Identity


Deze film valt absoluut onder de noemer “schuldige genoegens” –
een horror-thriller die willens en wetens alle conventies van het
genre navolgt (weliswaar met de tongue stevig in de cheek
geplaatst), om te eindigen met een plottwist die alles in een heel
ander daglicht stelt. James Mangold, regisseur van ‘Copland’ en
‘Girl, Interrupted’ maakte hier een
ongegeneerd crappy B-filmpje, dat door elke recensent met het
grootste gemak ter wereld de vernieling in geholpen kan worden
indien hij objectief bekeken wordt. Alleen is het zo moeilijk om
objectief te blijven over een film waar je zoveel eenvoudige fun
aan beleefd hebt.

‘Identity’ begint tijdens een stormachtige nacht in Nevada – er
is zoveel regen gevallen dat de wegen onderstroomd zijn, en een
tiental reizigers zien zich verplicht een onderkomen te zoeken in
een motel aan de snelweg.

Zo is er bijvoorbeeld Ed (John Cusack), een limousinechauffeur
die vroeger een politie-agent was, en nu ingeregend zit samen met
de filmster die hij vervoerde (Rebecca DeMornay). Amanda Peet
speelt Paris, een hoertje dat het leventje vaarwel wilde zeggen om
terug te gaan naar haar thuisstad in Florida. Rhodes (Ray Liotta)
is een flik die een moordenaar naar een andere gevangenis
transporteerde voor het weer hem verraste. George (John C.
McGinley), is een seutige huisvader wiens echtgenote net overreden
werd. Ginny is een net getrouwde twintiger die twijfelt over haar
impulsieve huwelijk. En dan is er nog de eigenaar van het motel,
natuurlijk, die schijnbaar een probleem heeft met “losbandige
vrouwen” zoals Peet.

Ondertussen zien we in een nabijgelegen stad een
spoedvergadering plaatsvinden tussen een rechter, twee advocaten en
een psycholoog (Alfred Molina). Een meervoudige moordenaar zal
morgen geëxecuteerd worden, maar Molina denkt bewijzen te hebben
gevonden dat de man in kwestie wettelijk schizofreen is en
bijgevolg niet vervolgd kan worden. We weten als publiek dat er een
link is tussen die twee verhaallijnen, maar wie die link raadt
voordat het wordt verteld, tegen het einde van de film, is slimmer
dan ik.

Het hele eerste uur van Identity volgt netjes de regels van de
Agatha Christie-structuur: één na één worden de ongelukkige gasten
van het motel op creatieve manieren afgemaakt. Mangold amuseert
zich schijnbaar te pletter door de clichés van het genre liefdevol
na te leven, inclusief personages die te onnozel zijn om gewoon
allemaal bij elkaar te blijven zitten waar ze zijn, en het groeiend
wantrouwen onder de overlevenden. Onder andere omstandigheden was
dit allicht niets méér geweest dan enkel een zoveelste slasher,
maar ditmaal krijgen we echte acteurs (denk maar aan Cusack en
Liotta), in plaats van ongetalenteerde tieners die enkel een knap
lijk achterlaten.

We krijgen een aantal zeer effectieve schrikeffecten naar ons
toe geworpen, en bovenal krijgen we een mooi gevoel voor humor. En
dat is moeilijk, humor in dit soort films, aangezien je altijd de
dunne lijn moet blijven bewandelen tussen a) je publiek laten weten
dat het allemaal niet ernstig bedoeld is; en b) ervoor zorgen dat
het ook geen regelrechte parodie wordt, want dan is het niet meer
spannend.

Alle humor in ‘Identity’ wordt daarentegen met een uitgestreken
pokerface in het scenario verwerkt – de personages proberen
schijnbaar helemaal niet om grappig te zijn, ze nemen zichzelf en
hun situatie volkomen serieus. En dàt zorgt ervoor dat we
fantastische regels tekst krijgen, zoals: “Er zit een lijk in de
diepvries!” Antwoord: “Dat was al zo toen ik hier kwam!”

Dan daarna komt er De Grote Plotwending, die u maar zelf moet
ontdekken, maar die wel een zekere mate van logica bezit, als je de
rest van de film nog eens overloopt. Erg geloofwaardig is het niet,
maar strikt genomen is het wel mogelijk, en daar gaat het in dit
soort film toch maar over. ‘Identity’ wordt niet plots iets
helemaal anders, het maakt niet uit wat anderen u misschien zullen
wijsmaken – het is en blijft een crappy thrillertje. Alleen een
ander soort crappy thrillertje, verschil moet er nu eenmaal zijn.
Die plotwending zal voor sommigen allicht moeilijk te slikken zijn,
maar ze is geoorloofd, en zeg wat je wil, maar het is wél een
verrassing.

Mangold regisseert met een vaste hand, weet het meeste te halen
uit zijn duistere, regenachtige setting, en amuseert zich gaandeweg
door hommages aan eerdere horrorfilms in te werken, waaronder één
aan ‘The Shining’. Maar het zijn de acteurs die dit echt de moeite
waard maken: in de handen van minder getalenteerde mensen zou
Identity waarschijnlijk niet om aan te zien zijn geweest.
Voorbeeld: Cusack die een nekwonde van de zwaar gekwetste vrouw van
McGinley dichtnaait, terwijl Liotta toekijkt. Liotta: “Waar heb je
dat geleerd?” Cusack: “Ongeveer waar jij nu staat.” Dat is ronduit
belachelijk, maar de acteurs spelen het zo goed, dat je je er
nauwelijks vragen bijstelt. Dit soort film is nu eenmaal
belachelijk, dat zijn de regels van het spel. De vraag is alleen of
er wat plezier te rapen valt, onderweg naar de conclusie. Het
antwoord: reken maar van yes.

Dit is typisch zo’n film die het veel beter zal doen op dvd dan
in de bioscoop – nodig een paar van uw meest boertige vrienden uit,
sla een zestal pilsjes achterover en dàn deze film opzetten. Leute
gegarandeerd. Kunst is het niet, lollig eens te meer.

http://www.sonypictures.com/movies/identity/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + elf =