Chicken Little




Persoonlijk heb ik er niet van wakker gelegen (ik lig alleen wakker
van de vraag of tante Rita terug aan de drank zal raken en nonkel
Walter weer een stukske pastoor van m’n voeten zal noemen),
maar ‘Chicken Little’ was voor Disney één van de belangrijkste
films uit de geschiedenis van de studio. De laatste paar
traditionele animatiefilms die ze de zalen ingooiden, waren zowel
artistieke als financiële flops (‘Brother Bear’, ‘Home on the Range’) en hun samenwerking met
Pixar voor CGI-megasuccessen als ‘Finding Nemo’ en ‘The Incredibles’ was ten einde. ‘Chicken
Little’ is de eerste computergeanimeerde film die het Huis van de
Muis geheel voor eigen rekening produceerde – een nieuwe mislukking
zou rampzalig zijn geweest, maar hoort de kassa rinkelen: het volk
kwam af. Hoewel een mens zich kan afvragen waarom, want als film is
‘Chicken Little’ al even ondermaats als z’n hoofdpersonage. Terwijl
de meeste animatiefilms de laatste jaren proberen om zo hip, gevat
en edgy mogelijk te zijn, stellen de makers van dit
zachtgekookt eitje zich ermee tevreden een zoveelste voor de hand
liggend kinderverhaaltje te vertellen.

Dat verhaaltje laat zich deprimerend snel uitleggen: Chicken Little
(Zach Braff) is een piepklein kuiken dat de pispaal van z’n dorp
wordt wanneer hij op een dag verkondigt dat de hemel zal vallen.
Iedereen lacht hem uit, maar Chicken houdt vol dat er een stukje
van de hemel, ruwweg in de vorm van een stopbord, op z’n kop is
neergedonderd. Een jaar later heeft hij zich nauwelijks van de
vernedering van die dag kunnen losmaken, wanneer hetzelfde opnieuw
gebeurt. Samen met enkele vriendjes gaat hij op onderzoek uit, en
zo stoot hij op een ruimteschip vol aliens die van plan zijn om de
wereld op te blazen.

Dat ‘Chicken Little’ in eerste instantie bestemd is voor de
allerkleinsten, wordt niet alleen duidelijk uit het wel zeer
simplistische verhaal, maar vooral ook door het niveau waarop de
humor zich afspeelt. Neem alleen maar al de namen van de
personages: buiten Chicken Little zelf, krijgen we ook diens vader,
die Buck Cluck heet. (En waarom heeft de zoon eigenlijk niet
dezelfde achternaam als zijn vader? Heeft moeder misschien
gerommeld?) We krijgen een kalkoen genaamd Turkey Lurkey. Een vos:
Foxy Loxey. Een gans: Goosey Loosey. En zelfs een vis, en die
heet… euhm… wel… Fish. Lacheuuuuh!

De plot is nauwelijks voldoende om de 80 minuten van de film (min
tien voor de aftiteling) te vullen, zodat de makers er van alles en
nog wat gaan bijsleuren om tijd te rekken. Zeker in de eerste helft
krijgen we de éne montage na de andere: Chicken Little gaat naar
school en doet daar vijf minuten over, waarbij hij ei zo na
(ei zo na, snapt u ‘m?) wordt overreden door een bus, zijn
broek kwijtraakt aan een kauwgum en een drukke straat moet
oversteken. Ondertussen speelt er trendy bedoelde muziek en aan het
einde van die sequens hebben de makers weeral vijf minuten
volgeluld zonder dat er eigenlijk iets is gebeurd. Veel ruimte voor
situatiehumor staat het verhaaltje ook niet toe – telkens wanneer
ze hier geestig willen wezen, moeten ze daar expliciet een scène
voor inlassen. Meestal betreft het dan personages die om geen
enkele aanwijsbare reden in zangen uitbarsten en daarbij gekke
gezichtjes trekken. Net als die montages, hebben ook deze scènes
geen lor met het scenario te maken, maar goed, het vreet tijd weg
en er zullen altijd wel een paar kinderen zijn die ermee kunnen
lachen.

Omdat dat de mode schijnt te zijn, hebben ze bij Disney zelfs de
moeite gedaan om een paar hommages aan andere films in hun prent te
stoppen – dat is natuurlijk hun goed recht, maar waar het dan goed
voor is om letterlijk de titels van die films te vermelden, zal mij
een raadsel zijn. Aan het begin van de prent rolt er een gigantisch
waterbassin door het dorp, dat recht door de muur van een bioscoop
barst waar op dat moment ‘Raiders of the
Lost Ark’
wordt vertoond. De openingsscène met de grote kei,
weet u nog wel? Alleen is het nog niet genoeg om die scène te
parodiëren, nee, je moet ook op de voorgevel van de bioscoop in
grote letters de titel ‘Raiders of the
Lost Ark’
vermelden – er zouden zo maar eens twee in het
publiek moeten zitten die het niet gesnapt hebben. Aan het einde
van de film vallen de aliens aan met tuigen die zó uit ‘War of the Worlds’ komen. Dixit één van de
hoofdpersonages: ‘It’s like ‘War of the Worlds out
there!’

Buiten het kinderachtige verhaaltje en de flauwe humor, blijft daar
nog de animatie, die ook al niets is om over naar huis te
schrijven. Wat dat betreft doet ‘Chicken Little’ sterk denken aan
‘Madagascar’: schattig bedoelde
personages die door een ongeïnspireerde setting lopen. Nergens in
de hele film valt er iets te zien waarvan je denkt: “Dàt ziet er nu
eens knap uit!” Denk dan nog eens terug aan ‘The Incredibles’, waarin dat gevoel een
constante was. Je zou toch denken dat het ontwerp van een stad waar
alle verschillende diersoorten bij elkaar leven, een droomjob zou
zijn voor elke designer – waarom ziet dat dorp er dan zo saai uit?
Kip, varken, vos of vis: volgens de visie van deze filmmakers
hebben ze allemaal dezelfde middenklassmaak. Dàt is pas een
deprimerende gedachte.

‘Chicken Little’ lijkt het werk van een bende vijftigers die
wanhopig proberen om bij de tijd te blijven – hoe harder ze
proberen, hoe zieliger hun pogingen zijn. Als dit dan de toekomst
van Disney is zonder Pixar, kunnen ze net zo goed de hele boel
opdoeken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − drie =