Meek’s Cutoff

Niemand die meewerkte aan de revisionistische
western ‘Meek’s Cutoff’, kan ooit verwacht hebben dat ze bezig
waren aan een prent die – al was het maar tijdelijk – een culturele
splijtzwam zou blijken te zijn. Regisseur Kelly Reichardt misschien
nog het minste. Maar dat werd de film wel toen Dan Kois, recensent
voor The New York Times, nochtans geen proletenkrantje, hem
aanwendde als directe aanleiding voor een artikel dat zich laat
lezen als één langgerekte, vermoeide zucht. “Ik begin het beu te
worden om mijn culturele groentjes te moeten eten,” schreef hij.
“Om te moeten kijken naar films omdat ze goed voor me zijn, of ik
er nu van geniet of niet.” Aspirational viewing, noemde
hij het, films waar we naar kijken omdat dat van ons verwacht
wordt, als cultureel onderlegde mensen. “Effectief naar die films
kijken is slechts een prelude op het goeie deel: de rest van je
leven, wanneer je de film hebt gezien en er over kan praten en
schrijven.” Voorspelbaar genoeg werd dat artikel de aanleiding voor
een kort, maar heftig over-en-weer tussen verschillende
filmcritici, die de merites van langzame, conventioneel “saaie”
cinema afwogen tegen de Hollywoodse mainstream. De
conclusie was dat er geen conclusie mogelijk was.

Lucky me, ik heb de film gezien en kan er
nu over schrijven. Voornaamste vaststelling: ‘Meek’s Cutoff’ is
inderdaad een taaie brok; een trage, weerbarstige film die een
inspanning vereist. Maar het is niet de ultieme ondoordringbare
kunstfilm die je, puur door de schok, voor de rest van je leven
naar de ‘Police Academy’-box doet grijpen. Het blijft uiteindelijk
narratieve cinema; een soort paranoia-thriller zelfs, maar dan in
slow motion.

Het verhaal speelt zich af in 1845. Drie koppels
laten zich leiden door spoorzoeker Stephen Meek (Bruce Greenwood)
om hun weg te vinden doorheen de woestenij van Oregon. Meek beweert
een kortere weg over de Cascade Mountains te kennen, maar al snel
wordt duidelijk dat hij geen flauw idee heeft welke kant hij op
moet. De settlers zijn verdwaald, en hun voedsel- en
watervoorraad slinkt zienderogen. Wanneer er een indiaan opduikt,
besluiten de drie koppels hun vertrouwen in hem te stellen om hen
terug op het goede pad te brengen. Maar dat betekent dat ze hun
leven in de handen moeten leggen van iemand die ze van nature
beschouwen als een wilde.

Dat verhaal wordt min of meer verteld aan het
gezapige tempo van het leven in die tijd. De film opent met een
tien minuten durende montage van de personages die door het
landschap sjokken, en ook daarna blijft Reichardt een compromisloze
traagheid en vormelijke discipline aanhouden. Wanneer één van de
vrouwen, Emily (Michelle Williams), een geweer afvuurt om de
indiaan weg te jagen, zien we daarna hoe ze dat ding moet herladen
– een omslachtige bezigheid, die zo’n halve minuut duurt en in zijn
geheel wordt getoond. Wanneer de reizigers hun huifkarren van een
steile helling naar beneden moeten laten zakken, zijn we zo weer
drie à vier minuten verder in de film. Het leven anno 1845 verliep
nu eenmaal aan een trager tempo, en Reichardt dwingt ons in die
sfeer door pertinent te weigeren om zich te haasten.

Visueel wordt die lijn doorgetrokken met lange wide
shots. Close ups en inserts zijn relatief zeldzaam, en zeker
tijdens dialoogscènes vertikt de regisseur het om op een
conventionele manier te monteren van het ene talking head
naar het andere. Maar al te vaak krijgen we één, lang aangehouden
wide shot, waarin we alle personages in een soort tableau zien
zitten en het hele gesprek aan één stuk door wordt gevoerd. Soms is
het zelfs moeilijk te bepalen wie er spreekt. De personages worden
ook nauwelijks ontwikkeld buiten hun rol als doelbewuste
stereotypes: Michelle Williams en Will Patton zijn medelevend en,
naar de normen van hun tijd, redelijk progressief. Zoe Kazan en
Paul Dano zijn jong en angstig. Shirley Henderson en Neal Cuff zijn
dan weer de meest conservatieve van de bende, en op die manier
kunnen de makers keurig alle mogelijke reacties op de situatie
afvinken. Het gaat er niet om wie zij zijn als mensen, maar eerder
over hoe ze allemaal een bepaalde, gangbare mentaliteit
vertegenwoordigen.

Dat klinkt allemaal niet bepaald aanlokkelijk, maar
‘Meek’s Cutoff’ heeft wel degelijk inhoudelijke punten te maken die
het allemaal de moeite waard maken. Reichardt en scenarist Jonathan
Raymond wenden dat strenge minimalisme immers aan om een paar
subtiele punten te maken over het racisme en seksisme dat aan de
basis lag van de Amerikaanse natie. Michelle Williams maakt aan het
begin van de film een nonchalante opmerking over het feit dat ze
“moet werken als een nikker”. En zij wordt verondersteld een
sympathiek personage te zijn. Meek zelf zit continu op te scheppen
over de indianen die hij al naar de eeuwige jachtvelden heeft
gestuurd, en wanneer ze hun indiaanse gids gevangen nemen, zijn de
reizigers er aanvankelijk van overtuigd dat hij hen hun dood zal
injagen. Wantrouwen en minachting voor iedereen die niet blank is,
is de normaalste zaak van de wereld – tot er langzaam maar zeker
een verandering plaatsvindt en het vertrouwen van de pelgrims
verschuift van Meek naar de indiaan. Meek heeft immers al bewezen
dat hij de weg uit de woestenij niet kent (op zich al een krachtige
metafoor); misschien dat de indiaan hen wel kan helpen.

Het seksisme is minder nadrukkelijk aanwezig, maar
het is er wel. Het zijn consequent de mannen die met elkaar
overleggen en de beslissingen nemen. De vrouwen hebben geen
zeggingsrecht. Wanneer er gestemd moet worden over welke route de
reizigers gaan volgen, zijn het de mannen die hun stem laten horen,
terwijl de vrouwen dienen te volgen. Maar het is Emily die als
eerste de indiaan durft te benaderen als meer dan een wild dier, en
bijgevolg is zij het die de redding van de groep in werking stelt.
Of hun dood, afhankelijk van wat de indiaan eigenlijk in de zin
heeft.

Is dat allemaal nu ook plezierig om naar te kijken?
Intelligent is het zeker, uitdagend ook en de eigenzinnigheid van
Reichardt, haar bereidheid om haar publiek willens en wetens te
frustreren en op hun honger te laten zitten, dwingt sowieso respect
af (dat einde!). Maar ik begrijp Dan Kois ook wanneer hij zegt dat
‘Meek’s Cutoff’ een film is die je gezien wilt hebben, geen film
waar je effectief naar wilt zitten kijken. Ik waardeer hem. Ik vind
hem intrigerend. Ik vind het leuk dat je al eens een deftige boom
kunt opzetten over zijn thema’s en stijl. Maar ondertussen weet ik
niet of ik er snel opnieuw aan zou beginnen. Aspirational
viewing,
weet je wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 12 =