M. Ward :: Transistor Radio

In het steeds groter wordende ratjetoe der singer-songwriters, americana en altcrounty, drijven de lekkerste brokken niet noodzakelijk bovenaan. Mits enige ervaring en inzicht weet de geoefende luisteraar echter deze lekkere brokken van de bodem te schrapen, al is een beetje hulp van vrienden soms mooi meegenomen; in het bijzonder vrienden zoals Gelb, Little, Oberst en James.

Als het op de juiste papieren aankomt kan M. Ward alvast niet klagen. Want hoeveel onder ons werden door Howie Gelb (Giant Sand) en Jason Lytle (Grandaddy) onder de vleugels genomen en mochten ook nog eens in de live-bands van Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes) meespelen? Wij alvast niet. Maar het volstaat niet de juiste mensen te kennen, er moet ook voldoende talent aanwezig zijn en dat bewijst M. Ward uitstekend. Want de man heeft wel degelijk talent of wat had u gedacht?

Ward blijft rustig aan de zijlijn zijn ding doen en dat laat zijn sporen na. De breekbare en timide Ward brak dan ook maar op kleine schaal door met zijn derde album Transfiguration Of Vincent, een doorbraak die dan nog grotendeels te danken was aan zijn glans/gastrol in Bright Eyes. Dat Ward zich vergrijpt aan altcountry en americana dan wel folk zal dus ook niemand verbazen. Maar hij weet op Transistor Radio ook een snuifje blues, sixties rock en onversneden "lonesome country" toe te voegen aan een mooi maar ietwat mager album.

De intrigerende mix van stijlen is op zijn minst apart te noemen, vooral omdat M. Ward zich niet alleen elke stijl eigen weet te maken maar ook nog eens vocaal verrassend uit de hoek komt. Het is soms moeilijk te geloven dat de bluesman uit "One Life Away" dezelfde man is die op "Hi Fi" zich met brio waagt aan een klassiek singer-songwriteruitstapje om daarna in "Fuel For Fire" een eenzame cowboy op de prairie te vertolken.

"It is I, Leclerc. The man with a thousand faces" was één van de running gags in "Allo Allo". Een gelijkaardige opmerking kunnen we maken bij M. Ward, al heeft deze man "a thousand voices" en zijn ze niet "all the same". Ward slaagt er in om met een herkenbare stem verschillende stijlen geloofwaardig in te vullen. Op "Four Hours In Washington" laat hij een andere kant van country horen door het instrumentarium uit te breiden en heser dan ooit een swingende song ten gehore te brengen.

Maar het zijn niet de enige uitstapjes die we te horen krijgen, want "Sweethearts On Parade" koppelt professionele distortion aan het klassieke singer-songwritervakmanschap waardoor een bevreemdende mix onder de huid kruipt. En daar komt Calexico al aangeswingd in "Regeneration N° 1". Maar de pure onversneden rock’n roll zit toch wel verborgen in "Big Boat".

Andere verrassingen zijn er niet meer. Eens voorbij "Big boat" kabbelt de plaat dan ook rustig verder. De verschillende stijlen komen opnieuw aan bod maar het verrassingseffect is weg en opeens klinkt Ward toch wat gewoontjes. De songs blijven mooi en knap maar het vat is af. Rustig kabbelt het album verder en worden de tekortkomingen van Ward duidelijker. Transistor Radio is een mooi album geworden dat vooral fans van het zachtere werk zal bekoren. Een onvertogen woord zal dan ook niet over onze lippen komen maar een luidkeelse hoera evenmin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − veertien =