Strapping Young Lad :: Alien

We geven het ootmoedig toe: we dreigden ons geloof in metal al een tijdje te verliezen toen daar plots professioneel rare vogel Devin Townsend ons, demonisch lachend, Alien in het spreekwoordelijke gezicht kwam gooien. Nog maar net moeizaam recht gekrabbeld gingen we na een draaibeurt of vijf plots opnieuw tegen de vlakte, van pure verwondering deze keer.

Het duurde inderdaad even voor deze hoogvlieger goed en wel opging. Het is een van die fameuze groeiplaten waar vastberaden doorgeworsteld moet worden maar die, als de aha-erlebnis er eindelijk gekomen is, des te meer de moeite loont. Hoewel het overgrote deel van muziekminnend Vlaanderen ongetwijfeld liever naar het krassen van een stel pasgeknipte nagels over een schoolbord (of desgewenst het tv-alternatief Star Academy) luistert dan Alien een volwaardig aantal toertjes in de cd-speler te gunnen — metal is en blijft een genre apart waar Strapping Young Lad zich ergens in het extreme uiterste van ophoudt — verdient het zo’n houding niet. Glorie aan zij die volhouden en zich niet aflatend op deze plaat werpen: zij worden uiteindelijk ruimschoots beloond.

Townsend vond naast zijn uiterst interessante pop-metal (jazeker, het bestaat) soloproject en tussen het schrijven van enkele technodeuntjes door blijkbaar de tijd om metal te gaan heruitvinden. Hij deed met Strapping Young Lad al eerder aardige pogingen in die richting, onder meer resulterend in het ondertussen tot een standaard uitgegroeide City, maar slaagde er nu pas op onnavolgbare wijze in de rauwe perfectie te bereiken. Alien is immers een werkje dat zelfs de meest dwangmatige neuroot onder ons niet in een hokje geperst krijgt. Tijd dus om een nieuw vakje te gaan uitvinden: chaosdeath (bij deze claimen we meteen ook de genrenaam) van dit niveau verdient het gewoon om aan de wieg te staan van de muziekstijl die een (ongetwijfeld op til zijnde) resem toekomstige bandjes zal beïnvloeden.

De frisse wind die Strapping Young Lad over de schrale woestijnvlakte, die moderne metal geworden is, doet waaien, doet deugd. Intense deugd. De band toont zonder complexen hoe het moet: wie dacht dat Fear Factory (die andere band van bassist Byron Stroud) kan rammen mag zijn standaarden bijstellen. De dubbele basdrums gonzen in het rond aan een snelheid die we anders alleen gewoon zijn van kolibries met een cafeïneverslaving; de furieuze gitaarriffs walsen met verbazende precisie die o zo kostbare trilhaartjes in het binnenoor genadeloos plat en Townsends getergde stem verkent dapper de grenzen van het mogelijke: er wordt moeiteloos geswitcht tussen cleane zangpartijen en haarsplijtend scherpe uithalen.

Onder die hardnekkige stoflaag van op het eerste zicht gratuit gescheld, gitaargebeuk en gekrijs zit echter een halve schatkist aan avontuurlijk muziekmateriaal. Alien staat bol van gewaagde compositorische hoogstandjes die botsen en stuiteren maar uiteindelijk altijd weer mooi op beide pootjes terechtkomen. Absoluut hoogtepunt is "Shitstorm" (wees gerust, de titel is meteen ook de enige smet), dat tot aan de nok toe volgestouwd is met breaks die na enkele luisterbeurten glorieus met de spierballen gaan rollen. Er wordt enkel wat afgeremd met "Love", eerste single en tevens het toegankelijkste nummer van de plaat, en het breekbare ’Two Weeks", een complete stijlbreuk die perfect gepast zou hebben op het repertoire van Townsends soloband. Dit alles wordt in een bij momenten ronduit adembenemend productiejasje gegoten.

Alien is wel degelijk een plaat van buitenaards niveau. Reden genoeg dus om gedurfde woorden in de mond te gaan nemen: dit huzarenwerkje zal dra de bijstelling "mijlpaal" aangemeten krijgen. We gunnen het de sympathiekerd met de fel uitgedunde manen maar al te zeer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + achttien =