Sebadoh :: Sebadoh III (reissue)

Writing about music is like dancing about architecture, zo
lazen we in ‘On Beauty’ van Zadie Smith. Als deze Londense
schrijfster het bij het rechte eind zou hebben, blijven we bij
enola als een meute Don Quichotes toch hardnekkig de windmolens
bevechten. Zolang de meerderheid van de Belgische bevolking eerder
naar het debuut van de kontschuddende popfeeks Fergie (van Black
Eyed Peas) zal grijpen dan naar ‘The Eraser’ van Thom Yorke, zien we het immers als onze
taak om platenkopers van voorgekauwde hitparade-shit tot
pure, authentieke en subtiele muziek te bekeren. Reissues fungeren
hierbij als onze Sancho Panza, want via dergelijke releases kunnen
de leken met vergeten parels kennismaken. ‘Born Sandy Devotional’
van The Triffids is hier al de
revue gepasseerd, nu is het de beurt aan het debuut van Sebadoh,
een lo-fi classic van het onzuiverste water. ‘Sebadoh III’ is
namelijk als uw oude teddybeer: ruw en smerig, maar met een
emotionele waarde om u tegen te zeggen.

In 1991 betekende ‘Sebadoh III’ een nieuwe start voor Lou Barlow.
In de jaren ’80 bood hij samen met John Mascis als Dinosaur Jr. een
noisy gitaaralternatief voor de gladde synthpop die toen furore
maakte. Het despotisme van Mascis (Barlow kreeg amper de kans om
eigen composities op de Dinosaur Jr.-platen te zetten) zorgde er na
een paar jaar voor dat de twee sterke individuen niet meer door
dezelfde deur konden. Na ‘Bug’ uit 1988 werd Barlow uit de band
gezet. De opener van ‘Sebadoh III’, ‘The Freed Pig’, is dan ook een
stevige sneer naar Mascis en de gitaren slaken een grotere
vrijheidskreet dan ons aller antisemiet Mel Gibson op de
Kinepolisgangers losliet in ‘Braveheart’. Toch is ook Sebadoh niet
bepaald een geoliede machine van vriendschap en muzikale
eensgezindheid. Het trio Lou Barlow, Eric Gaffney en Jason
Loewenstein heeft meer weg van een woelige VLD-top dan van een
zalvend en diplomatisch SP. A-vriendenploegje. Gaffney heeft een
even zware haat-liefde-verhouding gehad met de groep als Eva
Pauwels met haar amants van diverse geaardheid en Barlow
maakte van zijn afwezigheid gebruik om de sound van de band naar
zijn hand te zetten. Barlow liet Sebadoh meer en meer evolueren
naar de lieflijke pop die hij later met The Folk Implosion zou smeden. Check
bijvoorbeeld ‘On Fire’ op de tweede Duyster-compilatie en u begrijpt wat we
bedoelen.

Op ‘Sebadoh III’ heerst echter nog de gruizelige hybriditeit van de
clash der verschillende gevoelswerelden. Al de bandleden leveren
songs en daarbij valt vooral het contrast tussen Barlow en Gaffney
op. De twee zijn op muzikaal vlak minstens even verschillend als
Jack White en Brendan Benson van The
Raconteurs
, waardoor deze plaat een caleidoscopisch werkstuk is
geworden met één uniformerend randje: het lofi-karakter van de
muziek. Sebadoh switcht namelijk van noise naar pop en folk, maar
telkens op een rafelige en ruwe wijze als aanklacht tegen de
gepolijste en overgeproduceerde muziek die toen bon ton was.
Het komt de authenticiteit van Sebadoh enkel ten goede. De band is
rock in zijn zuiverste vorm en geen gemarketeerde derivatie van de
popmuziek.

Het mes van de hybriditeit op ‘Sebadoh III’ snijdt aan twee kanten.
Aan de ene kant schuilen er onder de 23 nummers een paar te
verwaarlozen niemendalletjes, maar aan de andere kant ontleent de
plaat haar kracht en dynamiek aan de wisselwerking tussen
popdiamantjes, krassende noise-uithalen en gestoorde soundscapes.
Het antipodische tussen Barlow en Gaffney wordt vooral duidelijk
bij een vergelijkende analyse van ‘Kath’ en ‘Limb by Limb’. Het
eerste nummer is een verstilde popparel met gefluisterde zang en
akoestische gitaarklanken, terwijl de andere song een meedogenloos
spervuur van noise en geschreeuwde vocals op ons loslaat. Grappig
is de afsluiter ‘As the World Dies the Eyes of God Grow Bigger’,
waarin Gaffney een Barlow-imitatie ten berde brengt, terwijl de
duivel in hem de zonnige melodie wil onderkotsen. Het resultaat is
een nummer waar Pinback– en
Ministry-passages elkaar in een
houdgreep houden en strijden om de overwinning.

Sebadoh verheft rommeligheid tot kunst en in de slipstream van deze
aanpak heeft de band vele acts beïnvloed. Zo liep Kurt Cobain
regelmatig met een Sebadoh-shirt te pronken. Indiekids die de
geschiedenis van hun favoriete genre willen uitpluizen, kunnen
daarom ‘Sebadoh III’ niet links laten liggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − achttien =