Cellular




Af en toe krijg je wel eens films te zien waarvan je gewoon wéét
dat het hele scenario niet op papier, maar op een (klein) stapeltje
bierviltjes werd geschreven tijdens een lange nacht doorzakken
tussen twee scenaristen en een producent met nog wat geld over aan
het einde van een fiscaal jaar. ‘Cellular’ is er zo eentje: een
hersendode B-film waarin alles zo by the numbers is als het maar
kan zijn en die, relatief gezien, niet zoveel gekost heeft om te
maken. (25 miljoen dollar, een schijntje als je weet dat de nieuwe
Bridget Jonesfilm die binnenkort uw schermen komt teisteren er 70
heeft gekost.) Alles aan ‘Cellular’ schreeuwt uit dat dit een
tussendoortje is: de regisseur is een nobele onbekende (David R.
Ellis, eerder verantwoordelijk voor ‘Final Destination 2’), de
acteurs zijn bekende namen, maar ook weer nét niet beroemd genoeg
om een affiche comfortabel te vullen (Kim Basinger, William H.
Macy, Jason Statham), en het verhaaltje is zo onnozel dat je de
indruk krijgt dat de schrijvers het na hun eerste versie simpelweg
voor bekeken hebben gehouden. Herschrijven kost immers tijd, geld
en moeite – niet bepaald de dingen die de makers van ‘Cellular’ op
overschot hadden, zo blijkt. Yup, ‘Cellular’ is haastig in elkaar
geflanste crap. Maar dat wil nog niet zeggen dat er op een bepaalde
manier niet van te genieten valt.

Kim Basinger speelt Jessica Martin, een lerares biologie die op een
dag in haar huis overvallen wordt door een aantal fors gebouwde,
zeer agressieve mannen. Ze wordt ontvoerd en weggestopt op de
zolder van het één of ander huis. De telefoon die op die zolder
tegen de muur hangt, wordt door de leider van de slechteriken
(Jason Statham) aan gruzelementen geslagen, maar dat weerhoudt
Basinger er niet van om in zuivere MacGyverstijl te beginnen
frutselen met de draadjes, in de hoop een signaal te krijgen. Na
een tijdje komt ze terecht op de gsm van Ryan (Chris Evans), een
sympathieke jongeman van wie we over de loop van de hele film maar
weinig meer te weten komen dan dat hij een sympathieke jongeman is.
Ryan wordt nu plotseling Jessica’s enige link met de buitenwereld –
nadat een poging om de politie te contacteren (uiteraard) mislukt,
is hij het die de halve stad af moet racen om te vermijden dat ook
haar zoontje en echtgenoot in de handen van de ontvoerders vallen.
Gaandeweg echter, raakt er ook een eerlijke, pragmatische flik
(William H. Macy met bijpassende snor) bij de zaak betrokken.

Larry Cohen, die verantwoordelijk was voor dit verhaal, heeft iets
met telefoons – een kleine twee jaar geleden was hij ook al
verantwoordelijk voor het script van ‘Phone Booth’, nog zo’n thriller waarin een
mongoloïde scenario (idealistische seriemoordenaar verplicht
luizige zakenmannen hun leven te beteren, yeah right), werd
gemaskeerd door het enorm hoge tempo van de film en de energie
waarmee het allemaal in beeld werd gebracht. Hier doet Cohen, samen
met regisseur David Ellis, min of meer hetzelfde: je moet al een
ongelooflijke mossel zijn om hier ook maar twee minuten in te
gelóven, maar het gaat zo goed vooruit en de situaties waarin Ryan
terechtkomt zijn soms zo goed gevonden, dat je al een nog veel
grotere zuurpruim zou moeten zijn om er niet eens smakelijk mee te
kunnen lachen.

Een voorbeeldje (ik geef graag voorbeelden van dit soort vrolijke
nonsens): Ryan loopt, met z’n telefoon, een politiebureau binnen,
waar echter een relletje uitbreekt terwijl hij z’n verhaal wil
doen. Macy, die geheel toevallig aan z’n bureautje zit wanneer Ryan
om hulp komt vragen, geeft de jongen de raad om naar de vierde
verdieping te gaan en daar een andere agent te zoeken. Dat doet
Ryan, maar wanneer hij daar aankomt, is er nergens een flik te
bespeuren. Nergens. In een politiebureau. Wanneer Ryan de trap naar
boven neemt, waar allicht wel mannen in ‘t blauw te vinden zullen
zijn, dreigt het signaal van z’n gsm uit te vallen, zodat hij niet
anders kan rechtsomkeert maken. Hoewel het signaal van die gsm het
al vier verdiepingen heeft uitgehouden, gaat die nu, ergens tussen
vier en vijf, schijnbaar plotseling uitvallen. Uh-huh. Ryan rijdt
overigens de halve stad door met z’n mobieltje, maar wanneer er
plots een irritante advocaat met een veel te dure wagen onder z’n
kont voorbij komt gereden, pratend aan z’n eigen gsm, verstoort die
het signaal. Is dat dan de eerste gsm die Ryan gedurende die hele
tijd is tegenkomen? In een wereld waarin iedereen chronisch aan
zo’n ding vastgekleefd lijkt te zitten? Nog eentje: een plotlijn
aan het einde van de film vereist dat Ryan bepaalde beelden van een
videocamera heeft overgezet naar z’n gsm. Hoe doe je dat terwijl je
in een gestolen wagen zit? Lagen de nodige kabeltjes misschien in
het handschoenkastje?

Dat is geen kritiek, of althans geen negatieve kritiek – ‘Cellular’
hangt aan elkaar van dat soort ongeloofwaardigheden en
onwaarschijnlijkheden, dat hoort nu eenmaal bij het genre. En David
Ellis doet absoluut geen moeite om dat te verbergen. Hij wéét dat
hij een b-film aan het maken is en hij geniet van de vrijheden die
het genre hem biedt: logica gaat overboord, de dialogen mogen
lekker campy klinken (Macy: ‘You know I can’t stand dirty
cops!’
), en karakterontwikkeling… Vergeet het maar. De eerste
keer dat we Macy zien, staat hij aan de telefoon te praten en zegt
hij letterlijk: ‘Ik ben een flik. Al 27 jaar lang.’ En verder komen
we nooit iets over hem te weten – die elementaire info wordt ons
netjes met de paplepel ingegeven en dat is het dan. Hetzelfde geldt
voor Ryan: tijdens zijn eerste scène verwijt zijn vriendin hem dat
hij “onverantwoordelijk en egoïstisch” is, waarna de jongen
natuurlijk anderhalf uur lang aan het publiek zal bewijzen hoe
weinig daar van aan is. De personages van ‘Cellular’ schetsmatig
noemen, zou een belediging zijn voor schetsmatige personages.

De reden dat ‘Cellular’ toch nog wérkt, zij het dan als een crappy
b-filmpje dat u op geen enkel moment serieus dient te nemen, is
omdat dit een prent is die nooit méér probeert te zijn dan wat het
is. Sommige situaties zijn écht geestig (“Ricky Martin? You
named your kid Ricky Martin?”)
, en een aantal suspensescènes
doen wat ze moeten doen – Ryan die dringend een herlader voor z’n
gsm nodig heeft bijvoorbeeld, of een scène waarin hij het signaal
dreigt te verliezen door een tunnel in te rijden. Op zulke momenten
– en zo zijn er wel wat – ontpopt ‘Cellular’ zich tot een
verrassend effectief stukje entertainment, wars van alle
pretenties. Zelfs de van de pot gerukte plotwendingen horen er
gewoon bij, zoals een taart bij een trouwfeest hoort, een
sanseveria bij de films van Lieven Debrauwer en Sam Gooris bij
Kelly Pfaff.

Dit is een film die zonder enige poespas op 90 minuten tijd van de
start naar de finish racet en onderweg zoveel actiescènes en
momenten van zelfrelativerende humor naar je hoofd smijt dat het
moeilijk wordt om nog langer stil te staan bij het haast totale
gebrek aan menselijke intelligentie. Het is heel gemakkelijk om
hier je neus voor op te halen, maar m’n kop eraf als ik me niet
geamuseerd heb.

http://www.cellularthemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − vier =