In Good Company




Geen hond die ooit het bedrijfsleven in zou willen stappen, als je
mag afgaan op wat de filmwereld ons daarover weet te vertellen:
achterklap, verraad, vuile deals en plotse ontslagen zijn er de
orde van de dag. Als je vijftig bent, ben je definitief
uitgerangeerd en loyaliteit tussen werkgever en -nemer is
onbestaande. Wie wil daar nu ooit aan beginnen? Wees verstandig, ga
stempelen. Vreemd, trouwens, om te zien hoe verschillend Hollywood
en de Europese filmindustrie dat thema behandelen. Onlangs kregen
we van Costa-Gavras ‘Le Couperet’ in
de zalen, waarin een man na z’n ontslag over lijken ging om een
nieuwe job te vinden. In Amerika, daarentegen, geeft de genadeloze
zakenwereld aanleiding tot een feel good-movie – tja, je
bent een droomfabriek of je bent het niet.

Dennis Quaid (weer helemaal terug van weggeweest) speelt Dan
Foreman, een reclameman wiens bedrijf wordt overgenomen door gemene
mediamagnaat Teddy K (die naam alleen al!), gespeeld door Malcolm
McDowell. Als een gevolg daarvan, krijgt Dan plots de 26-jarige
Carter Duryea als superieur boven zich. Carter is jong genoeg om
Dans zoon te zijn en wanhopig om zichzelf te bewijzen. Hij zuipt
sloten koffie en spreekt uitsluitend in van die vreselijke
corporate power talk, waarin modewoorden als psyched
en synergy je rond de oren vliegen alsof ze iets te
betekenen hebben. Maar ondertussen ligt z’n huwelijk na zeven
maanden al aan diggelen en weet hij niet waar hij met z’n emoties
naartoe moet kruipen. Langzaam maar zeker (u raadt het nooit) gaat
Carter Dan als een vaderfiguur beschouwen en hij begint zelfs aan
te pappen met diens dochter Alex (Scarlett Johansson).

Regisseur en scenarist Paul Weitz zet hier z’n zoektocht verder
naar mainstream respectabiliteit: na de vulgaire onderbroekenlol
van ‘American Pie’, schakelde hij over naar de banale levenslesjes
van ‘About A Boy’ en op dat élan wil
hij nu voortgaan. Kwestie van niet alleen tieners naar de zalen te
lokken, maar ook hun ouders, weet u wel. ‘In Good Company’ is even
gretig om de goedkeuring van een groot publiek weg te dragen, even
behaagziek als ‘About A Boy’, maar
goddank nét iets minder melig (geen zingende kinderen op het
einde!) en voorzien van acteurs als Dennis Quaid in plaats van Hugh
Grant. Wat ook weer een fameuze slok op de borrel scheelt.

Behaagziek, zei u? Wat dacht u bijvoorbeeld van een scène waarin
Carter zichzelf uit pure eenzaamheid ongegeneerd uitnodigt om met
Dans gezin mee te eten? We krijgen Scarlett Johansson in
teddybeerpyjama, een spelletje tafelvoetbal en broederlijk geknaag
aan een pizza, wat wil een mens nog meer? Of nog beter, een scène
aan het einde, waarin Dan zelf Teddy K., de grote baas, een zuur
verdiende schrobbering geeft om diens harteloze geldlust? ‘In Good
Company’ hangt aan elkaar van dat soort momentjes – crowpleasers,
flagrant emotioneel manipulatieve momenten die u nét nog niet
chanteren met comprommiterende foto’s om u toch maar een lach en
een traan af te persen. Wérken die momenten? Ach ja, de feel
good-movie
is een genre dat onderhand zo’n lange traditie heeft
uitgebouwd, dat ze er stilaan behoorlijk goed in zijn geworden,
ginder in la-la-land. Weitz weet welke knopjes hij wanneer moet
indrukken, z’n film is gepolijst en in een zucht voorbij. Maar met
dat al blijft het natuurlijk oerconventionele cinema, die op geen
enkel moment memorabel wordt.

Maar goed, dat weet je dan ook op voorhand – voor de spectaculaire
verrassingen of de zwaarwichtige inhoud zal hier niemand naar gaan
kijken. ‘In Good Company’ levert wat het belooft: een niet
onsympathiek filmpje met een toeter van een happy end, waarin de
goeien beloond worden en de slechten bestraft. Het voornaamste is
dat de schmaltz ditmaal op een aanvaardbaar niveau wordt gehouden
en dat de acteerprestaties in orde zijn. Dennis Quaid grijnst als
vanouds – allicht bij de gedachte dat hij voor het eerst in jaren
nog eens films maakt die hun geld terugverdienen – en Topher Grace
werkt verder aan z’n overstap van tv naar cinema, die vooralsnog
relatief vlot lijkt te verlopen. Hij is één van de weinige ex
sitcom-sterren die niét terecht is gekomen in de hel van
geile-tienerkomedietjes (zoals Paul Weitz die tot voor kort zelf
maakte). Na een sterke rol in ‘Traffic’ heeft hij hier – uiteraard –
minder indrukwekkend materiaal om mee te werken, maar hij maakt er
het beste van.

De enige die opvallend weinig te doen heeft, is Scarlett Johansson,
die af en toe de film in en uit komt waaien, fotogeniek naar Topher
Grace lonkt en weer verdwijnt. De verhaallijn tussen haar en Grace
voelt dan ook het minst sterk aan, alsof de regisseur er zonodig
een liefdesaffaire moest bijsleuren, en dan maar een paar voor de
hand liggende romantische scènes schreef, zonder zich echt
rekenschap te geven van wat die zouden betekenen voor de rest van
z’n film.

‘In Good Company’ is zo’n beetje de Giant onder de films: voedzaam
is het niet en na een uur heb je alweer honger, dus eigenlijk heb
je er maar weinig aan. Maar je weet perfect wat je krijgt, er wordt
geen enkele investering van je verwacht en zolang het duurt, smaakt
het nog wel. Of maak je jezelf wijs dat het smaakt.

http://www.ingoodcompanymovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =