The Libertine




Er zijn maar weinig acteurs die zich staande kunnen houden in
gelijk welke film; die altijd goed zijn, ongeacht de drek waar ze
soms in meespelen. Johnny Depp is er zo eentje: zelfs wanneer hij
ingetogen acteert in een kleinschalige productie (‘Finding Neverland’), slaagt hij erin om
personages te creëren die blijven nagalmen, soms lang nadat de film
zelf volledig uit je geheugen verdwenen is. In ‘The Libertine’ is
het niet anders: Laurence Dunmore’s debuutfilm begint fantastisch,
maar zakt al gauw weg tot het niveau van de doorsnee pompeuze
theaterverfilming, die zich moeizaam van de ene hoogdravende
dialoog naar de andere sleept. De prent zelf is dus niks om over
naar huis te schrijven, maar Depp is alweer een genot om naar te
kijken.

De plot speelt zich af in het Engeland van de jaren 1670: Charles
II (John Malkovich) zit op de troon, en terwijl de oude waarden van
de Britse monarchie worden gerestaureerd, houdt zowat de hele
bevolking zich blijkbaar bezig met toneelbezoek, drinken en
rondneuken (zij het niet noodzakelijk in die volgorde). Grootste
viespeuk van de hele bende is John Wilmot, de Tweede Graaf van
Rochester (Johnny Depp), die zichzelf op dagelijkse basis
strontlazarus zuipt, alles bespringt dat los of vast zit en
tussendoor al eens een obsceen toneelstukje schrijft. Wanneer de
koning bezoek krijgt van een Franse delegatie en voor de
gelegenheid een stuk van Wilmot eist, komt deze aanzetten met een
ongegeneerde ode aan de fallus. Dildo’s worden uitgedeeld aan het
publiek, er lopen personages rond met ronkende namen als “Lady
Clitoris” en tijdens de climax (ha-ha-ha) van het verhaal, rijdt
een dwerg op een gigantische penis het podium op. En u dacht al dat
het Toneelhuis soms ver ging. Wilmot gaat met één van zijn
collega’s een weddenschap aan dat hij van een mislukte actrice
(Samantha Morton) de ster van de Londense bühne kan maken, maar
zelfs de relatief tedere relatie met haar kan uiteindelijk geen
beter mens van hem maken.

‘The Libertine’ opent met een fantastische monoloog die Johnny Depp
rechtstreeks naar de camera richt: ‘You will not like me,’
waarschuwt hij het publiek. En daar heeft hij gelijk in, maar het
probleem met de film – of in ieder geval één van de vele problemen
ermee – is dat we bij gebrek aan sympathie voor Wilmot, enkel
onverschilligheid voor hem gaan voelen. Dat het hoofdpersonage van
een film geen beminnelijke kerel is, is op zichzelf niet zo erg,
maar dan moet je er als schrijver of regisseur wel een boeiende
schurk van maken. Sympathie is niet noodzakelijk, maar je moet op
z’n minst iéts voelen voor die figuur. Hier komt John Wilmot enkel
over als een koleriek klein kind dat wild om zich heen trapt en
ongelooflijk z’n best doet om iedereen te schofferen, maar
uiteindelijk niets te vertellen heeft.

In die zin dringt er zich een vergelijking met de film ‘Quills’ op,
over de Marquis de Sade. Daar was de Sade, gespeeld door Geoffrey
Rush, óók geen toffe pee, maar hij was wel een intelligent man die
zinnige dingen zei en via de vulgariteiten die hij schreef een
politiek en filosofisch standpunt probeerde duidelijk te maken.
John Wilmot, zoals we hem zien in ‘The Libertine’, is daarentegen
weinig meer dan een volwassen puber, die probeert te choqueren met
vuile woorden. Hij heeft ons niets te melden en bijgevolg kan het
ons dan ook geen lor schelen of hij leeft of sterft. Die
onverschilligheid is fataal voor de film.

‘The Libertine’ is een toneelverfilming, en dat is eraan te merken:
we krijgen vaak bombastische dialogen die minutenlang aanslepen en
geschreven zijn in een gekunsteld quasi-poëtisch Engels. Op het
toneel werkte dat misschien, maar in de film weet Laurence Dunmore
absoluut geen vorm te geven aan dat materiaal. De regisseur haalt
zichzelf continu onderuit door een visuele stijl te hanteren die
langs alle kanten vloekt met de inhoud.

Dunmore maakt constant gebruik van een bewegende, vaak handgehouden
camera, en filmt in vuile, grauwe kleuren. Het is regelmatig
moeilijk om te zien wat er precies gaande is, omdat de helft van
het scherm in diepe schaduwen gehuld is. Dat zal vast wel erg
artistiek bedoeld zijn, maar het is een radicaal verkeerde aanpak
om dit toneelstuk visueel tot leven te brengen. Je krijgt een
camera die continu alle soorten heksentoeren aan het uithalen is,
en ondertussen blijven die acteurs gewoon staan terwijl ze zich
door eindeloze hompen tekst heenwerken. Het effect is regelmatig
behoorlijk irritant. Neem nu een monoloog van Johnny Depp aan het
einde van de film: John Wilson houdt een speech voor het parlement,
en terwijl hij spreekt, loopt hij telkens naar de camera toe. Hij
zet twee of drie stappen in de richting van de lens, en wanneer hij
op die manier in close-up is gekomen, gaat de cameraman simpelweg
twee of drie stappen achteruit. Vervolgens herhaalt het hele
procédé zich. Maar elke keer dat de camera achteruit beweegt, wordt
het beeld enkele seconden lang onscherp, omdat Dunmore met een
handgehouden camera filmt. Terwijl Depp moedig verder acteert, moet
de cameraman dan weer zijn focus zoeken, waarna de acteur weer
dichterbij kan komen. Welke drugs had de regisseur genomen toen hij
dàt shot bedacht en mag ik er wat van hebben, alstublieft?

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, krijgen we een muzikale
score van Michael Nyman die lijkt te suggereren dat de componist de
film helemaal niet gezien had voordat hij eraan begon te schrijven.
De muziek is al even bombastisch als de tekst, en overweldigt
regelmatig de scènes die ze hoort te begeleiden. Kijk maar naar de
eerste scène in het theater, waarin Wilmot de koning ziet zitten
aan de andere kant van de zaal. We krijgen een lang steadicamshot
dat eigenlijk nergens anders goed voor is dan om het production
design dik in de verf te zetten, en ondertussen bleirt die muziek
maar uit de speakers, veel te luid en veel te nadrukkelijk.

Het enige dat ‘The Libertine’ nog een beetje bekijkbaar maakt, is
Johnny Depp – gezien het soort film waar hij inzit, is het een
wonder dat hij toch weer geloofwaardig uit de hoek weet te komen.
Hij neemt die onverteerbare teksten en mààkt er iets van. Hij gooit
zich vol overgave in een rol en film die zijn talent niet
verdienen. Alle respect voor meneer Depp dus, maar of dat nu een
excuus is om te gaan kijken? Nou, nee, laat maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + drie =