The Da Vinci Code




Er valt nauwelijks nog iets te zeggen over ‘The Da Vinci Code’ dat
u nog niet weet. Gebaseerd op de fenomenale best-seller van Dan
Brown, jaja. Controversieel omdat de officiële bijbelse versie van
het leven van Jezus Christus in vraag wordt gesteld, natuurlijk. De
kerk stond op z’n achterste poten (maar daar staan ze dan ook
graag) en sommige militante gelovigen wilden het boek en de film
laten verbieden, uiteraard. Enkele maanden geleden kreeg Dan Brown
dan nog een proces wegens plagiaat aan z’n broek ook,
vanzelfsprekend. Al die feiten zijn welbekend en zullen ervoor
zorgen dat ‘The Da Vinci Code’ dé kaskraker van het jaar wordt: de
miljoenen lezers van het boek gaan kijken om te zien wat ze ervan
gemaakt hebben, al de rest gaat kijken om erover te kunnen
meespreken zonder dat ze daarvoor het boek moeten lezen. De enige
vraag die rest is of het ook een goeie film is. Het antwoord: ach
ja, dat valt nogal mee, zolang je er maar niet te veel van
verwacht.

Jacques Saunière, de curator van het Louvre, wordt in zijn eigen
museum vermoord. Voor hij sterft, weet hij nog enkele mysterieuze
codes op de vloer te schrijven, kleedt hij zich uit en positioneert
hij zichzelf op de vloer als de Vitruviaanse man van Leonardo Da
Vinci. Politieinspecteur Bezu Fache (Jean Reno) haalt er Amerikaans
cryptoloog Robert Langdon (Tom Hanks) bij – niet om licht op de
zaak te werpen, maar omdat hij gelooft dat Langdon wel eens de
dader zou kunnen zijn. Sophie Neveu (Audrey Tautou), de
kleindochter van het slachtoffer, denkt daar echter anders over en
helpt Langdon te ontsnappen. Samen volgen ze de sporen die Saunière
heeft achtergelaten om de echte moordenaar te vinden. Op die manier
wordt duidelijk dat de curator lid was van de Priorij van Sion, een
geheim genootschap dat de Heilige Graal beschermt: een geheim over
het leven van Jezus Christus dat de katholieke wereld op z’n
grondvesten kan doen daveren.

Echt daveren heeft het vooralsnog niet gedaan, maar de suggesties
die Dan Brown maakte in z’n boek waren in ieder geval genoeg om een
paar kleine trillingen te veroorzaken. Ten onrechte: Browns boek
was absoluut revisionistisch in z’n visie op de geschiedenis van
Christus, maar het was allesbehalve een aanval op het geloof. Wel
in tegendeel; wat het boek verkondigde (voor zover het al iéts
verkondigde), was dat het perfect mogelijk is om vertrouwen te
hebben in een goddelijke figuur zonder daarom diens menselijkheid
te ontkennen. In haar reactie op ‘The Da Vinci Code’ heeft de
katholieke kerk zich geprofileerd als een organisatie die in
onverdraagzaamheid nauwelijks hoeft onder te doen voor de
islamieten die luidkeels protesteerden tegen de cartoons van
Mohammed. Hun methodes waren minder fysiek gewelddadig, maar
leverden een even duidelijk teken dat er met hun dogma’s niet
gesold diende te worden.

Voor de film heeft Ron Howard een tamelijk getrouwe versie van de
roman afgeleverd, hoewel het meer dan vijfhonderd pagina’s tellend
boek uiteraard hier en daar gekortwiekt moest worden. Veel van de
uiteindelijk nutteloze wetenswaardigheden die Brown in z’n roman
verwerkte zijn verdwenen zonder dat ze verder gemist zullen worden
(een ongeveer tien pagina’s durende uitleg over de gulden snede is
zonder pardon en geheel terecht naar de vuilnisbak verwezen), en
ook de back stories van de personages worden tot een minimum
beperkt. Voor die wijzigingen kan ik respect opbrengen – schrijven
is schrappen, zegt men altijd, en filmen is schrappen in dat
geschrap. Maar wat erger is, is het feit dat bepaalde nevenplots
vrijwel volledig worden uitgehold. Alfred Molina heeft een
bijrolletje als bisschop Aringarosa, die de hele film lang met
twintig miljoen euro in obligaties op pad is. In het boek weten we
waarom, in de film is dat allemaal erg wazig. Naar het einde toe
duikt de brave bisschop plotseling in Londen op, zonder dat we te
zien hebben gekregen hoe hij daar is geraakt of hoe hij zelfs wist
dat hij daar moest zijn. Dit is een geval waarin de inkortingen van
het boek ten koste gaan van de samenhang van het verhaal – zou
iemand die de roman niét heeft gelezen, precies kunnen zeggen wat
zijn rol in het geheel is?

Of, wat dat betreft, zou iemand die het boek niet heeft gelezen
kunnen zeggen hoe de slechterik precies te werk is gegaan om zijn
plan uit te voeren? Opnieuw een element dat in de roman uitvoerig
werd uitgelegd, maar hier erg elliptisch naar het publiek wordt
gefaxt – schijnbaar hoef je enkel een paar telefoontjes te plegen
om te infiltreren in een ultrageheime genootschap (de Priorij van
Sion) of een dogmatisch katholieke sekte (Opus Dei). Natuurlijk
moeten er dingen verdwijnen als je een boek omzet naar film, maar
als dat ten koste gaat van de logica van je verhaal, heb je de
verkeerde dingen verwijderd.

Maar met die kritiek klink ik negatiever dan ik wil zijn – ‘The Da
Vinci Code’ is allebehalve een meesterwerk, maar het is een
professioneel in elkaar gestoken stukje pellicule, knap in beeld
gebracht en voorzien van een aardig tempo. Tom Hanks was blijkbaar
niemand z’n eerste keuze om Robert Langdon te spelen, maar hoewel
de man nog even zal moeten wachten op z’n derde oscar, is hij ook
zeker niet ongeloofwaardig. Ian McKellen is betrouwbaar als altijd
in zijn bijrol als graalexpert Leigh Teabing en Paul Bettany is een
uitschieter als albino-moordenaar Silas. Ja, oké, hij gaat er soms
misschien een beetje óver, maar dan toch op een amusante manier. De
enige die echt uit de toon valt, is Audrey Tautou als Sophie Neveu,
die zich in het Engels duidelijk nog niet genoeg op haar gemak
voelt om dit soort rol te spelen met het zelfvertrouwen dat het
vereist.

‘The Da Vinci Code’ is onderhoudend, met aardig camerawerk (dat
laatste shot!) en een gepaste sfeerzetting (waarbij de makers
ontzettend geholpen worden door het gebruik van echte locaties in
Parijs en Londen). Wild kan ik er niet van worden, maar de prent is
onbetwistbaar wat de fans ervan verwachten en ondertussen ben je
weer twee uur en half van de straat af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 6 =