Kettel :: My Dogan

Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we de muziek leerden
kennen van de Nederlandse elektronica-artiest Kettel. Het was
tegelijk onze eerste kennismaking met het (op dat moment) kersverse
label Sending Orbs, dat in het leven werd geroepen door het
triumviraat Wouter Eising, Bas de Kort en Kris Peters om de wereld
te verblijden met kwalitatief hoogstaande elektronica, verpakt in
juweeltjes van hoesjes. Na Through
Friendly Waters
(de vorige Kettel-plaat) verscheen ook nog
nieuw werk van Secede, Funckarma
en onlangs nog Yagya. ‘My
Dogan’, de nieuwe Kettel, is aflevering zes in de Sending
Orbs-story, al moet daarbij gezegd dat aflevering 4, ‘Disfold’ van
Blamstrain, nog niet is verschenen.

Reimer Eising, 24 dit jaar en de man achter Kettel, kan nu al een
indrukwekkende reeks adelbrieven voorleggen. Talloze tracks op
evenveel genrecompilaties, remixes (o.a. voor Depeche Mode) en een pak e.p.’s. Met ‘My
Dogan’ is de Groninger aan zijn zesde langspeler toe, die maar
liefst achttien tracks telt (de kortste duurt 52 seconden, de
langste 7 minuten 26) en gezwind de grens van de zeventig minuten
overschrijdt. Geen seconde hebben we ons verveeld, want ‘My Dogan’
is een erg gevarieerd album geworden, waarop Eising het allerbeste
van zijn vroegere werk naar hartelust en met succes combineert. En
in tegenstelling tot Through Friendly
Waters
(zes nieuwe tracks, één oude en enkele VPRO-opnames)
vormen de achttien tracks op ‘My Dogan’ wel één mooi geheel. In het
verleden werd de muziek van Kettel wel eens vergeleken met die van
Plaid, Black Dog en andere Aphex
Twin
s. Wij, volbloedleken in dit genre, hoeden ons echter voor
overmoedig namedroppen. Dat neemt echter niet weg dat wij niet
ongevoelig zouden zijn voor de schoonheid van dit album. Je hoeft
inderdaad geen kenner of full time elektronaut te zijn om te kunnen
genieten van ‘My Dogan’. Toen wij jaren geleden voor het eerst
‘Music Has the Right to Children’ van Boards of Canada hoorden,
waren we daar ook meteen wég van, ook al viel het Schotse tweespan
in onze platenkast geen beetje uit de toon tussen al dat
snarengeweld. Zodus…

Zéventig minuten, zie ik u al denken, is dat niet een beetje lang
voor één plaat? Nee, toch niet als er zoveel variatie inzit.
Hoofdmoot zijn de langere, warme en van prachtige melodieën
voorziene stukken, waarin de hand (en het inventieve brein) van de
geschoolde pianist duidelijk hoorbaar is. Gooi daar dan nog een
lading zorgvuldig geselecteerde found sounds bij en je
krijgt de perfecte soundtrack voor wanneer u nog eens met weemoed
terugdenkt aan die mooie, zorgenloze zomers uit uw kindertijd. Vele
mensen zullen dit ervaren als kalmerend, anderen (meer rusteloze
zielen) gaan zich nu misschien afvragen of ‘My Dogan’ dan geen saai
en monotoon werkstuk is geworden. Het antwoord luidt: nee, helemaal
niet. Want net zoals stenen die boven een rimpelloos wateroppervlak
uitsteken, plaatste Kettel tussen de lange, dromerige tracks
B.O.C.-gewijs ook heel wat enkele korte, drukkere stukjes, die de
natuurlijke flow verstoren en de (pootjesbadende) luisteraar
alert en wakker houden.

Kettel blíjft één van de interessantste, inventiefste en
creatiefste geesten die in dit genre actief zijn. Met ‘My Dogan’
doet hij het – naar onze bescheiden mening – zelfs beter dan Boards
of Canada op hun laatste worp, The
Campfire Headphase
. Deze plaat waaiert de woonkamer binnen als
een verkoelend briesje op een zwoele zomerdag. Als de
voorspellingen van onze weerman een beetje kloppen, dan mag ‘My
Dogan’ zich nu al voorbereiden op een pak overuren kin onze stereo!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + acht =