Creep




Eindelijk te weten gekomen wat de overtreffende trap is van “crap”:
Creep. Debuterend regisseur Christopher Smith (eerder enkel
verantwoordelijk voor een paar kortfilms), drijft met z’n
eersteling meteen al een paar fameuze nagels in de doodskist van
z’n eigen carrière: dit is een low-budget, low-intelligence
slasher flick
die ongelooflijk hard z’n best doet om
herinneringen op te roepen aan het oeuvre van John Carpenter en
aanverwanten, maar die in plaats van voor koude rillingen, eerder
voor onbedwingbare lachstuipen zorgt. De volgende keer dat u de
metro binnenloopt en u ziet er de graffiti en ruikt de urine,
bedenk dan dat het steeds nog erger kan. Er had ook een soortement
gemuteerde freak achter je aan kunnen zitten die bizarre
gynaecologische experimenten op je wilt uitvoeren. En waar zou je
dàn staan?

Een geblondeerde Franka Potente speelt Kate, een Duitse die om niet
nader gespecifiëerde redenen in Londen woont. Op een avond wil ze
de laatste trein nemen in een nabij metrostation, maar ze valt in
slaap en wordt pas wakker wanneer de boel volledig afgesloten is.
Een mens zou zich kunnen afvragen of niemand van de andere
passagiers die op die trein stonden te wachten, zo vriendelijk had
kunnen zijn om haar even wakker te maken. Of het denderende lawaai
dat die treinen steeds maken, niet voldoende had moeten zijn om
haar op te schrikken. Of er geen beveiligingspersoneel rondloopt
voordat alles wordt afgesloten. Of onderhoudsmensen misschien? Maar
dat moet je je natuurlijk allemaal niet afvragen. Kate zit vast in
het metrostation en krijgt stilaan een vermoeden dat er een
mysterieus Iets/iemand op de loer ligt.

En zo gaat dat dan: voor je het weet, rent onze Franka (en rennen
kàn ze, ze speelde ooit nog Lola) zowat heel de Londense
ondergrondse af, om terecht te komen in het rioleringssysteem,
alwaar de boel een nog verdachter geurtje krijgt. (Ha-ha.) Ze wordt
hierbij geholpen door een heroïneverslaafd koppel dat in de metro
slaapt en een arbeider voor de waterwerken, die in de
rioleringstunnels verrast werd door het Iets/iemand in
kwestie.

‘Creep’ is een slasherfilm, dus verwacht u zich maar aan het soort
van stompzinnig gedrag waar letterlijk alléén personages in een
slasherfilm zich aan bezondigen. Je zit, samen met een etterbal van
een collega, opgesloten in een metrotrein. Plots gaan de deuren
open en die collega wordt door Iets/iemand naar buiten gesleurd. Je
hoort hem aan stukken gereten worden, ijselijke kreten stijgen
vanonder die geopende deur ten hemel, alsof ze je collega
verplichten naar een film met Ben Affleck te kijken. Wat doe je? A)
Ik zet het op een lopen. B) Ik ga kijken wat er gaande is, waarbij
ik m’n hoofd o zo tergend langzaam door de deuropening van de
metrotrein steek. Nou? Wat denkt u?

Dat soort van debiliteiten krijgen we nog – Kate wordt dan wel
achtervolgd door een bijzonder bloeddorstig Iets/iemand dat overal
waar Hij/het gaat een legertje ratten met zich meeneemt, maar ze
kan geen donker krocht of smalle, duistere doorgang zien of ze
kruipt erin. Het zal wel iets freudiaans zijn. Tot tweemaal toe
heeft ze de gelegenheid om het Iets/iemand af te maken, simpelweg
door het wapen dat ze ter hand heeft te gebruiken, maar geloof maar
niet dat ze dat zal doen. Misschien is het wel om deze situaties
enigszins aannemelijk te maken, dat ze Potente blond hebben
geverfd? Wie weet…

Nu goed, dat alles zou ik er eventueel nog bij kunnen nemen als
eigen aan het genre. Zelfs de dialogen, die nergens het niveau
“Hello? Is anyone there? Run! Die! No! Please!” overstijgen,
zelfs die zou ik nog voor lief kunnen nemen, als het toch maar eens
twee seconden spannend had willen worden. Maar nee (riep hij uit
met een van pure wanhoop verwrongen stem), driewerf néé – de
geslaagde schrikeffecten zijn op één hand te tellen en Christopher
Smith slaagt er geen moment in om een beetje sfeer in z’n prent
binnen te smokkelen. Waar we dan mee overblijven, is gore, die naar
het einde toe in de richting van pure grand guignol neigt. De
combinatie hoofd-gigantisch uit de muur stekend voorwerp (Wat wàs
dat eigenlijk? Een spijker? Een schroef? Een soortement boor?) is
nooit een goed idee, al evenmin als de combinatie
vagina/operatiezaag. Dat soort dingen kunnen pijn doen wanneer er
geen vakkundig opgeleid personeel mee gemoeid is.

Nu kan dat soort van over de top gortigheden nog wel grappig zijn
(in ‘Creep’ is het met momenten om je te bescheuren), maar
griezelig is het niet. Op z’n best vermoed ik dat deze prent
voorbestemd is om een soort van cultfilm te worden op bezopen
videoavondjes onder mannen. En dan nog… om daarvoor echt in
aanmerking te komen, is hij dan weer net niet crappy genoég.
Tenslotte zijn de speciale effecten professioneel gemaakt en doet
er althans één gereputeerde mainstream actrice in mee – cult
horrorfilms horen dat allemaal niet te hebben.

Komt daar nog bij dat ‘Creep’ met een botte bijl gemonteerd lijkt –
we zien Kate en de waterwerker door een gang lopen. Ze worden langs
achter gefilmd, Kate loopt achter de man aan. Reverse angle,
we zien hen nu frontaal op de camera aflopen en Kate loopt vóór
hem. Dat soort van blunders, die elke filmstudent in z’n eerste
jaar al zou kunnen vermijden.

‘Creep’ is het soort van film dat John Carpenter of Wes Craven
zouden maken indien ze gedurende de hele draaiperiode stomdronken
dan wel apestoned zouden zijn en elk gevoel voor cinema daarmee
verloren zouden hebben. Oftewel: het perfecte bewijs dat je niet
alles wat op een bioscoopscherm geprojecteerd wordt, zomaar zonder
boe of ba een film moet noemen.

http://www.creepthemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =