Sleepingdog :: Naked In A Clean Bed

Jezelf op een plaat meer blootgeven dan tegen de mensen in je omgeving ligt niet bepaald voor de hand. Vraag dat maar aan Chantal Acda. Na lang knutselen, twijfelen, schrijven, spelen en nog meer twijfelen, laat ze via haar soloproject Sleepingdog horen wie ze echt is.

Vorig jaar bracht ze met haar band Chacda al een van de beste Belgische platen uit. Ook rond die periode werd ze al geplaagd door moordende twijfels en verstikkende onzekerheden. Die kon ze kanaliseren in stukjes muziek die ze thuis in haar keldertje schreef en voor zichzelf hield, waar niemand zaken mee had wegens te intiem. Dat de plaat er nu toch is, komt door een van haar eigenschappen die ook deze plaat kenmerkt: impulsiviteit.

Naked In A Clean Bed is heel ongedwongen, wars van berekendheid, goudeerlijk en uiterst persoonlijk. Acda mijmert en fluistert haar op sobere muziek gezette gedachten en mijmeringen. Waar Chacda volop experimenteert met allerlei voorwerpen waar je geluid mee kan maken, zoals Chinese vazen, duikt er hier en daar schuifelend percussie op (wat het zeer mooie "Slaapje" oplevert), komen er wat schaarse computergeluiden om de hoek kijken en doet menig instrument de luisteraar en Acda zelf terugdenken aan de kindertijd.

Het eerste nummer, "Wheelchair", vat de plaat eigenlijk samen: Acda begeleidt zichzelf heel zacht zingend op gitaar, er rinkelen enkele belletjes, en in de teksten worden vragen beantwoord met nieuwe vragen. Het al even bloedmooie "Slaapje" gaat muzikaal wat verder: percussie, een pingelende elektrische gitaar en handgeklap. Schoonheid primeert op Naked In A Clean Bed maar ze wordt niet echt bewust opgezocht. De songs klinken alsof ze ter plekke naast de luisteraar worden gespeeld, zonder enige verfraaiing, zonder effecten of kunstgrepen die ontroering moeten forceren.

"For A Ride" klinkt met de prachtige maar simpele piano droeviger dan het nummer eigenlijk is: het gaat over Acda’s paard, een van haar voornaamste inspiratiebronnen. Het dier zij geprezen, er volgt immers nog meer moois: "Softsong" bijvoorbeeld, waarin Acda haar stem meer dan ooit als instrument gebruikt, of "Blue Flowers". Beide herbergen eens te meer verzengend mooie maar nooit afgelikte melodieën en schoonheid. Dat geldt eigenlijk voor het hele plaatje, dat in totaal een dik half uur duurt. Enerzijds valt dat te betreuren, anderzijds is op platen als deze dosering doorgaans net een van de sterktes.

Acda weet als geen ander wat haar eigen beperkingen zijn, en die buigt ze op deze plaat helemaal om in charmante voordelen. Met platen als deze bewijst ze haar ongeforceerde veelzijdigheid en haar feeling voor bloedmooie, eerlijke songs. Persoonlijker kan een plaat niet worden, vandaar dat de beslissing om ze uit te brengen een ware calvarietocht van twijfels is geweest. Maar het levert toch maar mooi een fantastische ontdekkingstocht van een heerlijke plaat op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vier =