Enron :: The Smartest Guys in the Room




Ergens halverwege deze documentaire, moest ik plotseling denken aan
Tom Wolfe’s roman ‘The Bonfire of the Vanities’ (en vooral niét aan
die vreselijke film die ze daarvan gemaakt hebben). In één van de
eerste hoofdstukken van dat boek ontmoeten we Sherman McCoy,
aandelenmakelaar op Wall Street, die zichzelf heimelijk een meester
van het universum noemt. Hij zal het nooit hardop zeggen, maar hij
is het die in de de driver’s seat van de wereld zit: miljoenen gaan
elke dag door zijn vingers, het geld waarop het land, de hele
economie draait. In de praktijk doet hij weinig anders dan
telefoontjes plegen en toetsen indrukken op een computer, groene
cijfertjes vertegenwoordigen zijn macht, maar het gevoel is er niet
minder sterk om. Hij is de generaal van een fictief leger van
winstmarges en percentages, en voelt zich de Patton van zijn
vakgebied. Iets gelijkaardigs moet in het hoofd van de bonzen van
Enron hebben gespeeld: jarenlang was het bedrijf één van de meest
succesvolle van de VS, de aandeelprijzen swingden de pan uit en de
bazen zagen zelfgenoegzaam dat het goed was. Ze waren bij de
grootste jongens van de Amerikaanse financiële wereld.

Tot in 2001, op nauwelijks een maand tijd, het bedrijf failliet
ging. Plotseling doken er allerhande indianenverhalen op over
grootschalige fraude en illegale praktijken allerhande. Enron, dat
oerdegelijk bedrijf waar alle andere jaloers op waren, bleek al
jarenlang zo goed als bankroet te zijn. Terwijl de hoge omes tijdig
hun aandelen verkochten en met honderden miljoenen dollars
wegkwamen, verloren hun werknemers alles in het faillissement – we
krijgen een man te zien wiens pensioenplan ooit $ 248.000 waard
was. Nadat Enron in elkaar stortte, bleef hij achter met 1.200
miezerige dollars. Het verhaal van Enron was één van de grootste
schandalen die de financiële wereld ooit gekend heeft, en nu heeft
Alex Gibney een fascinerende documentaire gemaakt, die op een
opvallend heldere manier inzicht biedt in de smerige deals waar het
bedrijf zich jarenlang mee bezighield.

Enron werd in 1985 opgericht als een energiebedrijf dat
elektriciteit en aardgas leverde binnen de VS. Directeur was
Kenneth Lay, een man die al jaar en dag in het oliewezen actief was
en nauwe contacten onderhield met zowel vader als zoon Bush. In ’87
kwam Enron voor het eerst in opspraak, toen bleek dat twee
werknemers hadden gehandeld met voorkennis: Louis Borget en Thomas
Mastroeni hadden contact met belangrijke figuren in Saudi-Arabië en
Koeweit, wat hun oliehandel uiteraard geen kwaad deed. Lay werd
hiervan op de hoogte gesteld, maar in plaats van de twee terug te
fluiten, stuurde hij hen een memo: “Keep making millions for
us.”

Van daaruit werd het enkel erger: Jeff Skilling, Lay’s rechterhand,
introduceerde het begrip mark to market om Wall Street een
vertekend beeld te geven van hoe Enron er financiëel eigenlijk
voorzat. Mark to market betekent dat je voor elk fiscaal
jaar niet de winst aangeeft die je effectief hebt gemaakt, maar wel
de winst waar je zicht op hebt voor volgend jaar. Je sluit een deal
voor vijftig miljoen dollar en hop, je geeft die vijftig miljoen
aan als winst. Ondertussen heb je nog geen geld gezien, natuurlijk,
maar de waarde van je aandelen gaat wel de hoogte in. In
werkelijkheid lekte Enron langs alle kanten geld: centrales werkten
niet, een plan om via het internet films te verdelen mislukte,
deals sprongen af… Maar op papier was het een kerngezond bedrijf.
Uiteindelijk moest Lay er economisch Wunderkind Andrew Fastow
bijhalen, die een resem nepbedrijven oprichtte waar de verliezen
van Enron naartoe geboekt konden worden. Typerende naam voor zo’n
bedrijf: M. Yass.

De schandaligste marktmanipulatie vond echter eind jaren negentig
plaats, toen Enron een fictieve energiecrisis creëerde in
Californië. Hey, het bedrijf had geld nodig, dus wat doe je dan? Je
belt je centrales in Californië op om te zeggen ze gerust een
creatieve reden mogen bedenken om een deel van hun installatie plat
te leggen. Gevolg: de staat heeft te weinig elektriciteit. Gevolg:
Enron kon de gewone consument doen betalen tot ze blauw zagen voor
elektriciteit die in werkelijkheid meer dan genoeg aanwezig was,
als het bedrijf de kraan maar weer open wilde draaien. Indirect
gevolg daarvan: Democratisch gouverneur Gray Davis werd afgezet
omdat hij het probleem niet snel genoeg kon oplossen en Republikein
Arnold Schwarzenegger volgde hem op.

Uiteindelijk moest dat schip natuurlijk ten onder gaan: bijna
twintig jaar lang was Enron een facade geweest, waarachter enkel
corruptie schuilging. Het bedrijf was de illusie van grootsheid,
meer niet. Lay, Skilling en Fastow, de slimste jongens van de klas,
hadden een groot deel van hun aandelen al verkocht zo gauw ze de
bui zagen hangen, terwijl ze hun werknemers bleven verzekeren dat
alles fantastisch ging. De werknemers van Enron hadden aandelen in
het bedrijf, hun pensioen hing af van de financiële gezondheid
ervan. De ondergang ging zo verdomd snel dat ze niet de tijd kregen
om te reageren en voor ze het wisten, waren ze alles kwijt.

Alex Gibney’s film is opvallend effectief in het vertellen van zo’n
complex verhaal. Dit is ingewikkelde materie, zeker als je zelf
geen econoom bent, maar Gibney ontwikkelt knappe filmische methodes
om zijn kijkers georiënteerd te houden. Hij plakt zijn interviews
op een weldoordachte manier aan elkaar: telkens wanneer één van de
betrokkenen een kleurrijke metafoor gebruikt om de situatie te
schetsen, maakt Gibney er een punt van om die in z’n film op te
nemen. Op een bepaald moment horen we: ‘Op de Titanic had de
kapitein tenminste het fatsoen om ten onder te gaan met het schip.
Bij Enron staken de kapiteins eerst hun zakken vol, om vervolgens
op de eerste reddingsboot te springen en naar de passagiers te
roepen: “Alles komt in orde!”‘ Kijk, bij dàt soort vergelijkingen
kun je je dus iets voorstellen. En ook gebruikt de regisseur
visuele motiefjes om alles duidelijk te houden. Het concept mark to
market zal voor de meeste kijkers maar weinig betekenen, maar
telkens wanneer de term gebruikt wordt, krijgen we eenzelfde shot
van een computerklavier waar een anonieme hand druk cijfertjes op
invoert. Elke keer dat we dat shot zien, weten we bijgevolg meteen
waar het over gaat, ons visueel geheugen voert ons automatisch
terug naar de eerste keer dat we het hebben gezien en de uitleg die
er toen bijhoorde. Dat is knap filmmaken. Gibney weet van de wereld
van high finance zowaar de setting te maken voor een boeiend
menselijk drama.

Uiteindelijk gaat deze film over machtmisbruik. Geef mensen het
vooruitzicht om een quasi ongelimiteerde hoeveelheid geld te
verdienen en kijk toe hoe snel ethiek en moraliteit overboord gaan.
Geef mensen het gevoel dat ze een meester van een universum zijn en
ze gaan er garanti alles aan doen om dat universum zo snel mogelijk
kapot te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − veertien =