Picastro :: Metal Cares

In koude wintermaanden verkilt het hart sneller dan anders terwijl een mistroostig sneeuwlandschap in het netvlies vastvriest. Een enkele wanhoopskreet, gesmoord door de koude, sterft onhoorbaar in een ademwolk. Het metaal schraapt zacht over de blanke huid, teder strelend als de zoekende vingertoppen van een minnares: een laatste daad van genegenheid.

De enige warmte die het lichaam kent, baant zich door nieuw geopende paden een weg naar buiten terwijl haar gastheer het verlies schijnbaar onbewogen ondergaat. Met elke druppel sijpelt ook de wil tot leven weg, terwijl op de achtergrond de laatste klanken vervluchten. Een hoofd weegt zwaar door wanneer het de last van het leven als een doornenkroon om het voorhoofd gespannen weet.

Zelfs zonder een glaasje te veel op durven we ons weleens te verliezen in ijdele bespiegelingen waarvan de zwaarmoedigheid afdruipt, waarna we niet zozeer naar het mes als wel naar de chocolade grijpen in het volle besef dat al die vrouwen niet fout kunnen zijn. Deze maal zorgt Picastro voor algemene malaise door vlijmscherpe, in wanhoop gewette songs op de argeloze luisteraar los te laten.

Metal Cares kerft genadeloos door de ziel waarna de tristesse zich een weg naar het hart baant. Een minimale bezetting geeft de strijkers hun vrijheid terwijl de klagende stem van Liz Hysen alle aandacht opeist. "No Contest" is dan ook geen overwinningslied maar de klaagzang van een eeuwige verliezer die al lang de hoop ooit te winnen heeft opgegeven. Maar hij is — hoe kan het anders — geen partij voor de hypochonder uit "Common Cold". De zieke schreeuwt zijn imaginaire pijnen uit terwijl een spaarzaam aangeslagen piano op de achtergrond weerklinkt.

De dreiging in "Sharks" neemt nergens Jawsproporties aan, maar in het duistere, eindeloze bad waarin we ondergedompeld zijn, schuilen ook gevaren die zich niet zomaar kenbaar maken. "Dramaman" zet haast beschroomd een stap terug wanneer een beschuldigende vinger naar hem wijst. Langzaam dringen de instrumenten de persoonlijke ruimte binnen, terwijl de paranoia zich een weg baant door de geest, innerlijk "j’accuse" schreeuwend met harde stem: misschien zijn het niet meer dan ijldromen die ons uit onze slaap houden.

"I Can’t Fall Asleep" klinkt steeds harder en beukt op het hoofd in, de vermoeidheid slaat toe. De wanhopige smeekbeden bieden hoogstens verpozing, maar niet de broodnodige rust waardoor de hallucinaties zich steeds meer opdringen. "Skinnies" is dan ook de evocatie waarin gitaren met elkaar in de clinch gaan: "Broke my hands to touch you, and now you’re scared. (…) And the worst part is I don’t even care."

Gelukkig vinden we troost bij "Raddy Daddy", een lichtpunt in de duisternis dat onze angstdromen niet verjagen kan. Het monster dat ons belaagt in "Teeth And No Eyes" openbaart zijn gruwelijke aard maar verslindt ons niet. Het is een mentale lijdensweg die het beest aan ons openbaart, een innerlijke demon die zijn tijd neemt om wonden aan te brengen. De traditionele klaagzang "Ah Nyeh Nyeh" effent het pad voor een dwingend "Blonde Fires" dat in de herhaling zijn meester erkent.

Meer nog dan op het debuut Red Your Blues laat het Canadese Picastro het gevoel primeren op de muziek. Weemoed en wanhoop vormen een album lang de rode draad doorheen songs die haast inwisselbaar lijken. Hysens klagende stem is allesbepalend maar geeft de songs en de instrumenten de broodnodige ruimte. Melancholie kan maar al te snel overslaan in pathos en klaagliederen klinken maar al te vaak hol en leeg. Picastro bewandelt dan ook een dunne lijn maar weet met Metal Cares vooralsnog de juiste snaar te raken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 11 =