Walk the Line




Geen bokser zo dood, geen zanger zo blind en geen acteur zo
neurotisch of ze maken er in Amerika wel een biopic over. Heel vaak
zijn dat soort films nogal ergerlijke heiligenlevens die gretig
gebruik maken van elk cliché dat zich maar aandient (hallo ‘Cinderella Man’). Maar het kàn ook goed
aflopen. Stephen Hopkins bewees dat toen hij ‘The Life and Death of Peter Sellers’
verleden jaar injecteerde met voldoende humor, intelligentie en
stijl om er het soort film van te maken dat het genre oversteeg.
James Mangold, die in het verleden niet écht indruk maakte met
middelmatige projecten als ‘Girl,
Interrupted’
en ‘Identity’,
voegt nu alvast één titel toe aan het veel te korte lijstje goeie
biopics met ‘Walk the Line’, over country legende Johnny
Cash.

Tijdens het eerste half uur lijkt het nochtans meteen faliekant mis
te lopen. We beginnen met een proloog waarin de tienjarige Johnny
zijn oudere broer Jack verliest na een ongeluk. Jack was de
favoriete zoon van zijn vader – een jongen die hard werkte, goed
studeerde en zelfs predikant wilde worden. Wanneer hij sterft, zegt
zijn vader tegen Johnny: “Ik heb de verkeerde zoon verloren.” Van
je ouders moet je ‘t hebben. Een levenslang trauma is geboren, en
het publiek slaakt een collectieve kreun. Dit gaat toch wéér niet
zo’n film worden als ‘Ray’? Zo
eentje waarin men een heel mensenleven probeert te verklaren aan de
hand van wat clichés? We krijgen de jonge Cash te zien, nu gespeeld
door Joaquin Phoenix, die het leger ingaat, in Duitsland een gitaar
oppikt en z’n eigen liedjes begint te schrijven. Vervolgens komt
hij terug naar huis om een zangcarrière op te bouwen en zo,
misschien, de goedkeuring van zijn vader te winnen.

So far, so boring, maar het is dan, na bijna een half uur,
dat de film z’n ritme vindt en dat het drama interessanter begint
te worden. Tijdens een optreden maakt Johnny immers kennis met June
Carter (Reese Witherspoon) – de twee voelen zich duidelijk meteen
tot elkaar aangetrokken en er ontstaat een diepe vriendschap tussen
hen, maar het zal nog een jaar of tien duren voordat Johnny haar
eindelijk definitief kan veroveren. Eens die relatie wordt
geïntroduceerd, verandert de film in iets heel anders. Die nogal
suffe biografische prent wordt het verhaal van een moeilijke liefde
(alsof er andere bestààn). 30 minuten lang is ‘Walk the Line’ een
saaie biopic. Daarna krijgen we nog 105 minuten lang een zeer
boeiend romantisch drama.

Ik zal maar meteen bekennen dat ik bitter weinig afwist van het
leven van Johnny Cash vooraleer naar deze film te kijken. Ik kende
een aantal van z’n liedjes, natuurlijk, en ik wist wel dat hij ooit
verslaafd is geweest aan het één of ander – daar ben je dan ook een
beroemde zanger voor. Hoe accuraat ‘Walk the Line’ is in z’n
voorstelling van de feiten, is dan ook een vraag waar ik geen
antwoord op kan of wil geven. In feite is het ook een overbodige
vraag – het enige dat er echt toe doet, is of het scenario werkt
als verhaal, als entertainment. En het werkt wonderwel.

Wanneer Ray Charles in ‘Ray’ aan de
drugs raakt, zien we enkel wat de effecten van het spul zijn op
Charles’ lichaam en verstand. Het hoofdpersonage is een wereld op
zichzelf. Maar James Mangold doet iets anders: hij maakt van de
relatie tussen Cash en Carter de crux van zijn film. Wanneer Cash
in ‘Walk the Line’ zwaar aan de pillen zit, zien we dan ook in de
eerste plaats wat het gevolg daarvan is voor de verstandhouding
tussen hem en Carter. Dat maakt het veel makkelijker om mee te
leven met de situaties: je ziet hier niet zomaar één man die alles
heeft om gelukkig te zijn maar het uit pure stompzinnigheid steeds
verklooid. Nee, je ziet twee mensen die duidelijk voor elkaar
gemaakt zijn, maar elkaar steeds blijven aantrekken en afstoten. De
stommiteiten die Cash uithaalt, zoals zijn verslaving, verhoogt de
inzet van het liefdesdrama.

Dat gezegd zijnde, is en blijft ‘Walk the Line’ wel een
conventionele prent. Mangold vindt een ietwat interessantere
invalshoek om zijn verhaal te vertellen dan sommigen van zijn
collega’s, maar wat het scenario of de regie betreft, worden er
hier nergens dingen gedaan om echt grote ogen van te trekken. Wat
de film definitief boven de middelmaat uittrekt, zijn de
acteerprestaties. Reese Witherspoon is perfect als June Carter,
omdat ze zich bescheiden durft op te stellen. De meeste actrices
die voor 20 miljoen dollar in een serieus drama komen opdraven,
zouden eisen om een grote dramatische scène te krijgen, een paar
sappige monologen. Maar Witherspoon niet – haar rol bestaat er
voornamelijk uit te reageren op wat Joaquin Phoenix doet, en ze
accepteert dat. Witherspoon weet de praktische, no-nonsens
mentaliteit van Carter helemaal te vatten. Ze is een madam met haar
op haar tanden, die Johnny doodgraag ziet, maar ook weet wanneer ze
hem de deur moet wijzen totdat hij weer clean is. Witherspoon heeft
de laatste jaren vooral in nogal debiele romantische komedietjes
gespeeld, zodat haar kracht als dramatische actrice hier eens zo
verrassend overkomt. Ze heeft geen grote emotionele scènes, maar ze
heeft die ook niet nodig.

Joaquin Phoenix op zijn beurt is een revelatie. Wie zich het werk
van de man herinnert, weet dat Phoenix in feite een vrij hoge stem
heeft, maar de grollende bariton die hij hier laat horen is
voldoende om je overal kippenvel te bezorgen. In tegenstelling tot
Jamie Foxx in ‘Ray’, zingt Phoenix hier alles zelf, en de
gelijkenis van zijn stem met die van Cash is ronduit griezelig.
(Ook Witherspoon gebruikt haar eigen stem, trouwens, op een manier
die suggereert dat ze nog altijd aan een zangcarrière kan beginnen
als het met acteren niet meer zou lukken.) Het is sowieso al een
voordeel dat de acteurs zelf zingen – in ‘Ray’ was het ronduit belachelijk hoe je
plots de stem van Ray Charles uit de mond van Jamie Foxx hoorde
komen. ‘Walk the Line’ lijkt veel realistischer.

Maar wat Phoenix doet gaat veel verder dan zomaar een geslaagde
imitatie – dit is de eerste film van het jaar waarbij ik simpelweg
vergat dat ik naar een acteur zat te kijken. Elke emotionele nuance
wordt perfect geloofwaardig weergegeven, elke beweging zit juist,
zonder dat je ooit de indruk krijgt naar een verzameling tics te
zitten kijken. Dit is een tour de force waar mensen oscars
mee winnen.

‘Walk the Line’ heeft een scenario dat net iets beter in elkaar
steekt dan dat van de meeste biopics, dat is waar. En hij heeft
natuurlijk de muziek van Johnny Cash, die de hele prent domineert.
Maar het zijn de acteurs die het ‘m doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − twaalf =