Morrissey :: Live At Earl’s Court
Morrissey :: Who Put The ‘M’ In Manchester?

Verlangen naar een groteske Smithsreünie doen we al lang niet meer. Verlangen vergt oefening en het trainingskamp bleek gesloten wegens herstellingswerkzaamheden. Wat we in die omstandigheden precies met deze dubbele live-release van Morrissey aanmoesten, werd ons aanvankelijk niet meteen duidelijk. Maar een goeie maand na release hebben zowel de cd Live At Earl’s Court als de dvd Who Put The ’M’ In Manchester zich al wél kronkelend een weg naar het hart gezocht.

Het doodgeciteerde adagium uit The Smiths’ "Paint A Vulgar Picture" (’Re-issue!Repackage!/Re-evaluate the songs/Double-pack with a photograph’ etcetera) dook ook weer op, maar deze live-opnames zijn eerder een bekroning van het meest succesvolle solojaar van de Charming Mancunian. Live-cd’s zijn vaak halfslachtige pogingen om ons door slecht gecast handgeklap richting kassa te sturen. Wij worden een beetje week en sukkelachtig in de knieën wanneer we de verzamelde Rolling Stones een nieuwe tournee horen aankondigen, wetende dat er aan het eind van de rit weer met een geruite pet wordt rondgegaan voor de collecte. Get Off The Stage, Morrissey zong het al.

De liveplaten van The Smiths en Morrissey behoren nu ook niet meteen tot de piekpunten van hun/zijn oeuvre, maar in 1988 werd wél postuum en briljant getreurd om The Smiths aan de hand van het schuurzachte Rank. Het vijf jaar jongere Beethoven Was Deaf, waarmee El Moz de eerste helft van zijn solocarrière stijlvol afsloot, heeft eveneens zijn momenten, maar verzinkt af en toe wat teveel in rockabillygepruts. En er zaten teveel ongesplitste Fransen in het publiek.

Op het kleine scherm kon je tot voor kort enkel in rabiaat ongeloof zitten staren naar de ronduit oogverblindend slechte liveregistratie Live In Dallas. Een Parkinsonpatiënt met een bizar ruimtelijk gevoel legde in 1991 een middelmatig concert vast, al werd het Amerikaanse podium hilarisch veel bestormd door sympathieke rücksichtlozen die avond. Ach, Amerikanen en hun invasies.

Ook op zijn uit de hand gelopen verjaardagsfeestje in de Manchester Evening News Arena probeerden enkele onverlaten op het podium te geraken. Springend, klauwend, hunkerend naar een aanraking. Maar nooit succesvol. En met een grijnzende, plagende, maar ook duidelijk genietende Morrissey op dat podium: ’You’ll never make it. Never!’. Mozza kreeg er in al die jaren wat rimpels bij, zijn BMI steeg ongetwijfeld lichtjes en het gladioolzwaaien is wat geminderd, maar wanneer hij dat podium opwandelt vult hij dat zoals weinigen dat kunnen.

Who Put The ’M’ In Manchester, met stabiel en sober camerawerk deze keer, wordt stijlvol afgetrapt met wat bewegende prentkaarten uit het oude en nieuwe Manchester. Als Morrissey lichtjes ironisch van wal steekt met een aangepaste strofe van "My Way" om daarna het spitse "First Of The Gang To Die" in te zetten, weet je dat de cadeautjes deze keer uitzonderlijk van de gastheer zelf zullen komen. Geen al te vaak opduikende Elvis-verlichting op de achtergrond die daar wat kan aan veranderen.

Met een gladiool in de rits brengt het 45-jarige Icoon der Regenjasgeliefden namelijk succulente versies van solo- én Smithsnummers. De playlist van Manchester is weliswaar wat minder strak dan die van Londen en in Earl’s Court wordt nóg beter geopend (een verpletterend "How Soon Is Now?") en afgesloten (een hartverlammend "Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me"), maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de prima gecapteerde impressie van overweldiging; weliswaar gelardeerd met enkele, veelal overbodige, interventies van breedsprakerige fans. Live At Earl’s Court is dan ook een beetje alsof je naar Bill Hicks zit te luisteren zonder zijn mimiek te zien: het geniale zit al duidelijk in de groeven (of bits, zo u wil), maar wie the complete picture wil zien moet toch ook zijn ogen de kost willen geven.

Buy both and feel deceived dan? U zal ons dat hier dus niet horen bevestigen. Wij vinden het twee complementaire werken van barmhartigheid en verstrekken alleen maar gunstige adviezen in deze kwestie. Zijn laatste optredens hadden er alle schijn van dat Moz aan een afscheidstournee bezig was ("Don’t forget me" en een trillend "Goodbye" spraken boekdelen) en mocht dat zo zijn dan was het er alvast één in stijl.

Zoals een fan het aan het eind terecht verwoordde: Liverpool had John Lennon en Manchester heeft Morrissey. Meer mensen zouden daar onverwijld diep gelukkig mee moeten zijn, maar het gros stelt zich tevreden met het zoeken naar vreemde geluiden en onbruikbare non-talenten. So be it, maar dat ze achteraf niet in het Duits komen klagen bij de ombudsman wegens een gebrek aan intelligentie en een teveel aan verschroeiende lamlendigheid in hun leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − drie =