The Paddingtons :: First Comes First / Dogs :: Turn Against This Land


Korte en krachtige plaatjes zijn niet gediend met de lange,
oeverloze en weinig terzake doende inleidingen waarmee wij onze
besprekingen plegen aan te vatten en die de arme lezers moeten
overwinnen vooraleer we echt to the point komen. Vandaar dan ook:
pure, onversneden punk, zoals die dertig jaar geleden op de wereld
werd losgelaten is weer ‘in’. Nauwelijks een jaar geleden
probeerden The Rakes en The Others de wereld in te palmen, vandaag
is het de beurt aan Dogs en aan The Paddingtons. Aangezien beide
bands heel wat gemeen hebben voegen we – om dubbel werk te
vermijden – de besprekingen van hun respectieve debuut-cd’s hier
bij elkaar.

The Paddingtons komen uit het havenstadje Hull (dat ons ooit
o.a. The Housemartins schonk) en bestaan uit de naalddunne zanger
Tom Atkin, het broederpaar Lloyd (bas) en Grant Dobbs (drums) en de
gitaristen Joshua Hubbard en Martin Hines. En indien er vorig jaar
niet plots die heisa en die hype was geweest rond Arctic Monkeys,
dan had ‘First Comes First’ waarschijnlijk heel wat meer weerklank
gevonden in binnen- en buitenland dan nu. Dominic Masters (van The
Others) was één van de eersten die het potentieel van de band
ontdekte en hen in contact bracht met ene Pete Doherty en – veel
belangrijker nog – met Alan McGee van het Poptones-label.
Zonder afbreuk te willen doen aan het fijne Whatever People Say I Am: wij vinden
‘First Comes First’ eigenlijk nóg beter. Of anders gezegd: met
‘First Comes First’ amuseren we ons beter. Voor
originaliteitsprijzen komen deze kleinzoons van Johnny Rotten en
Sid Vicious niet in aanmerking, maar in de categorieën
begeestering, energie, enthousiasme en oprechtheid vinden zij hun
gelijken niet.
Owen Morris – legendarisch producer van het door The Paddingtons
niet bepaald op handen gedragen Oasis – trok met de groep de studio in
en slaagde erin de ruwe, ongepolijste sound en de spontaneïteit van
de groep op band te zetten. Het eindresultaat telt elf songs; zes
beesten van songs (‘Some Old Girl’, ’50 2 A £’, ‘Worse for Wear’,
‘Panic Attack’, ‘Tommy’s Disease’ en ‘Sorry’), drie doodgewone
deuntjes (’21’, ‘Loser’ en ‘First Comes First’), één halve misser
(‘Stop Breathing’) en één miskleun (‘Alright in the
Morning’).
Op hun best zijn The Paddingtons wanneer ze de luisteraar van bij
de eerste nanoseconde bij de keel weten te grijpen en een mega
meezingrefrein van jewelste afsteken. Daar staat dan wel tegenover
dat variatie ook hier soms ver te zoeken is en de band zelfs op een
plaatje van amper drieëndertig minuten een paar keer in herhaling
valt. Maar niettemin, zonder het ongepaste ska-stukje in ‘Alright
in the Morning’ had er misschien een ‘kleine vier sterren’ in
gezeten.

Iets meer variatie brengen Dogs uit Londen. Dat heeft
tegelijk voor gevolg dat ‘Turn Against This Land’ meer hoogtes en
laagtes kent dan ‘First Comes First’. Maar voor de rest is dit
grotendeels hetzelfde verhaal: na enkele overrompelende optredens
(o.a. in het voorprogramma van Razorlight, die andere – gewezen –
protégés van Pete Doherty) werden Johnny Cooke (zang), Rikki Mehta
en Luciano Vargas (gitaar), Duncan Timms (bas) en Rich Mitchell
(drums) opgemerkt door Universal Island en meteen richting Sawmill
Studio’s gestuurd om met John Cornfield (Stone Roses, XTC, Swans)
een plaat op te nemen.
De eerste single (met dubbele A-side) was er meteen één om u tegen
te zeggen. ‘London Bridge’ slaat in één keer een brug tussen de The
Jam, The Alarm, Psychedelic Furs en Art Brut, het geweldige ‘End of
An Era’ klinkt – we verzinnen het niet – zowaar als oude Big
Country in een punkjasje. Dat de Dogs ook mee zijn met hun tijd en
niet vies zijn van wat eighties-invloeden wordt duidelijk met de
(post)punk in ‘Donkey’, ‘Tarred and Feathered’ en ‘Heading for an
Early Grave’ en de dancepunk van ‘Wait’. Ook ‘Selfish Ways’, een
andere gewezen single, mag er wezen: het nummer begint met een
Editors-baslijntje, maar ontpopt
zich al snel tot een pure Libertines-song. Soms wagen de Dogs zich
op het terrein van de oerpunk. ‘She’s Got a Reason’ en ‘It’s Not
Right’ zijn echter beduidend zwakker dan het zwakste van ‘First
Comes First’, maar ‘Tuned To A Different Station’ (!!!!) en het
verschroeiende ‘Red’ zijn dan weer van een niveau waar The
Paddingtons voorlopig alleen maar kunnen dromen.

Zo’n twintig jaar geleden noemden The Housemartins hun eerste elpee
nog ‘London 0 Hull 4’, anno 2006 eindigt de uiterst genietbare
strijd tussen beide steden op een billijk gelijkspel. ‘First Comes
First’ en ‘Turn Against This Land’ zijn twee méér dan geslaagde
debuten, waar het speelplezier en het enthousiasme afdruipen. We
zijn evenwel benieuwd of dat in de toekomst zal volstaan en wie het
als eerste zal aandurven zich los te rukken van de beperkingen van
één genre…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 9 =