Sin Ropas :: Fire Prizes

Sin Ropas is en blijft een merkwaardig duo. De band van Tim Hurley (ex-Red Red Meat en Califone) en Danni Iosello wordt ingedeeld bij alle stijlen die eindigen met .country of -rock, maar die stoten Sin Ropas af als een getransplanteerde nier. Nee, Sin Ropas is een bevreemdende ervaring die het donkerste uit de muzikale ondergrond opgraaft en zich er sloom in wentelt.

Fire Prizes is alweer de derde plaat van het deprimerende duo, na Three Cherries (2000) en Trickboxes On The Pony Line (2003). Een plaat waarop geen verrassend nieuwe elementen voor hun doen te ontdekken zijn, maar één waardoor Sin Ropas meer dan ooit een merknaam wordt, of eerder een kwaliteitslabel. Fire Prizes bevat weer acht broeierige, verzengend trage nummers, die pakweg het onvolprezen "I See A Darkness" van Bonnie ’Prince’ Billy, Songs: Ohia, Spain en Low levenslustige kleinkunst over kauwgomballen- en andere groene bomen doen lijken. Sin Ropas’ muziek past bij een woestijn waar de zon nooit schijnt, trekt op de mooiste zomerdag een pak donkere wolken en erwtensoepdikke nevel op, maar maakt van mistroostigheid een onmisbaar mooie deugd.

De acht nummers op deze plaat denderen tergend traag voorbij als een goederentrein waar geen einde aan komt. Maar zoals de trein je doet stoppen, dwingen de "songs" (zonder noemenswaardige structuur) van Sin Ropas je tot luisteren. Hun composities vergen heel wat inspanning, meerdere malen, maar als de slagbomen weer omhoog gaan, kan je je er alleen maar van vergewissen dat het de moeite waard was.

Sin Ropas leidt je de zo donker mogelijke melancholische grot binnen, waarin je blijft lopen omdat je absoluut wilt weten waar de weg naartoe leidt — en na een dozijn luisterbeurten weet je dat nog altijd niet. Onderweg word je begeleid door allerlei vervormde, pingelende, zware en akoestische, verstoorde, kronkelende en rechtlijnige gitaarpartijen. De monkelende, mompelende stem van Hurley vervormt wel eens tot ze lijkt op meerstemmige, naargeestige sirenen (zoals in "Slap The Cage Door") die je alle richtingen tegelijk willen uitsturen, net als de occasionele orgelpartijen, of een verminkte trompet of accordeon hier en daar.

Elke poging tot omschrijving van de zeven minuten lange suites zou sowieso tekort schieten, ons te ver en u waarschijnlijk om de tuin leiden. Wie, zoals ondergetekende, in openingsnummer "Seventeen Times" of in het baldadig mooie "Roulette Wild" na een paar luisterbeurten ruwe schoonheid ontwaart, moet zeker de lange dwaaltochten door de songs aanvatten, om ze zich achteraf geenszins te beklagen.

Soms flakkert er door het dikke rookgordijn dat de muziek spuit wel wat vuur op, zoals op het einde van "Crown To Stutter", waar Iosello zelfs op de drums mag rammen, en in "Yelling In Chinese" mag ook het tempo wat omhoog. Dat laatste is trouwens ook het enige nummer dat echt in de buurt komt van een song, met een semi-instrumentaal refrein dat hoe meer hoe feller herhaald wordt. Sin Ropas maakt muziek voor wie z’n ziel aan de nacht heeft verkocht, tristesse als een lange stoffen mantel rond zich drapeert, en voor wie nog de kale takken door een pikdonker bos ziet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + negentien =