Ladybird Ladybird




Als er één constante is in het genre van het sociaal drama, dan is
het wel de wens van de regisseurs om zo documentaireachtig mogelijk
te werk te gaan. Logisch ook: je vertelt een verhaal dat zich
resoluut afspeelt in de dagdagelijkse werkelijkheid, dus wil je ook
je filmstijl zoveel mogelijk wegcijferen. Het probleem met die
aanpak, is dat het evenwicht tussen een ongekunstelde, “ruwe”
stilistiek en geaffecteerde camerazwierderij zeer gevoelig ligt.
Veel regisseurs die in dit genre werken, willen zo graag de
realiteit op film vastleggen, dat ze te ver gaan: ze beginnen met
hun camera te zwieren dat het een aard heeft, ze lassen ellenlange
scènes in waarin de personages gewoon een beetje voor zich uit
staren of, in de traditie van Gus Van Sant in ‘Last Days’, gaan ze
door een ruit heen filmen zodat je geen steek ziet behalve de
reflectie van wat er zich buiten die ruit bevindt. Dat soort
dingen, u hebt allemaal al wel zulke films gezien. Het probleem met
die benadering is dat die filmmakers zo wanhopig de realiteit
opzoeken, dat ze van hun eigen minimalisme weer een filmisch trucje
op zichzelf maken. Het valt op dat die camera bibbert, je wordt je
bewust dat je naar een film aan het kijken bent als er vijf minuten
lang geen bal gebeurt of als je niet kunt volgen wat er gaande
is.

Ken Loach toonde met ‘Ladybird Ladybird’ in ieder geval aan hoe het
wél moet. Debutante Crissy Rock speelt Maggie, een vrouw die het al
haar hele leven niet voor de wind heeft gehad: ze werd als kind
misbruikt door haar vader, waarna ze door de sociale dienst in een
tehuis werd geplaatst. Tegenwoordig heeft ze vier kinderen van vier
verschillende mannen – ze vlucht weg van haar laatste vriend (een
gastrolletje van Ray Winstone), wanneer die probeert om haar
gezicht te veranderen in een kubistisch kunstwerk. De sociale
dienst plaatst haar in een opvangcentrum, maar daar gaat het enkel
van kwaad naar erger: op de éne avond dat Maggie haar kinderen
alleen laat, ontstaat er een brand in het tehuis. Eén van hen loopt
ernstige brandwonden op. Als gevolg daarvan worden de kinderen
tijdelijk ondergebracht bij pleeggezinnen en Maggie moet een
wanhopig gevecht tegen de autoriteiten beginnen om hen terug te
krijgen. Niet alleen lukt dat haar niet, maar wanneer Maggie troost
vindt in de armen van Jorge (Vladimir Vega) en een kind van hem
krijgt, wordt ook dat meisje haar afgenomen.

Loach vertelt hier het waargebeurde verhaal van een vrouw die vanaf
haar jeugd werd misbruikt door iedereen waar ze normaal gezien
steun en bescherming van had moeten krijgen: haar ouders, haar
minnaars, de overheid. Van de eerste twee kreeg ze fysiek slaag,
van de autoriteiten kreeg ze de éne vernedering na de andere te
verwerken. Het gevolg is dat Maggie volkomen paranoïde is geworden
tegenover alles wat maar een uniform draagt: gesprekken met de
sociale dienst ontaarden telkens opnieuw in scheldpartijen. Telkens
wanneer er een sociaal werkster over de vloer komt om te kijken of
haar baby wel voldoende luiers heeft, springt ze meteen op de bres
en jaagt ze die persoon het huis uit. Zelfs Jorge, een man die
schijnbaar over eindeloze reserves geduld en liefde beschikt, daagt
ze praktisch uit om van haar te durven houden: ze blaft hem af en
scheldt hem uit. Een geslagen hond bijt op den duur naar iedereen,
zelfs naar degenen die het goed bedoelen. En met die mentaliteit
helpt ze natuurlijk haar zaak niet.

De gulden middenweg die de regisseur heeft gevonden tussen
enerzijds de wens om zo documentaireachtig mogelijk te filmen en
anderzijds de behoefte om niet te vervallen in quasi-artistieke
camerazwierderij, valt mooi af te leiden uit een scène ongeveer
halverwege de film. Maggie stormt huilend een gerechtsgebouw uit,
linea recta in de armen van Jorge. Hysterisch vertelt ze hem: ‘Ze
hebben m’n kinderen afgepakt. Allemaal, alle vier.’ Loach gaat niet
voor een close-up, maar blijft een respectvolle afstand van zijn
personages verwijderd, alsof hij zich geneert dat hij hierbij is,
op één van de pijnlijkste momenten van het leven van zijn
personages. Hij cut ook niet weg naar de verschillende reacties van
Maggie, Jorge of de advocate die samen met Maggie naar buiten is
gekomen. Alles speelt zich af in dat éne wide shot. En die sobere
stijl houdt de regisseur vol tijdens de hele film: ‘Ladybird
Ladybird’ is minimalistisch, maar dan zonder expliciet een punt te
maken vàn dat minimalisme, wat veel van zijn collega’s wél doen. Op
die manier weet hij een aangrijpend verhaal te vertellen, dat
nergens vervalt in goedkope sentimentaliteit.

Daar moet wel op aangemerkt worden dat Loach niet bepaald subtiel
is in zijn kritiek op het Britse sociale systeem. De indruk die je
tegen het einde krijgt, is dat de sociale dienst uitsluitend is
opgemaakt uit wrede monsters die een ongelukkige vrouw willen
neertrappen, telkens wanneer ze erover begint na te denken om recht
te staan. ‘Ladybird Ladybird’ wordt exclusief verteld vanuit het
standpunt van Maggie zelf, zodat we niet te zien krijgen welke
discussies en overwegingen vooraf gaan aan de beslissingen van de
overheid – plotseling staan ze voor de deur met de mededeling dat
ze haar kinderen wel eens even mee zullen nemen. Het komt zelfs
zover dat Maggie tijdens de bevalling van haar laatste kind niet
wil meewerken – ze weet dat men haar niet zal toestaan om het
meisje bij te houden, dus wil ze vooral niet dat het geboren wordt.
Ze kruist haar benen, scheldt de hele verlossingskamer bij elkaar –
ze wil eeuwig zwanger blijven, zodat niemand haar haar kind kan
afpakken.

Had Loach er nu voor gekozen om wél het standpunt van de sociale
dienst aan bod te laten komen, dan had hij waarschijnlijk met een
meer uitgebalanceerde film geëindigd. De autoriteiten zijn in deze
versie weinig meer dan eendimensionele schurken, die mensen met
pijn gewoon niet met rust kunnen laten.

Maar goed, dat doet weinig af aan de emotionele kracht van de film
– bepaalde scènes zijn ronduit schrijnend, niet in het minst
dankzij de doorleefde acteerprestatie van Crissy Rock in de
hoofdrol. Rock heeft sindsdien enkel nog in een paar tv-programma’s
opgetreden. Voor het overige is ze weer verdwenen in de obscuriteit
waar Loach haar uit tevoorschijn toverde. Maar wàt een prestatie –
Rock speelt Maggie als een moeilijk mens, een wijf met haar op haar
tanden die alles eruit flapt zoals ze het denkt, maar die
ondertussen wel onwaarschijnlijk kwetsbaar in de wereld staat.
Vladimir Vega als José is eigenlijk de meest vrouwelijke in de
relatie: hij is het die er z’n gezond verstand bijhoudt, die z’n
kalmte moet bewaren omdat Maggie dat niet kan en die tot op het
allerlaatste moment probeert om een redelijke oplossing te zoeken.
Vega speelt die innerlijke kracht bijzonder goed: je weet als
kijker niet precies waar hij het vandaan haalt, maar je gelooft er
wel in. ‘Volgende maand zul je je beter voelen,’ zegt hij tegen
Maggie. ‘En de maand daarop weer wat beter. En op een dag zul je
weer kunnen glimlachen. En wanneer dat gebeurt, zal ik op je zitten
te wachten.’ Die glimlach krijgen we niet te zien, maar mooiere
woorden kan een mens zich nauwelijks inbeelden: de hoop op een
betere tijd is er althans.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 13 =