The Fog




Enkele jaren geleden maakte Rupert Wainwright de bespottelijke
‘Exorcist’wannabe ‘Stigmata’: een horrorfilmpje dat eigenlijk
nergens op sloeg, maar dat zich wist te onderscheiden door de meest
pretentieuze beeldvoering van de recente filmgeschiedenis.
Close-ups van een bakkend ei, shots vanuit de micro of vanachter
een open haard… Waarom ook niet? Je zou denken dat de brave man
van daaruit niet lager zou kunnen zinken, maar vergis u niet: ‘The
Fog’ is nóg erger. Wainwright maakt hier een remake van de – laat
ons eerlijk zijn – toch al niet geheel overgetelijke horrorfilm van
John Carpenter uit 1980, en slaagt erin om elk laatste beetje
spanning of oubollige charme die het origineel had, definitief uit
het scenario te bannen. Ik zou graag een prachtig sonnet schrijven
over de algehele zeikerigheid van deze film, ik zou u er een lied
van willen zingen, edoch, ik ben slechts een eenvoudige scribijn,
en moet het dus stellen met de middelen die ter mijner beschikking
staan. Treedt naderbij en aanhoort.

We bevinden ons op Antonio Island in Oregon, een ietwat geïsoleerde
gemeenschap die zich opmaakt voor een viering van zijn stichters.
Die plaatselijke voorvaders waren echter niet zo zuiver op de graat
als iedereen wel denkt. Toen er zo’n honderd jaar geleden een schip
voor de kust lag vol met rijke lepralijders, schoten de vroege
bewoners van Antonio ogenblikkelijk in een eigen leprozen
eerst
-reflex, en ze plunderden het schip om de opvaarders
genadeloos af te maken. Nu, een eeuw later, is dat verhaal al lang
vergeten en de moordenaars van toen krijgen nu een standbeeld. Net
voor dat onthuld moet worden, treedt er echter een dikke mist op –
de spoken van het verleden zijn terug om wraak te nemen. En wat ik
me dan afvraag is: als een lepralijder sterft en terugkeert als
geest, heeft zijn spook dan weer al zijn ledematen terug? Nuja,
laat maar.

De nominale helden van dit verhaal zijn Tom Welling als Nick Castle
(genoemd naar de acteur die Michael Myers speelde in ‘Halloween’)
en Maggie Grace als zijn vriendin Elizabeth Williams. Ik kan u dat
meedelen, maar eigenlijk is het irrelevante informatie, aangezien
ze toch maar twee willekeurige figuren zijn wiens enige functie is
te reageren op wat er om hen heen gebeurt. In dit soort van
derderangsgriezelfilmpjes heb je nu eenmaal een jongen en een
meisje nodig – wat die verder allemaal aanvangen of wie ze precies
zijn, doet er niet toe. Het helpt trouwens ook niet dat de beide
acteurs die hiervoor opgetrommeld werden, ongeveer even dynamisch
zijn als een kamerplant in putje winter. Tom Welling kent u alleen
als u een onvoorwaardelijke fan bent van ‘Cheaper By The Dozen’ of de tv-reeks
‘Smalville’ (en in dat geval mag u zich dringend van mijn site
wegscheren), Maggie Grace is afkomstig uit de tv-reeks ‘Lost’,
waarvan ik me heb laten vertellen dat ik die zeker eens moet zien.
Als er ooit eens geen films meer zijn die me interesseren, en ik
heb alle boeken gelezen die ik nog moet inhalen, zal ik er eens
over nadenken dat te doen. Tot dan kan ik enkel zeggen dat ze hier
fameus op de zenuwen werkt met een eentonige vertolking. Grace is
allicht eerder gecast om haar uiterlijk dan om haar talent en
inderdaad: als ze nu haar kop had gehouden en gewoon stilletjes in
een hoekje was gaan zitten, dan was ze nog mooi assorti geweest met
de sets.

Buiten die afwezigheid van helden om wie we iets kunnen geven,
blijft daar ook de onophoudelijke stortvloed aan clichés die we
over ons heen krijgen. Misschien dat John Carpenter daar nog min of
meer mee wegkwam in 1980 (hoewel), maar sinds ‘Scream’ de regels
van het genre ragfijn analyseerde en in het belachelijke trok, is
het echt geen realistische optie meer om ze met een uitgestreken
gezicht te proberen gebruiken. Passeren de revue: de partyende
jongeren die zich tegoed doen aan drank en seks en bijgevolg als
eerste het hoekje omgaan. De schaars geklede jongedame die in het
midden van de nacht, in de koude en in de dikke mist, haar
onheilspellende voortuin inloopt en “Hellooo” roept. De
wijze, oude, hevig gerimpelde man (denk aan de evil emperor
uit de ‘Star Wars’-reeks, zó ziet
hij er ongeveer uit) die in een bibliotheek plichtbewust
achtergrondinformatie verschaft aan onze helden. De goed bedoelende
personages die geruisloos achter elkaars rug opduiken om een ander
te doen schrikken. Enzovoort, enzoverder, tot in lengte van dagen.
Amen.

Het enige castlid dat ook maar een klein beetje de indruk weet te
wekken dat ze weet waarmee ze bezig is, is Selma Blair als
presentatrice van een plaatselijke radiozender. ‘t Is niet zozeer
dat ze de meubelen weet te redden (dat was in dit gedrocht al op
voorhand een verloren zaak), maar wel dat ze erin slaagt om niét
irritant slecht te zijn. Als je naar dit soort ongein zit te zien,
ben je na een tijdje al snel tevreden.

Ach ja. Hele mooie, hele domme mensen lopen over en weer. Ze
gillen. Veel van hen sterven, zij het dan niet snel genoeg.
Ondertussen krijgen we een visuele stijl die nauwelijks adequaat te
noemen is en typische ta-ta-taam!-muziek. ‘The Fog’ is een
project dat vertrokken is vanuit een middelmatig script en
vervolgens met elke nieuwe beslissing die er werd genomen nog aan
niveau heeft moeten inboeten, tot er niets meer overbleef. Vandaag
gezien, morgen alweer verloren in de mist van een geheugen waar al
veel te veel van dit soort crap voor een plaatsje heeft moeten
vechten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =