She & Him :: Volume 3

Schone deerne Zooey Deschanel, wat breekt u toch ons hart keer op keer in uw talloze films en uw wat wisselvallige New Girl-serie. Jammer genoeg houdt u ook dezelfde kokette, bevallige pose als zangeres aan waarmee u uw zelfgeschreven banale liedjes te lijve gaat. Op uw nieuwste samenwerking met M. Ward hoorden wij namelijk exact hetzelfde als op de vorige She & Hims: 60’s-invloeden, een blikje strijkers uit de voorraadkast van Burt Bacharach en de zon van een eeuwige zomer. De eerste keer was het nog charmant, nu hebben wij ons voornamelijk aardig verveeld.

Laat het duidelijk zijn, uw stem kan ons zeker bekoren en is in het bijzonder onweerstaanbaar als zij zo lieflijk door onze stereo komt ge-oeht op een zonnige lentemiddag in mei. Aldus geschiedde op “I’ve Got Your Number, Son”, zo aanstekelijk met de ramen wijd open dat wij dachten dat de hele straat spontaan in een flashmob ontstak zonder dat iemand een GAS-boete hoefde te betalen. Power to the flower!

Het probleem is dat de eerste helft van uw album die formule herhaalt en herhaalt totdat het niet meer grappig is. Niet aflatend bleef het in ons week hoofd nummer aan nummer malen: vanwaar kennen we dit nu weer? De grens tussen retro en schaamteloze pastiche blijkt immers zo fijn als uw bevallige wimpers te zijn. Zo hebt u op “Baby” iets te veel leentje-buur gespeeld bij The Supremes en is “Turn To White” een aardige Patsy Cline-imitatie, maar ook niet meer dan dat.

Het zal ook wel aan uw banale teksten liggen: “I never wanted your love/But I need it all”, zo hoorden we u kermen op “Never Wanted Your Love”. In “Together” vervalt u dan weer in platitudes en hopeloze clichés als “We all go through it together/We all go at it alone” dat u dan ook nog op een onwaarschijnlijk stroeve melodie hebt gezet. Waarschijnlijk bent u wel zo’n persoon die af en toe gedachten heeft, maar het was fijn geweest als dat ook uit uw nummers bleek.

Misschien vindt u dat we u en uw muziek te serieus nemen, dat het enkel maar popmuziek is en we er verder niets hoeven achter te zoeken. Akkoord dat we geen teksten verwachten die Pablo Neruda naar de kroon steken of die de Ethica van Spinoza kritisch analyseren, maar wat meer dan de gemiddelde poëzie van een dartele tiener op Valentijnsdag had dit album vast en zeker van de vervloekte middelmatigheid gered. Een gevatte zinsnede, een grapje, een woordspeling, een bitterzoete, gedetailleerd beschreven mijmering, eender wat, we hadden het geapprecieerd.

Pas in de tweede helft gebeurt er werkelijk iets. Zo waren wij wel gecharmeerd door het doo wop-maanlicht dat schijnt op “Hold Me, Thrill Me, Kiss Me”, waardoor wij wel onmiddellijk weer naar The Moonglows en The Five Satins teruggrepen, maar we zijn al lang blij dat er iets met ons gebeurde. Het echte hoogtepunt van dit album moet wel het verleidelijke “Sunday Girl” zijn, niet dat u de originele versie van Blondie overtreft, maar uw versie heeft een mysterieuze, speelse ondertoon die wij van ganser harte verwelkomen. Uw poging tot Frans kunnen we niet vlekkeloos noemen, maar Belgicisten als wij zijn, appreciëren toch de moeite.

Helemaal goed wordt het als u en de heer Ward alle tierlantijntjes laten vallen: piano-crooner “London” duurt veel te kort en is ongeveer het enige nummer met een ander klankenpallet dan de overige consorten op dit album dat onderling perfect inwisselbaar is met zijn voorgangers en dan ook enkel als zomerse achtergrondmuzak dient. Wat dat betreft, maakt Volume 3 zijn sprankelende, zinnenprikkelende titel dan ook volkomen waar.

Mogen wij u dan ook wat meer variatie en creativiteit toewensen bij Volume 4 die zich vermoedelijk ooit aan de horizon zal aandienen? Wat moeten we anders doen met zo veel gemakzucht, zo veel schaamteloze nostalgie en dwangmatige jaren 60 monumentenzorg? We zouden u dit tamme album heel graag willen vergeven, in principe. Jammer genoeg kan ons hart het nauwelijks nog verdragen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =