Beck :: Guero

Not so breaking news: de ietwat lome kameleon van de popmuziek meet zich na enkele coherente platen terug een iets kleurrijker jasje aan. Na het beeldschone grijs van het verstilde Sea Change en het springerige gifgroen van Midnite Vultures dept Beck Hansen op zijn achtste, het schaarsgetitelde Guero, zijn penseel inderdaad opnieuw in een ietwat uitgebreider kleurenpalet. Sommige artistieke vegen komen ons af en toe wat te bekend voor, maar toch laten we ons weer graag bekladden.

Verrassen doet Beck (“Heeft u de nieuwe Bek David Campbell al?” zou in menige platenzaak wel eens op diep gefrons onthaald kunnen worden, maar u doet maar) dus niet met deze plaat. Op het eerste zicht en gehoor lijkt deze nieuwe Beck dan ook een terugkeer naar de hippe grooves en strak passende samples van het negen jaar oude, maar nog altijd verrassend frisse Odelay. Guero is echter meer een samensmelten van enkele Beckalbums dan een retour a l’Odelay, ook al werd er ook nu weer een beroep gedaan op de knappe knoppen van The Dust Brothers. Daardoor haalt het album van deze zelfverklaarde loser nergens het aparte torenhoge niveau van Sea Change, Odelay of zelfs Mutations. Maar een leuke, afwisselende plaat is het wél geworden.

De ongewone mengeling van onder andere folk, hiphop, blues en mariachi levert alvast enkele leuke momenten op en klinkt ook allemaal erg los uit de pols. Bedrieglijk nonchalant is bijvoorbeeld het broeierige slenterstraatverhaal “Qué Ondo Guero”: er wordt op zijn bouwvakkers nagefloten en Phil Spector krijgt een leuke knipoog toegeworpen Maar vooral de wisselwerking tussen het losse sappige Spaans en de lijzige stem van Beck wérkt. Het had zo op de soundtrack van Pulp Fiction gekund. Ook “Hell Yes”, waar wij zelf onbewust een laagje “No Fronts” van Dog Eat Dog over plakken, teert op diezelfde lekkere zweterige sfeer.

Op deze Guero menen we trouwens wel vaker muziekjes, geluidjes te herkennen. Niet alleen horen we nummers die zo op Sea Change (het wrange afscheidsnummer “Broken Drum”) of Midnite Vultures (“Earthquake Weather” dateert zelfs nog van die sessies) gekund hadden, de stomende single “E-Pro” mag – nu we toch ’s mans platen aan het herinrichten zijn – ook zonder blozen naast het beste van Odelay gaan staan. Where it’s at? Wij houden het op een eigentijdse Crosstown Traffic, waarin de Dust Brothers samen met de Beastie Boys in de gezellige file staan. Uitmuntende single, met ook een scherpe tekst: “Shoot your mouth off but look where you’re aiming/Don’t forget to pick up what you sow/Talking trash to the garbage around you”. Iemand is op zijn kunstzinnige tenen gaan staan.

Misschien wel een sneer naar enkele critici, die zich nochtans terecht vragen stellen bij zijn lidmaatschap van het bedenkelijke Scientology. Beck is er in interviews zelf uitermate terughoudend over, trouwde in het geheim met een ander Scientologylid en deed erg geheimzinnig over de geboorte van zijn zoon. Misschien iets voor de nieuwe roman van Dan Brown, maar op deze plaat vallen weinig aanwijzingen te ontdekken van vroegtijdige dementie: de muziek is meestal uitstekend en de fans kunnen zich laven aan een hele waterval aan grooves en een leuke gastrol van Jack White, die op “Go It Alone” een funky baslijn onder het handgeklap tovert.

Niet alles blinkt even fel: “Missing” is flauw latinogeneuzel en de bonustrack “Send A Message To Her” is ongeïnspireerde Blur. Maar laat dat u, two turntables and a microphone nog aan toe, vooral niet tegenhouden: Guero is een erg sympathieke plaat. Mochten we zoiets over een vrouw verklaren: u zou ons vast beschuldigen van eufemistisch seksisme, maar met deze Guero, sympathiek én sexy, kan u echt wel thuiskomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + vijftien =