nogal
gemakkelijk gemaakt: twee prinsen dingen naar de hand van een
schone jonkvrouw, gooi er een scharlaken leeuw bij en iets met
sleutels, dat werkt ook altijd. Echt achterovervallen doen we hier
niet van. Zoals dat bij een sprookje hoort, is het verhaal erg
voorspelbaar en rechtlijnig, maar het wordt niet verteld met de
spanning die je van een kinderfabel zou mogen verwachten. De film
heeft een hele lange aanloop nodig en als er na driekwart dan
eindelijk in actie wordt geschoten met de proeven om de fee te
redden, wordt alles te snel afgehaspeld. Zo is er bijvoorbeeld
tijdens de proef eventjes paniek, omdat ze bij een deur geen
sleutel hebben, maar al na een halve seconde wordt heel de situatie
opgelost. Van spanning gesproken… Ocelot weigert om zijn jonge
publiek wat suspense te bieden. Het is duidelijk dat het verhaal
slechts een excuus is om een kleine levensles mee te geven.

Ocelot heeft deze film gemaakt als reactie tegen de onvrede in
de wereld. Geef toe – een betere, of meer ambitieuze reden om een
film in elkaar te steken moet je al ver gaan zoeken. Terwijl overal
ter wereld de mensen vooroordelen hebben zo hoog als giraffen en ze
elkaar uitschelden voor schapenneuker of bleekscheet, zijn we
eigenlijk allemaal broers en zussen van elkaar en het is toch veel
aangenamer om van elkaar te houden en een brug te slaan tussen Oost
en West? Ziedaar de boodschap van Ocelot. In het land van zijn
broer krijgt Azur (het toonbeeld van de Westerse wereld) te kampen
met vooroordelen: de bevolking gelooft dat zijn helblauwe ogen
ongeluk brengen. Hij voelt zich eerst wat onwennig en doet dan maar
alsof hij blind is, zodat niemand zijn ogen ziet, maar natuurlijk
opent hij die na een tijdje toch en stelt hij zijn hart wagenwijd
open voor de rijke cultuur van zijn broer. En zowat elk beeld in de
film ademt die blijde boodschap uit. Een morele les is nu eenmaal
inherent aan een sprookje, maar u voelt net als ik aan waar dit
filmpje zal eindigen: als gezellige inleiding tijdens de Franse les
over de universele verklaring van de rechten van de mens of als
discussieonderwerp tijdens de godsdienstlessen over respect,
tolerantie, broederschap en zo kunnen we nog wel eventjes doorgaan.
Of de film pakweg de banlieues van Brussel of Parijs zal bereiken,
is nog maar de vraag, maar Ocelet heeft de drempel wel heel laag
gemaakt: de helft van de film is in het Arabisch, dat niet
ondertiteld is (wat de film écht opwaardeert) en ook de feeërieke
muziek van Gabriel Yared zet de deur al op een kier.

Ocelot’s parabel valt op in het rijtje animatiefilms dat we
tegenwoordig op ons bord krijgen, maar lost toch niet alle
verwachtingen in. ‘Azur en Asmar’ is moreel, cultureel én visueel
verantwoord, maar ik denk dat het toch vooral de allerkleinsten zal
bekoren, die zich nog niet kunnen storen aan de te serieuze
moraliserende ondertoon.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 7 =