A Dirty Shame




Seksmaniakken aller naties, verenig u! John Waters, de ongekroonde
koning van de camp-komedies (ook wel bekend als de man die
pornoacteur Divine een echte drol liet opeten in ‘Pink Flamingos’),
is er met z’n nieuwste. ‘A Dirty Shame’ bevat alweer alle favoriete
obsessies van de excentrieke regisseur: dames met borsten waar je
een overstroming mee kunt stelpen, flikken die luiers dragen,
behaarde homo’s die graag in mekaars pels zitten te krabben,
vrouwen die flessen water oprapen met een lichaamsdeel dat daar
niet voor gemaakt is en de bevroren stront van David Hasselhoff.
Waters maakt er naar goeie gewoonte alweer een punt van om de
grenzen van de goeie smaak niet te overtreden, maar om ze vierkant
op te blazen en de grenswachters in één moeite door anaal te
verkrachten met een bot voorwerp naar keuze. In elke seconde van ‘A
Dirty Shame’ doet de man z’n uiterste best om toch maar zo goor,
obsceen en luidruchtig mogelijk te zijn. Wat je dan noemt: cinema
voor de liefhebbers.

Tracey Ullman speelt met meer moed en zelfopoffering dan de film
verdient Sylvia, een bekakte dame die in de kruidenierswinkel van
haar moeder werkt en niks wil weten van de lichamelijke geneugten
in het leven (zoals onze leraar godsdienst dat destijds uitdrukte).
Seks is iets vies, dat alleen perverten doen. Ondertussen is haar
eigen dochter (Selma Blair) de eigenaresse van de meest hallucinant
omvangrijke boezem van het westelijk halfrond, die onder de naam
Ursula Udders optreedt in een striptent.

Wanneer Sylvia per ongeluk een mep op het hoofd krijgt, verandert
haar karakter volledig – plotseling is ze een onvervalste
seksverslaafde die zich laat beffen door al wat maar een tong heeft
en achter de geflipte seksgoeroe Ray Ray (Johnny Knoxville)
aanloopt, in een poging om het ultieme, kosmische orgasme te
bereiken. De benepen anti-seksuele goegemeente kijkt toe in
ontzetting, maar kan er niets aan doen om de gelibereerde, alom
lichaamsvloeifstoffen spuiende seksmaniakken tegen te houden.

De plot, voor zover daarvan al te spreken valt, is een soortement
geile variant op ‘Dawn Of The Dead’:
iedereen die een tik op het hoofd krijgt in deze film, krijgt er à
la minute een vreemde fetisj of op z’n minst een huizengroot libido
van – een seksuele zombie, die er alleen maar op uit is om anderen
te maken zoals hij en ondertussen zo dikwijls mogelijk van de grond
te komen. Dat verhaaltje kan worden opgevat als een satire op de
obsessie met seks die de wereld de laatste jaren collectief heeft
ontwikkeld (hoewel John Waters die obsessie al langer heeft), maar
in de eerste plaats wil hij de ergerlijke, rechts-christelijke
pudeur aan de kaak stellen die conservatief Amerika toont tegenover
àlles wat ook maar een beetje met seks te maken heeft. Sylvia’s
moeder organiseert een grootschalig verzet tegen de sex addicts
waarbij er met spandoeken wordt gewapperd met slogans als: “Down
with tolerance!” Tegen haar klanten zegt ze: ‘Mijn dochter is een
braaf meisje – ze haat seks!’ Zeker in de VS wordt elke vorm van
seks die niet rechtstreeks bedoeld is om kinderen voort te brengen,
tegenwoordig gezien als iets immoreels dat moet worden tegengegaan,
en dàt is de mentaliteit waartegen Waters, met al z’n
overdrijvingen en excessen, wil protesteren.

En overdrijvingen en excessen zijn er – de regisseur wil zijn
publiek dolgraag choqueren en propt z’n film dan ook vol met alle
mogelijke buitenissigheden, inclusief dames die chronisch
masturberen, mannen die graag kakken in handtasjes enzovoort ad
infinitum. Subtiele cinema kun je dit nu niet bepaald noemen:
Tracey Ullman die tijdens een climactische orgiesequens de straat
oploopt en voor de hele wereld gilt: ‘Wil er iémand mij alstublieft
eens doen klaarkomen?!’ Tja, dan zit je toch al in een zeer
eigenaardig domein van de special interest cinema, laat ik
het zo zeggen.

Waters brengt de hele film overigens in beeld als een kitscherige
familieserie uit de jaren vijftig – we krijgen huisjes met witte
hekjes errond, deinende bloemen in de tuin, felle verzadigde
kleuren en een romantische instrumentele soundtrack. En in dié
omgeving laat de regisseur vervolgens zijn seksfreaks en bekrompen
onheilsprofeten rondlopen. Alles aan ‘A Dirty Shame’ is er drie of
vier stapjes óver: we zien een vrouw in een rayon van de
kruidenierszaak liggen terwijl ze zich, duidelijk zo geil als een
pak roomboter, insmeert met spaghettisaus. Op de soundtrack klinkt
het liedje ‘On Top of Old Smokey’: On top of spaghetti / All
covered with cheese / I lost my poor meatball / When somebody
sneezed.
Jaja.

Kijk, choqueren kàn Waters wel, dat zal niemand kunnen ontkennen.
Als je naar ‘A Dirty Shame’ kunt kijken zónder af en toe je gezicht
eens in je handen te begraven, moet je dringend deelnemen aan
‘Expeditie Robinson’, want bij deze bent u afgestompt genoeg
verklaard om dat te doen. Het probleem is echter dat de zuivere
what-the-fuck-waarde van de film hooguit genoeg is om je
door het eerste half uur heen te helpen. Daarna valt Waters veel te
vaak in herhaling – nóg eens een personage dat tegen het hoofd
gemept wordt, nóg eens een montage van documentairebeelden uit de
jaren veertig en vijftig, nóg eens Tracey Ullman die een metafoor
bedenkt voor orale seks (come and whistle in the dark!). Na
een tijdje heb je het echt wel gehad en worden de gortigheden enkel
nog dat: gortigheden, zonder amusementswaarde, blijkbaar in elkaar
gestoken door een kind dat toch o zo graag stout wil zijn door
vuile woorden te schreeuwen en vieze gebaren te maken waar z’n
ouders bijzijn.

Het valt in ieder geval veilig te stellen dat u nog nooit zo’n film
gezien zult hebben – of u moet de rest van het oeuvre van John
Waters al eens hebben doornomen. Of dat een situatie is waar u
verandering in wilt brengen, is een héél andere kwestie.

http://www.adirtyshamemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =