Doom




Even een lesje in nutteloze geschiedkundige feiten: het videogame
‘Doom’ werd in 1993 uitgebracht en betekende een doorbraak in het
medium. Het was één van de eerste games die uitgebreid gebruik
maakte van 3-D grafische elementen en zogenaamde WAD files, die
voor zover ik het heb begrepen fans in staat stelde om hun eigen
scenario’s te ontwikkelen voor het spel. De populariteit van ‘Doom’
was immens en zowat elk shoot ’em up-spelletje dat sindsdien
is verschenen, volgde eigenlijk in de voetsporen ervan. Denk nu
vooral niet dat ik dit alles van mezelf wist; ik heb het net moeten
opzoeken. Ik ben één van de weinige mensen ter wereld die het spel
nooit gespeeld heeft – al evenmin als eender welk ander spel sinds
‘Pacman’ – en ik wil graag geloven dat dat feit één van de redenen
is dat ik zo’n blijgemutst, opgeruimd en ronduit jolig persoon ben.
Hoé blijgemutst, opgeruimd en jolig? Ik durf onder de douche wel
eens een liedje uit ‘Mary Poppins’ aan te heffen, zo zie je maar
weer.

Edoch, ik drijf af. Flash forward naar het heden, en we zijn
getuige van de release van de film ‘Doom’, een stukje pellicule dat
alles behalve een doorbraak in het medium zal betekenen. Regisseur
(och ja) Andrzej Bartkowiak was eerder al verantwoordelijk voor
‘Romeo Must Die’, ‘Exit Wounds’ en ‘Cradle 2 the Grave’, maar had
blijkbaar even genoeg van al die zwaar intellectuele kost en
besloot om het wat luchtiger te houden. Zijn verhaal (och ja)
begint in 2026, wanneer er een soortement poort wordt ontdekt die
toegang geeft tot een eeuwenoude stad op Mars. In 2046 heeft men
die stad omgevormd tot een volwaardig ruimtestation, waar
archeologisch onderzoek gebeurt en wapens worden uitgetest. Wanneer
een aantal wetenschappers onder mysterieuze omstandigheden
verdwijnen, wordt er een team elite-mariniers op af gestuurd om de
zaak te onderzoeken: Sarge (The Rock) en zijn ploeg, bestaande uit
een zestal hersenloze testosteronbommen, moeten te weten komen wat
de bedreiging precies is en die een halt toeroepen. De bedreiging
in kwestie blijkt uiteraard een stel genetisch gemanipuleerde
monsters te zijn, wat anders? Och ja.

De premisse van de film is krèk dezelfde als die van James Camerons
‘Aliens’, maar dan met een regisseur aan het roer die voor de duvel
niet zou weten hoe hij sfeer of spanning in een film moet stoppen,
noch hoe hij een actiescène in beeld moet zetten. En het is daar
dat ‘Doom’, ook naar de normen van het genre, zwaar de fout ingaat.
Dat het verhaal wel het product lijkt van een gelobotomiseerde
Down-patiënt, tot daar aan toe. Dat de dialogen geschreven lijken
door een dementerende wapenfetisjist (een tautologie, besef ik
net): alla. Maar één ding dat geheel onvergeeflijk is, is dat de
monsters zo’n kneusjes zijn. Gedurende de helft van de film toont
Bartkowiak ons de beesten nauwelijks – ze gaan verscholen in de
schaduwen van lange gangen en slaan zo snel toe dat je hun
uiterlijk niet echt kunt registreren. Tegen de tijd dat dat wél
mogelijk is, zou je willen dat je niet gekeken had, want wat zien
die dingen er onnozel uit. De eerste die in een volle cinemazaal de
woorden ‘Man in suit! Man in suit!’ durft uit te schreeuwen,
mag ons mailen voor een gratis dvd (bewijsmateriaal noodzakelijk,
dus breng een taperecorder mee). Want dat is het wel: de gruwelijke
monsters die de ledematen in het rond doen vliegen in ‘Doom’, zijn
acteurs met een pak aan. Een mislukt pak.

Wanneer het dan op knokken aankomt, hanteert de regisseur diezelfde
tactiek : hoe minder ze zien, hoe minder geld we moeten uitgeven
aan special effects. Al de actie in de film beperkt zich tot
ongeïnspireerde schietpartijen die grotendeels schuilgaan achter de
duisternis van de setting. We zien nauwelijks wat er gaande is,
maar het maakt allemaal veel lawaai, dus zal het wel spectaculair
zijn. Eigenlijk is het gek hoeveel een dure productie als ‘Doom’
toch nog wegheeft van een low budget B-filmpje: de locaties worden
eenvoudig gehouden (gangen, gangen, een laboratorium en nog wat
gangen), de monsters zien er crappy uit en de actiescènes zijn
tweedehands. Roger Corman maakte dit soort films destijds op drie
dagen, voor 4.000 dollar, een broodje martino en een kop koffie.
Och ja. Het enige shot dat er uitziet alsof het wat heeft mogen
kosten, is een lang point of view-shot waarin het effect van
een 3-D videogame wordt geïmiteerd: onderaan in beeld zien we het
geweer van onze held en achter elke hoek zit wel een monster
verscholen.

De dialogen (ik begin er tóch weer over, ik kan het niet laten),
zijn vaak pareltjes van onbedoelde humor. Neem nu een scène waarin
één van de slachtoffers van de monsters, nauwelijks levend,
bloedend uit alle lichaamsopeningen en met een verwilderde blik in
de ogen, op de mariniers afstapt. En passant rukt hij nog
gauw z’n eigen oor af. Reactie van één van de andere personages:
‘Ik zal een verbandkistje gaan halen.’ Goed idee. Voor het overige
krijgen we vooral regels tekst waar de iambische pentameter niet
voor is uitgevonden: ‘Semper fi, motherfucker’, ‘Big fucking
gun!’
en ‘Kill ’em all, let God sort ’em out!’ Je zou
bijna denken dat je aan de toog bent beland met de Vlaams
Belang-jongeren, zoveel hersenloos gekwek wordt er
geproduceerd.

Ik verwacht, naar aloude gewoonte, wel weer wat mails en reacties
van het genre “als je de games niet graag speelt, mag je ook de
film niet bespreken” enzovoort enzoverder. Onzin: je hebt het over
twee verschillende media, en als een film niet op zichzelf kan
staan als ervaring, los van het spel waarop hij is gebaseerd, dan
is dat geen goede film, punt uit. Och ja. De fans hoeven zich
vooral niet te generen – ik zal eens even aan hen denken terwijl ik
in de zaal ernaast voor de tweede keer van ‘Match Point’ zit te
genieten. Semper Woody, motherfucker!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =