Grandaddy :: Just Like the Fambly Cat

Kleine ergernissen zijn recensenten niet vreemd, maar bij het
lezen van een interview met Jason Lytle, zanger en songschrijver
van Grandaddy, maakte ergernis plaats voor woede en ongeloof. Voor
de allerlaatste plaat van de sympathieke band uit Modesto wou Lytle
een digipackversie, maar de platenmaatschappij weigerde en dus ligt
‘Just Like the Fambly Cat’ in een gewone jewelcase-versie in de
platenrekken. We weten niet wat u hiervan denkt, maar een dergelijk
gebrek aan respect voor één van de beste, atypische indiebands van
de laatste 8 jaar, vinden wij gewoon schrijnend. Enkel op geld
beluste platenbonzen die hun euro’s liever steken in platte
puberpop dan in uitstekende bands als Grandaddy, wensen we dan ook
het allerergste toe: anale penetratie met een cactus, een paar keer
na elkaar de backcatalogue van Nana Mouskouri uitluisteren,… U vult
zelf maar verder in.

Noem ons overdrijvers, maar wij hadden Grandaddy graag het afscheid
gegund zoals de groep het gedroomd had. De Californiërs hebben het
immers verdiend: ze hebben ons verblijd met twee uitstekende platen
en één meesterwerk (‘The Sophtware Slump’), ze introduceerden een
compleet eigen en onweerstaanbaar keyboardgeluid (‘AM 180’, ‘So
You’ll Aim Toward the Sky’ ) en zijn verantwoordelijk voor een paar
van de beste songtitels die ooit ons pad kruisten: ‘He’s Simple,
He’s Dumb, He’s the Pilot’, ‘The Go in the Go-for-it’ en ga zo maar
door. Wie ze bovendien live aan het werk heeft gezien, zal zich
vast hun hilarische visuals herinneren. Achter die fijne humor ging
echter verveling en treurnis schuil, want Lytle was het touren meer
dan moe en de band zag goede kritieken niet vertaald in evenredige
verkoopscijfers. Om die redenen is ‘Just like the Fambly Cat’ het
laatste wapenfeit van Grandaddy geworden. Omdat een recensie van
een afscheidsplaat niet mag gelijkstaan aan een eerbetoon, gaan we
u niks voorliegen. Deze plaat is zeker niet het beste
Grandaddy-album ooit geworden waardoor ‘The Sophtware Slump’ altijd
hun onovertroffen pièce de résistance zal blijven. ‘Just Like the
Fambly Cat’ is wel een relevante en erg degelijke zwanenzang
geworden, die liefhebbers van indiepop en american cosmic
rock
een gelukzalige glimlach op het gelaat zal toveren.

Zoals het een laatste plaat betaamt, baadt ze in een weemoedige
sfeer van afscheid en nostalgie. ‘What happened to the fambly
cat
‘, vragen een aantal kinderen zich af in de mooie
openingstrack. We kunnen enkel hopen dat hun treurige vraag geen
profetische synthese vormt van de toekomstige plaats van Jason
Lytle in het muzieklandschap. In het met ultracatchy synths en
gitaren gezegende ‘Elevate Myself’, stelt hij ons echter gerust.
Hoewel hij the life on the road beu is, zullen we nog van
hem horen: ‘I’d rather make an honest sound and watch it fly /
around / and then be on my way
‘, zingt hij vastberaden en we
geloven hem. De kat op de hoes lijkt dan ook symbolisch voor
Lytle’s leven na Grandaddy. Zijn lieflijke miauws op het aan
‘Sumday’ refererende ‘Where I’m Anymore’ lijken die these enkel te
staven. Voor zijn tocht aan te vatten, leveren Lytle en zijn
partners in crime op deze plaat eerst nog een paar melancholische
pareltjes af. ‘Summer… It’s Gone’, bijvoorbeeld, dat een intrieste
sfeer koppelt aan gitaren die herinneren aan hun klassieker ‘The
Crystal Lake’. Wanneer zacht waaierende keyboards als de heilige
geest rond de bloedmooie zangpartij van Lytle beginnen te zweven,
komt het besef dat ze er na deze plaat niet meer zullen zijn aan
als een harde pets in het gelaat. Nog meeslepender is de mooi
getitelde afsluiter ‘This Is How It Always Starts’, waarin spacy
synths de weg naar de toekomst plaveien. Het nummer herinnert aan
het mooie ‘The Warming Sun’ van hun vorige plaat, maar is hier nog
een stuk melancholischer.

Aangezien Grandaddy niet het martelaarschap wil opeisen van de band
die meer verdiende dan het lot hen toewees, ruimt de weemoedige
sfeer soms plaats voor snedige rock. Het één minuut durende ‘50%’
is slechts een belabberde herhalingsoefening van ‘Chartsengrafs’,
maar ‘Jeez Louise’ is er wel pal op. Overstuurde Sonic
Youth-gitaren zorgen voor een ruime dosis vuilheid, die de
etherische aah aahs doorprikken met hun scherpe weerhaken. In ‘Rear
View Mirror’ verklaart Lytle tegen beter weten in dat hij zijn
leven niet door een achteruitkijkspiegel wil bekijken en enkele
verrassende gitaarexplosies zetten zijn woorden kracht bij.

Na een aangepaste cover van Electric Light Orchestra is het echter
voorbij. De laatste tonen van de laatste Grandaddy-plaat zijn in de
lucht opgelost. ‘So I guess that’s it then / and now I will say
farewell….. / and may fortune befriend you all
‘: zo neemt
Lytle bij monde van hemzelf en de groepsleden afscheid van de fans
in de afsluitende hoestekst. Katten hebben echter negen levens, de
optimistische ziel in ons is dus nog hoopvol gestemd voor de
toekomst. Zijn pessimistische compagnon wordt nu liever met rust
gelaten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 15 =