Romance & Cigarettes




Komt met stip binnen op nummer één in onze jaarlijst what the
fuck
-films: ‘Romance & Cigarettes’, de derde regie-uitstap
van acteur John Turturro, en zonder meer de vreemdste prent die u
de laatste maanden onder ogen zult hebben gekregen. Deels komedie,
deels drama en – daar komt-ie – deels musical, probeert
Turturro met ‘Romance & Cigarettes’ een eigenzinnige, grillige
ode te brengen aan de New Yorkse working class én aan de
ouderwetse Judy Garland-Mickey Rooney liedjesfilms uit de jaren
veertig. Die mix levert af en toe bijzonder geestige cinema op,
maar enige samenhang of een vloeiend ritme hoeft u hier niet te
zoeken.

James Gandolfini speelt Nick Murder (de naam alleen al), een
metaalwerker uit een nogal goedkope New Yorkse voorstad die
getrouwd is met Kitty (Susan Sarandon), maar er een affaire op
nahoudt met Tula (Kate Winslet), een vuilbekkende
lingerieverkoopster. Kitty komt erachter dat haar man buiten de
deur neukt, en samen met haar neef Bo (Christopher Walken, die
tegenwoordig in elke film waarin hij meedoet een imitatie van
zichzelf lijkt te geven) zint ze op wraak.

En dat is het dan, dat is waar de hele film over gaat. ‘Romance
& Cigarettes’ duurt 109 minuten, maar vult die speelduur
hoofdzakelijk met de excentriciteiten van de personages en met een
aantal weinig ter zake doende nevenplots, omdat de hoofdlijn van
het verhaal eigenlijk veel te zwak is om een dergelijke speelduur
te ondersteunen. Man gaat vreemd, vrouw is boos, man krijgt spijt.
Meer heeft Turturro hier niet te melden, maar wat we in de plaats
krijgen is bijvoorbeeld een sequens waarin James Gandolfini besluit
om zich te laten besnijden, een flash-back waarin Christopher
Walken zich herinnert hoe hij ooit een vrouw vermoordde en een
volstrekt richtingloze nevenplot rond Gandolfini’s dochter die
graag wil trouwen maar niet mag van moeder Sarandon. Al die
kleinere verhaallijntjes hebben nauwelijks een functie in het
grotere geheel van de film, maar ze leveren af en toe geinige
individuele scènes op en ze helpen om de prent op lengte te
brengen.

Dat is mijn voornaamste probleem met ‘Romance & Cigarettes’:
dit is een collectie ideeën die op zoek is naar een sterke hand om
er enige directie aan te geven. De afzonderlijke elementen van de
film leveren soms sterke resultaten op: Kate Winslet is goddelijk
als nymfomane met veel te zware make-up en een al even zwaar
Lancashire-accent, en heeft zowat al de beste regels tekst. Alleen
al die openingszin: “When a woman bends over, a man sees a jelly
donut.”
Winslet amuseert zich duidelijk te pletter, en wordt
leuker naarmate ze vulgairder wordt. Het is dan ook doodzonde dat
ze twintig minuten voor het einde uit de prent verdwijnt – een
gemis waar de film nooit van herstelt.

Ook het idee om de personages af en toe in zingen te laten
uitbarsten geeft aanleiding tot aardige momenten. Soms lippen de
acteurs enkel, soms zingen ze mee met de originele opnames van
smartlappen uit de jaren zestig en zeventig, soms horen we enkel
hen. James Gandolfini stapt na een ruzie met zijn vrouw de deur uit
en begint Lonely is the man without love te kwelen, Susan
Sarandon wordt overduidelijk gedubd wanneer ze Piece of my
heart
moet zingen en Christopher Walken steelt de show in zijn
dansje op Tom Jones’ Delilah, een scène die voorbestemd is
om een klassieker te worden.

Dat is allemaal erg geestig, maar John Turturro slaagt er niet in
om die afzonderlijke elementen te verenigen in een samenhangend
geheel, net zoals hij die verschillende nevenplots ook niet kan
samenbrengen in één coherent verhaal. ‘Romance & Cigarettes’ is
een film van momentjes, van onderling afgescheiden aspecten die
oncomfortabel naast elkaar moeten bestaan in een prent die alles en
niks tegelijk is. Een gevolg daarvan is dat de film zo om de tien
minuten opnieuw lijkt te beginnen – de ingrediënten waaruit
‘Romance & Cigarettes’ bestaat (geile humor, relationele
drama’s, muziek en op het einde zelfs ziekenhuisperikelen) hebben
zo weinig met elkaar te maken dat Turturro nergens enig momentum in
z’n verhaal weet te introduceren. De toon van de film, om nog maar
te zwijgen van het verhaal, springt zodanig van de hak op de tak
dat je continu naar een andere film lijkt te kijken. Vergelijk het
met een auto die als een gek in vijf seconden optrekt van nul naar
honderd, om dan meteen weer te moeten stoppen voor een rood licht
en opnieuw te moeten beginnen. Iets gelijkaardigs doet ‘Romance
& Cigarettes’ twee uur lang.

Ideeën zijn er hier meer dan genoeg, en er zitten zelfs een groot
aantal goeie ideeën tussen, maar er wordt nergens een duidelijke
richting aan gegeven. Wat wilde Turturro hier eigenlijk vertellen?
In principe neemt hij hier een banale anekdote uit het leven van
enkele working class mensen en stileert hij die anekdote vervolgens
buiten alle proporties, met behulp van een flinke dosis camp en
kitsch. En wat dan? Wat is dan de clou van de prent? Geen hond die
het weet. Misschien wilde de regisseur zich gewoon samen met een
aantal bevriende acteurs eens goed amuseren op een filmset en valt
er niet meer motivatie te vinden dan enkel dat. Hij zal zich wel
vermaakt hebben, maar films worden uiteindelijk gemaakt voor een
publiek, niet voor de makers zelf. Net zoals de soundtrack een
jukebox is aan verschillende deuntjes, is de film een jukebox aan
verschillende stijlen en genres die voor de duvel niet fatsoenlijk
willen samenkomen. Leuke liedjes, slechte plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − tien =