House of Wax




Ik heb het altijd al een intrigerende vraag gevonden of personages
in films zelf óók wel eens naar films kijken. In sommige gevallen
is het antwoord duidelijk ja – zo waren de enige overlevenden van
de ‘Scream’-trilogie diegenen die zich het best bekwaamd hadden in
de regels om levend door een slasherflick heen te kruipen. En dan
heb je prenten zoals deze ‘House of Wax’, waarin alle personages
schijnbaar een wereld bewonen waarin er geen andere films bestaan.
Hadden ze ooit al was het maar één horrorprent uit de jaren tachtig
gezien, dan zouden er wellicht meer van hen de eindmeet gehaald
hebben, omdat ze zouden hebben geweten dat het géén goed idee is om
a) te kamperen in een bos waar een onmiskenbare lijkengeur hangt;
b) een lift te aanvaarden van een hillbillie met zienderogen
wegrottende tanden die dierenkarkassen versjouwt voor de kost; c)
in een huis gemaakt van was dat aan het smelten is, een trap op te
vluchten. Maar néé. De personages van dit kunststukje leven in een
wereld waarin ‘Friday the 13th’, ‘Halloween’ en aanverwanten nooit
gemaakt zijn, dus ze weten ook niet dat ze in een horrorfilm
meespelen. Bummer.

‘House of Wax’ is een soortement remake van de klassieker met
Vincent Price uit 1953, maar de plot is zodanig aangepast aan de
conventies van het “Oh nee, er sluipt een man met scherpe messen
door de bossen”
-genre, dat de titel zowat het enige is dat
onveranderd uit de update is gekomen. Niet dat dat per definitie
een slechte film oplevert – deze nieuwe editie is wel degelijk
fun, op diezelfde ziekelijke manier waarop het Songfestival
ook wel fun kan zijn. Je weet dat het voor geen meter deugt,
maar het is zó ongegeneerd van de hond z’n kloten, dat je er toch
respect voor moet opbrengen. Oké, het Songfestival was
angstaanjagender dan deze film, maar toch…

We volgen de lotgevallen van een zestal geile twintigers die
onderweg zijn naar een belangrijke footballmatch, maar besluiten om
– u gelooft het nooit – een nachtje te kamperen in een
onheilspellend bos. De volgende ochtend blijkt één van hun wagens
mysterieus een onderdeel kwijt te zijn – lastig, zeg nu zelf – en
terwijl de rest alvast doorrijdt naar de footballmatch, blijven
twee van hen achter met de grijnzende hillbillie om in een nabij
stadje een vervangonderdeel te gaan halen. Het stadje in kwestie
bestaat uit een kerk, een tankstation, een bioscoop waar ze nog
steeds ‘Whatever Happened To Baby Jane’ spelen en een
wassenbeeldenmuseum – heel dat gehucht schrééuwt uit dat er daar
maniakken met of zonder kettingzagen wonen die het product zijn van
vele generaties inteelt, maar onze hersendode helden worden
uiteraard niets gewaar. Ze kunnen geen vermolmde deur zien met een
bordje “do not enter” erop of ze stappen erdoorheen, geen
donkere ruimte of ze lopen erbinnen onder het spreken van de
onsterfelijke woorden: “Is daar iemand?” Voor u het weet, spat het
bloed tegen de wassen muren van het stadje en vliegen de ledematen
in het rond.

Het verschil tussen ‘House of Wax’ en bijvoorbeeld het onlangs
verschenen ‘Creep’, is dat regisseur
Jaume Collet-Serra zich terdege bewust is van het feit dat hij crap
aan het maken is. Je keek naar ‘Creep’ en je kon je niet van de indruk
ontdoen dat Christopher Smith het allemaal serieus méénde. ‘House
of Wax’, daarentegen, geeft het publiek haast continu knipoogjes om
aan te geven dat het allemaal maar om te lachen is. Zo worden de
vrouwen onder het gezelschap onveranderlijk in belachelijk schaarse
kledij op de vlucht gestuurd (dames hebben blijkbaar de
onweerstaanbare drang om hun kleren uit te trekken wanneer ze in
levensgevaar zijn, dus heren, hou er rekening mee), krijgen de
hoofdpersonages minstens drie, vier kansen om simpelweg uit dat
gehucht te gaan lopen zonder dat ze die kansen waarnemen en krijgen
we een aantal werkelijk hilarische grand guignol-momenten, zoals
eentje waarin Geile Twintiger # 1 de tot was omgesmolten Geile
Twintiger # 2 het gezicht begint af te pulken. Goor, jaja, maar
grappig. En ik denk dat dat ook de bedoeling was.

De cast bestaat uit typisch slachtvee van de B-lijst: Elisha
Cuthbert speelde enkele maanden geleden nog mee in ‘The Girl Next Door’, Brian Van Holt als
slechterik van dienst heeft meer onopmerkelijke bijrolletjes op z’n
cv staan dan hij zelf nog kan tellen en dan is er natuurlijk nog
Paris “een supermarkt, wat is dat?” Hilton, die intellectuele reus
die hier nét iets minder overtuigend acteert dan in haar home made
porn video, ‘One Night In Paris’. De aanwezigheid van La Hilton in
de film lijkt mij al voldoende bewijs op zich dat Collet-Serra
bewust voor een camp-effect ging. Ik wil maar zeggen: hoe kun je
dat kalf nu in je film stoppen en hopen om ook maar halfweg serieus
genomen te worden? De enige vraag die ik mij bij haar optreden
stelde, was wie haar het script zou hebben voorgelezen.

‘House of Wax’ is best nog wel geinig om naar te kijken, niet
ondanks de debiliteit van het hele project, maar juist daardóór.
Vergelijk het met ‘Constantine’, nog
zo’n film die zodanig idioot is dat hij toch weer genietbaar wordt.
We krijgen alle klassieke situaties, een aantal inventief gore
sterfscènes en Paris Hilton in rood ondergoed. Zolang u er maar met
een gepast ironische blik naar kijkt, valt daar nog wel wat plezier
uit te halen.

http://houseofwaxmovie.warnerbros.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + elf =