War of the Worlds

Waar is de tijd naartoe dat de aliens in het universum van Steven
Spielberg alleen nog maar naar huis wilden telefoneren? In ‘War of
the Worlds’, zéér losjes gebaseerd op de klassieke roman van H.G.
Wells, is het andere koek: de buitenaardse wezens vallen binnen en
nemen geen gevangenen. Gebouwen ontploffen, boten zinken, auto’s
vliegen door de lucht om onzacht neer te komen op vluchtende
omstaanders en zelfs het kapsel van Tom Cruise ligt overhoop.
Allemaal goed en wel, maar Señor Spielberg is ditmaal vergeten om
ook degelijke cinema uit dat gegeven te puren. Alle marketing en
publiciteitsstunts ten spijt (Cruise heeft zich zelfs voor de
gelegenheid een nieuw lief gezocht om toch maar in de spotlights te
kunnen staan), is en blijft ‘War of the Worlds’ een doodordinaire
“ren-voor-je-leven”-film, die eigenlijk het talent van een
rasfilmer als Spielberg onwaardig is.

Cruise speelt Ray Ferrier, een havenarbeider die sinds z’n
echtscheiding zijn kinderen nog maar zelden ziet: zijn
zestienjarige zoon Robbie (Justin Chatwin), kan zijn bloed wel
drinken en zijn tienjarige dochter Rachel (Dakota Fanning, bijna
een even grote ster als Cruise tegenwoordig) verwacht meer
opvoedkunde van haar broer dan van haar vader. Net wanneer Ray een
weekje op de kinderen moet letten, gebeurt het onmogelijke. Na een
zware elektrische storm rijzen er plotseling gigantische,
driepotige constructies uit de grond, die schijnbaar door een
buitenaardse kracht bestuurd worden en geen vriendelijke
bedoelingen hebben. Ze zappen alles en iedereen dat ze tegenkomen
uit de weg en beginnen langzaam maar zeker aan de uitroeiing van de
mensheid. Waarbij natuurlijk die gebouwen ontploffen, die boten
zinken, die auto’s rondvliegen en Tom Cruise z’n haar in de war
raakt.

Het moet gezegd worden: Spielberg is iemand die niet graag tijd
verliest. In ‘War of the Worlds’ trekt hij zich geen lor aan van
eender welke vorm van diepgang of psychologie, maar begint hij
vrijwel meteen met de actie – ik geloof dat de film tien minuten
bezig is wanneer de eerste driepoten vanonder het macadam
tevoorschijn breken. De regisseur doet niet eens alsof hij
interessante personages wil creëren, maar neemt gewoon een aantal
standaardfiguren van het schap – de slechte vader die voor het
einde van de film uiteraard een goeie zal zijn, de rebellerende
zoon, het gillende dochtertje dat toch zo’n mooie grote ogen kan
trekken. En dat is het wel zo’n beetje. Spielberg weet perfect waar
z’n publiek voor gekomen is – voor de actie – en hij geeft hen dat
dan ook zo snel als hij maar kan. Je kunt niet zeggen dat daar geen
logica aan verbonden is, maar het gevolg is wel dat ‘War of the
Worlds’ een volstrekt oppervlakkige film is geworden – u krijgt de
beginaftiteling, vervolgens twee uur lang explosies en Tom Cruise
die met z’n kroost op de vlucht is, en tenslotte de eindaftiteling.
Dat is het en dat is alles.

Ook de logica van het verhaal zelf heeft daar onder te lijden –
zelden een film gezien die zoveel gaten bevatte. Hoe is het
bijvoorbeeld mogelijk om van die gigantische ijzeren driepoten in
de grond te begraven, zónder dat die ooit gevonden worden in steden
waar ze water- en andere leidingen in de bodem hebben steken, om
nog maar te zwijgen van metrosystemen? Bij de elektrische storm die
aan de invasie van de aliens vooraf gaat, vallen alle machines
stil, inclusief auto’s, telefoons en zelfs polshorloges, maar laat
Cruise nu nét die ene auto hebben die nog werkt (het geluk is voor
rare mensen, zei mijn grootmoeder altijd). Wanneer mensen worden
getroffen door de aliens, vallen hun lichamen niet zomaar op de
grond, maar ze lossen simpelweg op in een rookwolkje – hoe is het
dan mogelijk dat Dakota Fanning later in de film een oneindig
aantal lijken door een rivier ziet drijven? ‘War of the Worlds’
hangt aan elkaar van dat soort kleine ongeloofwaardigheden en
onwaarschijnlijkheden, tot je het op een bepaald punt gewoon niet
meer slikt. Daar kun je natuurlijk tegen inbrengen dat Spielbergs
‘Indiana Jones’-films nóg verder gingen in die onzin, maar de toon
van die films lag helemaal anders. De ‘Indy’s’ waren luchtig
entertainment en grepen terug naar de tradities van de serials van
de jaren dertig – onmogelijke stunts en inconsequenties horen
daarbij. Met ‘War of the Worlds’ probeert Spielberg echter een
zwaar dramatische indruk na te laten, om op die manier en
passant
snel even het 9/11-trauma van de Amerikanen op te
lossen. De toon is veel meer duister, serieuzer. Maar de gaten in
de logica zijn nog steeds even groot.

Het leukste moment vindt trouwens plaats wanneer Cruise en Fanning
tijdelijk onderdak vinden bij een ietwat gesjeesde overlever,
gespeeld door Tim Robbins. ‘Ze hebben die driepoten begraven in de
aarde,’ stelt Robbins vast. ‘Ze plannen dit al miljoenen jaren.’ En
wat is dan het meesterlijke plan waar die aliens na miljoenen jaren
mee op de proppen kwamen? Laten we alles gewoon opblazen! Grote
intellectuele geesten, daar heb ik zó’n waanzinnig respect
voor.

Dat alles klinkt bijzonder negatief, dat besef ik wel, maar op een
bepaald niveau valt er wel plezier te beleven aan ‘War of the
Worlds’ – u moet alleen heel goed beseffen wat u te zien krijgt.
Dit is een voor de hand liggende rampenfilm, waarin de personages
absoluut niks doen of zeggen dat u zelf ook niet had kunnen
bedenken en waarin de dialogen zich beperken tot uitroepen à la
“snel”, “rennen”, “nee”, “ja” en “misschien”. Spielberg is nog
altijd bijzonder bedreven in het filmen van actiescènes – hij weet
nog steeds precies hoe hij de geografie van een scène in kaart moet
brengen en hoe hij moet monteren om alles én helder en duidelijk,
én toch ook overzichtelijk te maken. Er zijn er de laatste jaren
niet zoveel meer die dat kunnen. En, het moet gezegd worden, een
suspensescène in de kelder van Tim Robbins werkt wonderwel –
Spielberg rekt die sequens uit tot een tergende tien minuten, en
hoewel het allemaal verdacht veel gelijkenissen vertoont met de
“raptors in de keuken”-scène van ‘Jurassic Park’, is en blijft dit
een absolute nagelbijter.

‘War of the Worlds’ bevat fantastische momenten, maar het scenario
is gatenkaas en uiteindelijk hebt u dit allemaal al eens eerder
gezien. Je kijkt ernaar en je begint het al te vergeten nog terwijl
de film bezig is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + vijftien =