Kingdom of Heaven




Ridley Scott, de man die in 2000 met ‘Gladiator’ hoogstpersoonlijk de epische
heldenfilm een revival bezorgde, zou nu ook wel eens de man kunnen
zijn die over de toekomst van het genre beslist. Andere regisseurs
die zich in hetzelfde genre waagden, hadden immers minder succes
met hun sandalenspektakels – ‘Troy’,
ofwel ‘Homeros op Jommekes-niveau’, presteerde redelijk, maar niet
zo goed als gehoopt en ‘Alexander’,
bijgenaamd ‘Mr Sleepy’, was een regelrechte flop. Als ook ‘Kingdom
of Heaven’, Scotts nieuwe kruistochtenfilm, het laat afweten aan de
kassa’s, zou dat wel eens slecht nieuws kunnen betekenen voor al
wie nog iets van plan was in hetzelfde genre. Of dat dan ook slecht
nieuws is voor filmliefhebbers, is natuurlijk een andere
vraag.

We schrijven 1184. Balian (Orlando Bloom) is een eenvoudige Franse
smid, die te weten komt dat hij de zoon is van baron Godfrey (Liam
Neeson), zelf een gerespecteerd kruisvaarder. Balian heeft na de
dood van z’n vrouw nog maar weinig te verliezen, en besluit zijn
vader te volgen naar het heilige land. Jeruzalem is op dat moment
al jaar en dag in handen van de christenen, en koning Baldwin
(Edward Norton) weet een wankele vrede te bewaren met de moslims,
die onder leiding staan van Saladin (Ghassan Massoud). De heilige
plaatsen van beide religies worden in ere gehouden, de moslims
worden met rust gelaten en mogen hun gebeden zeggen en op die
manier weten de kruisvaarders en de mannen die zij heidenen noemen,
min of meer met elkaar te leven. Maar die vrede wordt steeds
moeilijker te handhaven. Corrupte ridders die menen het goddelijk
gelijk aan hun kant te hebben voeren immers rooftochten uit op
Saladins mannen en eens Baldwin sterft aan de lepra die hem al
jaren langzaam aan het verteren was, is er niemand meer om de vrede
te bewaren. Saladin is het getreiter van de christenen beu en
belegert de stad. Balian wordt, tegen wil en dank, de beschermer
van Jeruzalem.

Het is een behoorlijk riskant moment in de geschiedenis om een film
te maken over een oorlog tussen moslims en christenen – Scott en co
werden al voor het draaien goed en wel begonnen was, flink
aangevallen wegens het vermeende racisme in het script, maar maakt
u zich vooral niet ongerust: ‘Kingdom of Heaven’ is een zeer brave,
politiek correcte film geworden, waarin er keer op keer wordt
gehamerd op de gelijkenissen tussen de beide religies. Op een
bepaald moment zien we de islamieten op hun knieën vallen om te
bidden, en wanneer iemand voor Bloom een paar regels van hun gebed
vertaalt (“Wij danken God” enzovoort), reageert hij: “Dat klinkt
net als een christelijk gebed”. Later, tijdens de finale slag om
Jeruzalem, spreekt Bloom z’n mannen toe in zo’n typische “laten we
allemaal gezellig samen het hoekje omgaan”-speech, en zegt hij in
essentie dat hun God ook die van de moslims is. Waar Ridley Scott
hier op uit is, is een illustratie van godsdienstwaanzin – en of
die godsdienst dan een westerse of oosterse is, maakt hem geen bal
uit.

Scott is en blijft natuurlijk een fantastisch plaatjesfilmer, die
gigantische veldslagen op een scherm kan gooien alsof hij nooit
iets anders gedaan heeft. Eén van de redenen waarom ‘Kingdom of
Heaven’ op z’n minst een aanzienlijke verbetering betekent
tegenover ‘Troy’, is omdat Scott
veel beter weet hoe hij de actie in z’n film moet doseren. Wolfgang
Petersen verviel voor zijn prent in een voorspelbaar ritme: een
grootschalige actiescène, dertig minuten rust. Nog een
grootschalige actiescène, nog eens dertig minuten rust. En zo door
tot het einde. Het gevolg was dat er geen sterk verhaal op gang
kwam, én dat de actiescènes op den duur enkel nog vermoeiend
overkwamen. Scott, daarentegen, houdt zichzelf tijdens het eerste
anderhalf uur van ‘Kingdom of Heaven’ verrassend in – hier en daar
geeft hij ons een paar korte gevechtsscènes om ons wakker te
houden, maar het grote vuurwerk blijft uit. Dàn, tijdens de finale
belegering van Jeruzalem, gaat hij helemaal loos en krijgen we een
slag die ruim een half uur duurt maar een perfecte climax voor de
film vormt. Scott heeft nog nooit een film gemaakt die er niét tot
in de puntjes verzorgd uitzag, en hij is daar ook nu niet mee
begonnen – elk beeld is een plaatje, zelfs de kleinste zandkorrel
ligt fotogeniek bovenop een andere.

Dat zit dus allemaal wel goed – inhoudelijk kun je de filmmakers
moeilijk op iets onaanvaardbaards betrappen en visueel toont de
regisseur nog maar eens zijn kunnen. Het probleem zit ‘m echter in
de hoofdrolspeler. Zou Orlando Bloom ergens een contract getekend
hebben dat hij in élke epische film moet opduiken? De jongen heeft
simpelweg niet voldoende talent of charisma om dit soort van film
te dragen – zelfs na een verbeten strijd waarin duizenden doden
zijn gevallen en een stad half is verwoest blijft hij eruit zien
alsof hij meespeelt in een reclamefilmpje voor tandpasta en
debiteert hij zijn dialogen nog steeds in dezelfde monotoon als aan
het begin van het verhaal. Ridley Scott omringt Bloom daarenboven
met een uitgelezen collectie klassebakken in de bijrollen (Liam
Neeson, Jeremy Irons, Brendan Gleeson), die hem allemaal zonder
enige moeite naar huis spelen. Edward Norton, die nochtans
schuilgaat achter een ijzeren masker om z’n door lepra verwoeste
gelaat te verbergen, slaagt er zelfs in om hem te overklassen
zonder dat we hem kunnen zién.

Het verhaaltje blijft al bij al nogal oppervlakkig – wat komen we
nu écht te weten over die Balian? Uiteindelijk vrij weinig, hij is
een smid die uitgroeit tot de verdediger van Jeruzalem, maar wat
hij daarbij voelt of denkt is minder belangrijk. In dit genre film
kun je dat niet echt aanvoeren als een punt van kritiek,
veronderstel ik, dat is nu eenmaal de aard van het beestje –
idividuen en hun motivaties lopen altijd enigszins verloren in het
gedrang van grote slagen en nobele monologen. Het punt is alleen
dat acteurs als Russell Crowe ondanks die beperkingen tóch nog iets
extra in hun rol weten te leggen, terwijl Orlando Bloom daar nog
niet eens van kan dromen.

Blijft daar nog de muziek, die vaak overdreven bombastisch en te
nadrukkelijk aanwezig is – muziek moet ondersteunen, maar zodra een
score je elke emotie met de paplepel ingeeft, gaat het te ver.
Scott werkte ditmaal samen met Harry Gregson-Williams voor de
muziek in plaats van met Hans Zimmer, maar hij gebruikte – gek
genoeg – voor de sterfscène van Edward Norton wél een stukje uit
‘Hannibal’. Meteen het mooiste uit
de hele film.

‘Kingdom of Heaven’ is een onderhoudende avonturenfilm, die
uiteraard schitterend in beeld werd gebracht, maar waarom o waarom
moet die uit de kluiten gewassen puber daar toch in opduiken? Geef
zo’n rollen toch aan volwassen acteurs.

http://www.kingdomofheavenmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =