The Man




Onlangs werd er, in de naam van het algemeen belang, een enquête
gehouden onder enkele duizenden filmliefhebbers. De vraag: denkt u
dat het Samuel L. Jackson nog een fuck kan schelen in welke films
hij komt opdraven? Een overweldige 75 procent van ondervraagden
antwoordde “nee”, wat logisch is, na de resem stinkers waarin hij
de voorbije jaren opdook: ‘xXx 2’,
‘Twisted’, ‘Coach Carter’… Hadden ze die enquête
gehouden nadat ‘The Man’ in roulatie ging, dan zouden de cijfers
allicht ergens rond de volle honderd gelegen hebben. Les Mayfield,
die ons ook al martelde met ‘Encino Man’, ‘Flubber’ en ‘Blue
Streak’ (trek mijn teennagels uit, maar laat me daar nooit meer
naar kijken!), presenteert hier de meest ongeïnspireerde, van a tot
z bij elkaar gejatte buddy movie crap die mijn roodomrande,
van vermoeidheid, verkoudheid en pissigheid brandende ogen ooit
hebben mogen aanschouwen. (Hoe langer mijn zinnen worden, hoe
slechter ik een film doorgaans vond. Kunt u nagaan.)

Jackson sloft op z’n dooie gemakje door ‘The Man’ als Derrick Vann
(Vann the man, dus eigenlijk), een nagelharde flik die
overhoopt ligt met Interne Zaken. Onlangs werd er voor een fortuin
aan wapens gestolen uit een opslagplaats van de politie, en IZ
denkt dat Vann er iets mee te maken heeft. Om zijn onschuld te
bewijzen, probeert hij nu een aankoop van de spullen te regelen met
de echte daders. Dat loopt echter mis wanneer Andy Fiddler (Eugene
Levy) plots opduikt. Fiddler is een praatzieke vertegenwoordiger in
tandartsmateriaal die in de stad is voor een conventie. Wanneer hij
door de wapenhandelaars wordt aanzien voor Vann, zijn de twee
genoodzaakt samen te werken. U ziet het al van hier: dat wordt
lachen, gieren, brullen! Maar niet voor het publiek.

Ach ja, hoe zou je zelf zijn? Je geeft enkele tientallen miljoenen
dollars uit om een film te maken, dan wil je ook zeker zijn dat je
dat geld ooit nog terugziet. Dus wat doe je? Je speelt op veilig,
door succesvolle acteurs voor de honderdste maal hetzelfde
nummertje te laten opvoeren, door de clichés van een reeds lang
gevestigd Hollywoodgenre slaafs te volgen en door nergens, maar dan
ook nergens, enige eisen te stellen van de intelligentie van het
publiek. Je maakt een trailer van twee minuten die letterlijk de
hele plot uit de doeken doet, je drukt enkele affiches af et
voilà,
je zit gebeiteld.

En aldus geschiedde: ‘The Man’ is zo ongeveer dé ultieme
formulefilm, die vierkant z’n tochus veegt aan elke schijn van
originaliteit of kwaliteit. Samuel L. Jackson staat bekend omdat
hij lekker gemeen uit z’n ogen kan kijken en de rest van de cast
overtuigend kan afblaffen, en dat is dan ook precies wat hij hier
doet. Eugene Levy scoorde bij het tienerpubliek als “Jim’s dad” in
de ‘American Pie’-reeks, en exact datzelfde typetje zien we ook
hier weer opduiken: een onverstoorbare optimist die op een haast
maniakale wijze het goede in mensen wenst te zien en zó monter door
het leven stapt dat ik een zware Prozac-verslaving vermoed.

Maar dat is allemaal nog niets vergeleken met de tsunami aan
clichés die hier zonder het minste spoortje van ironie aan de man
worden gebracht. Een harde agent van Interne Zaken (gespeeld door
Miguel Ferrer, die geld nodig had), ondervraagt Vann over de
diefstal van de wapens. Na een tijdje hangt dat Vann z’n voeten uit
en staat die op om weg te gaan. Zegt Ferrer: ‘Ik ben nog niet met
je klaar.’ Jackson draait zich om, laat zijn neusvleugels
vervaarlijk trillen (krék een hengst die een merrie wil
bespringen!) en antwoordt: ‘Nee, maar ik ben klaar met jou!’ Die
had u vast niet zien aankomen, of wel soms?

Volgen daar nog: de overste van Jackson die zijn wapen en badge
eist, enkele tedere scènes waarin blijkt dat de harde flik
gescheiden is en eigenlijk enorm veel van z’n zesjarig dochtertje
houdt, een schetenscène (of dacht u misschien dat ze de flatulentie
voor de gelegenheid zouden overslaan?) en uiteraard de grote
finale, waarin Eugene Levy als onwaarschijnlijke held de dag mag
redden. ‘The Man’ deed mij regelmatig denken aan het soort van
actie-komedie dat in de jaren tachtig aan de lopende band werd
gemaakt: ’48 Hours’, ‘Red Heat’, ‘K-9’, noem maar op. Identiek
hetzelfde stramien wordt hier gevolgd. Ik ben er zelfs van
overtuigd dat mensen die beter vertrouwd zijn met dat genre dan ik,
heelder stukken dialoog zullen kunnen terugtraceren naar
eighties-projecten.

Het probleem daarmee is dat Mayfield en co dat allemaal presenteren
alsof ze het zelf bedacht hebben. Er is absoluut geen sprake van
ironie: de makers schijnen écht te denken dat ze hier een
spannende, grappige buddy movie afgeleverd hebben die het publiek
iets biedt dat ze nog niet eerder hebben gezien. Ondertussen zijn
geslaagde grappen even schaars als goeie films in het oeuvre van
Jan Verheyen (ééntje) en is het verlangend uitkijken naar het
einde. Een einde dat, zelfs met de zeer bescheiden speelduur van 82
minuten, niet snel genoeg kan komen.

Zou Samuel L. Jackson ergens een weddenschap zijn aangegaan dat hij
steeds nóg slechtere films kan vinden om in mee te spelen? ‘t Is
maar dat ik me moeilijk kan inbeelden dat hij nog dieper zinkt dan
dit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =