Robots




In de film ‘The Fisher King’ zien we hoe Robin Williams een paar
willekeurige dingen – een kroonkurk, wat ijzerdraad – uit het
vuilnis vist en er een stoeltje van maakt. ‘Er zitten heel wat
mooie dingen tussen het afval,’ zegt hij, ‘als je maar weet hoe je
‘t moet bekijken.’ ‘Robots’, de nieuwe animatiefilm van Chris Wedge
(regisseur van ‘Ice Age’), draait
rond ongeveer die gedachte. Oude robots worden afgedankt om plaats
te maken voor blinkende, veel te dure upgrades, waarbij
menselijkheid en nostalgie in één zwierende beweging van tafel
worden geveegd ten voordele van harteloos kapitalisme. Een mooi
gegeven om een emotioneel boodschapje aan op te hangen, daar niet
van, maar één van de dingen die je niét kunt aantreft in het afval
van anderen, is een goed scenario, en Chris Wedge heeft er dan ook
geen gevonden. ‘Robots’ is nooit saai, het is een degelijk in
elkaar gestoken stukje entertainment voor jong en minder jong (ik
twijfel om “oud” te zeggen), maar er komt nergens een moment waarop
de film de conventies van het genre overstijgt. Je kijkt ernaar en
de volle negentig minuten lang ben je jezelf volledig bewust dat er
een formule aan het werk is, dat wat je aan het bekijken bent, het
resultaat is van een zorgvuldige combinatie van elementen die in
àndere films succesvol waren.

Ewan McGregor levert de stem van Rodney Copperbottom, een jonge
robot die is opgegroeid in relatieve armoede – zijn vader is een
afwasser, zijn moeder een zorgzame huismachine, en zijn hele leven
lang heeft Rodney het moeten stellen met de afdankertjes en
reserve-onderdelen van anderen. Rodney’s grote held is Bigweld
(stem van Mel Brooks), dé grote meneer van Robot City, die een
bedrijf leidt waar nieuwe machines worden ontwikkeld en onderdelen
worden aangemaakt om de oude te herstellen. Zijn staat deur altijd
open voor uitvinders met briljante ideeën. Rodney, zelf een
aspirant-uitvinder, besluit om naar Robot City te reizen om Bigweld
op te zoeken en hem zijn ontwerpen te verkopen, maar wanneer hij
daar aankomt, blijkt het bedrijf te zijn overgenomen door de
hebzuchtige, Gordon Gekko-achtige robot Ratchet (Greg Kinnear).
Ratchet is niet geïnteresseerd in het ontwerpen van nieuwe dingen,
zoals zijn voorganger, en ook reserve-onderdelen wil hij niet meer
maken – alle robots in het land zullen verplicht zijn om prijzige
upgrades van hem te kopen. Samen met enkele andere oude,
versleten robots, die door Ratchets zakenstrategie zichzelf plots
niet meer kunnen oplappen, besluit Rodney in opstand te komen tegen
de harteloze zakenman.

U ziet: dit is een film met een boodschap. De manier waarop Ratchet
alle robots ten lande verplicht om zijn overbodige rommel te kopen,
is een nauwelijks verholen verwijzing naar Bill Gates en diens
eindeloze – en waardeloze – updates van z’n Windowsapplicaties.
Voor een gedeelte gaat ‘Robots’ over de minder aangename kanten van
big business: het maakt niet uit wàt je op de markt gooit, als het
maar duur is en als het maar verkoopt. En als je twijfelt of het
wel zal verkopen, dan manipuleer je de markt zodanig dat de mensen
geen keuze meer hebben.

Bovendien kun je de manier waarop de oude, gammele robots de baan
moeten ruimen voor nieuwe, dure modellen, vergelijken met de
behandeling van bejaarden in onze wereld – schuiven we die mensen
zomaar achteruit omdat ze toch niets meer voor ons kunnen betekenen
of proberen we hen in de mate van het mogelijke te helpen, om toch
nog deel uit te maken van de wereld?

De thematiek is er dus wel – het is een traditie in de Amerikaanse
kinderanimatie dat er een levenslesje in moet zitten, en wat dat
betreft is ‘Robots’ goed voorzien. Bovendien is de film visueel een
pareltje: ‘Robots’ speelt zich af in een mooi uitgewerkte wereld,
volledig bevolkt door machines, die er tot in de kleinste details
overtuigend uitziet. Het leuke aan deze specifieke wereld, is dat
je robots te zien krijgt die zélf machines in elkaar steken en
gebruiken. Het kan niet makkelijk zijn geweest om dat een beetje
plausibel te maken – hoe creëer je een onderscheid tussen denkende
machines die een trapje hoger staan dan gewone machines, zodat een
publiek dat zal aanvaarden? Maar de regisseur zet wat dat betreft
nooit een stap verkeerd.

Het probleem met de film, is dat het allemaal zo
by-the-numbers is – het verhaaltje is volkomen voorspelbaar
en neigt, in de zuiverste Disney-traditie (hoewel het niet eens een
Disneyfilm is) regelmatig naar de schmaltz. ‘Robots’ wil heel graag
op de trein springen van ‘Finding
Nemo’
en ‘The Incredibles’, maar
het verschil is dat dat twee films waren die ook volwassenen van
begin tot eind konden boeien. In het geval van ‘Robots’ wil ik dat
nog wel betwijfelen. Kinderen zullen het allemaal wel prachtig
vinden, maar volwassenen zullen de formule vanaf het begin
doorhebben en hooguit hier en daar kunnen lachen met de betere gags
(die nu ook weer niet zó dik bezaaid zijn). Je weet vanaf het begin
waar dit naartoe gaat. Akkoord, in ‘Finding Nemo’ wist je ook vanaf het begin
dat ze Nemo wel zouden vinden, maar de avonturen die het visje
onderweg tegenkwam, waren enorm goed verzonnen en gaven aanleiding
tot situaties waarvan een mens nog eens kon zeggen: ‘Daar was ik
dus zelf nooit opgekomen.’ Neem bijvoorbeeld heel dat
ontsnappingsplan uit het aquarium. ‘Robots’ daarentegen heeft niets
van dat alles. Kijk naar tien willekeurige animatiefilms van de
voorbije tien jaar, begin zelf een scenario te schrijven gebaseerd
op wat je uit die films hebt kunnen leren, en de kans is groot dat
je met iets tevoorschijn komt van het niveau van deze prent. Slecht
is het niet, het is mooi geanimeerd en af en toe grappig, maar
buiten de kleinsten denk ik niet dat iemand hiervan zal wakker
liggen.

http://www.robotsmovie.com/chooselanguage.php?dl=

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + zestien =