Mr. Holland’s Opus




In feite is ‘Mr. Holland’s Opus’ een buitenbeentje in het canon aan
middelbare schoolfilms: terwijl de meeste van dit soort prenten
voor de volle honderd procent op tieners gemikt zijn, richt deze
tranentrekker van Stephen Herek zich juist op hun leerkrachten.
Pornografie voor schoolmeesters, zo heb ik cynische filmcritici
‘Mr. Holland’s Opus’ ooit zien omschrijven (cynische filmcritici,
ik zou er wat van krijgen!). De hele film belichaamt immers de
gedachte dat je als lesgever écht wel een verschil maakt. Dat wat
je doet van waarde is voor de gemeenschap, en bij uitbreiding voor
de mensheid. Dat je gewaardeerd wordt, hoe moeilijk het soms ook is
om dat in te zien. En nadat je hem als leerkracht gezien hebt, word
je natuurlijk weer wakker in de werkelijkheid en mag je voor het
bord gaan staan tegenover enkele tientallen levensgevaarlijke
pubers die er een sport van maken om je eerst emotioneel, dan
mentaal en ten slotte fysiek de vernieling in te drijven. Zo gaat
dat dan. (Niet dat ik iets tegen kinderen heb, alleen ben ik wél
van plan om binnen enkele jaren in elke kamer van het huis een tv
te zetten en mijn gebroed vol te proppen met Rilatine. Je weet
tenslotte maar nooit en dat is alvast een pak handiger dan ze
effectief op te voeden. Doch, ik wijk af.)

‘Mr. Holland’s Opus’ draait rond Glenn Holland (Richard Dreyfuss),
een muziekleraar die (zoals élke leraar) eigenlijk veel liever iets
anders was gaan doen met zijn leven. Hij is al zowat z’n hele
bestaan lang bezig aan het componeren van zijn eigen symfonie, maar
dat loopt zo lekker dat hij toch verplicht is om een job te
aanvaarden als leerkracht in de JFK High School. Aanvankelijk kan
hij ‘s avonds niet snel genoeg weer in z’n auto springen om het af
te bollen, maar na een tijdje leert hij toch hoe hij tot zijn
leerlingen moet doordringen. Met behulp van rock ‘n roll (op dat
moment very much not done op een openbare school) leert hij
het kleine grut de magie van muziek kennen. Het lesgeven begint hem
te amuseren, maar zijn eigen muzikale plannen verdwijnen steeds
meer op de achtergrond. Wanneer zijn vrouw bevalt van een zoontje,
blijkt het kereltje bovendien – o, ironie, uw ironieën zijn
waarlijk ironisch! – doof te zijn.

Op die manier ontwikkelt ‘Mr. Holland’s Opus’ zich tot een soort
‘Dead Poets Society’, maar dan met de nadruk op de leraar in plaats
van de leerlingen. Ditmaal zijn het de jongeren die de volwassene
iets bijleren over het leven en over de plekken waar echte waarde
gevonden kan worden. Niet dat u hoeft te vrezen dat het allemaal té
diepzinnig wordt: de filosofie van deze film beperkt zich
hoofdzakelijk tot het beroemde regeltje tekst van John Lennon:
life is what happens while you’re busy making other plans.
Wat er écht toe doet, suggereert Stephen Herek hier, is dat je een
impact hebt op de levens van de mensen om je heen, en of je dan
gaandeweg alles realiseert dat je had willen doen, is in principe
van minder belang. Dat boodschapje wordt er niet bepaald subtiel
ingehamerd: op het einde van de film krijgen we een toespraak van
een oud-leerlinge van Mr Holland die met vochtige reeënoogjes komt
vertellen: “We are the symphony of your life, Mr. Holland!”
Mooi, hè?

Dat is natuurlijk een typische Hollywoodmoraal, die er wordt
doorgeramd via typische Hollywoodclichés: het gehandicapte zoontje,
de echtelijke ruzies omdat Holland nooit thuis is, de stroperige
toespraken en zelfs een scène waarin Richard Dreyfuss een liedje
mag zingen (zorg voor oordopjes). Het punt is echter dat al die
clichés erg vakkundig op je worden afgevuurd, zodat ze je zelden
storen. Herek (nochtans geen groot regisseur met z’n ‘Mighty Ducks’
en ‘Holy Man’) lijkt heel goed te weten hoe hij het sentiment moet
afwisselen met humor om te vermijden dat het allemaal over de top
gaat. En hij heeft het voordeel met fantastische acteurs te mogen
werken.

Voor Richard Dreyfuss was ‘Mr. Holland’s Opus’ zowat z’n laatste
grote prestigeproject: sindsdien heeft hij geen noemenswaardige
film meer gehad waarin hij het hele scenario moest dragen én zoveel
gelegenheden tot scene stealing kreeg. Hier mag hij alles doen waar
een acteur van droomt: hij lacht, hij huilt, hij roept, hij tiert,
hij fluistert met gebroken stem. Hij mag z’n stempel op de hele
film zetten en doet dat zónder dat je ooit de indruk krijgt dat hij
een nummertje aan het opvoeren is. Richard Dreyfuss is een goed
acteur omdat hij weet dat hij niet tevéél mag doen. Op die manier
weet hij de clichés en de stroop van het scenario voor een groot
gedeelte op te vangen.

Wat ook helpt, is het feit dat de historische achtergrond van de
film goed geplaatst wordt. We volgen Mr. Holland over de loop van
zo’n dertig jaar (van de jaren zestig tot de nineties), met
tussendoor regelmatig een montage van belangrijke gebeurtenissen
van dat tijdperk. Dan kun je zeggen dat dat een voor de hand
liggende techniek is of een onhandig verhaaltechnisch trucje
(tenslotte kondig je wel héél nadrukkelijk aan: “en toen waren we
weer tien jaar verder”), maar in de praktijk helpt dat wel om een
context te geven aan de hoofdplot. Net zoals de emotionele scènes
kun je ook hier bepaald niet spreken van een subtiele aanpak, maar
hey, als het werkt, dan werkt het.

De échte clou van de film zit voor mijn part niet eens in het
levenslesje over de waarde van het lesgeven, maar wel over waarde
van een kunstonderwijs op de middelbare school. Wanneer de
muzieklessen van Mr. Holland geschrapt dreigen te worden wegens
bezuinigingen, verdedigt hij zich fel: ‘Als je alle artistieke
vakken schrapt, eindig je met een generatie die wel kan lezen en
schrijven, maar niet zou weten waarover.’ Heel vaak worden lessen
zoals muziek, esthetica en noem maar op gezien als ballast – je
hebt er niks aan om een beroep uit te oefenen, er valt niks aan te
verdienen, dus wat is er het nut van? Maar toch zijn ze absoluut
noodzakelijk om een kritische geest te kweken, om mensen te vormen
die verder geraken dan het “als het maar beweegt”-syndroom.

Siroop van bij Hollywood? Ja, maar dan wél heel goed gemaakte
stroop. Zo van die soort die je niet alle dagen op het menu zou
willen zetten, maar die wel heel goed kan smaken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − veertien =