Flying Home

Het is honderd jaar geleden dat de Grooten Oorlog uitbrak in onze contreien. Dat die historische gebeurtenis herdacht moet worden met de nodige media-aandacht, daar kunnen we inkomen. Maar misschien zijn ze met hun series (In Vlaamse Velden), musicals (14-18) en films (vorig jaar al Het Varken van Madonna) toch lichtjes aan het overdrijven. Regisseur Dominque Deruddere (Iedereen beroemd,Firmin) doet er nog een schepje bovenop met een film die de Wereldoorlog combineert met… Duiven. Jawel, u hoort het goed: duiven speelden in WO I blijkbaar een cruciale rol aan het front en hebben honderden soldatenlevens gered. Het resultaat van deze atypische kruisbestuiving is Flying Home, een wel erg braaf staaltje Vlaamse film die van al zijn weerhaakjes is ontdaan en vooral niemand onder zijn duiven probeert te schieten.

Hoofdpersonage Colin (de momenteel nog vrij onbekende Jamie Dornan, die volgend jaar Christian Grey zal vertolken in Fifty Shades of Grey) is een norse zakenman die door zijn vader gepusht wordt om zich op niets anders te concentreren dan op zijn carrière. Deze typische Amerikaanse self-made man reist naar Dubai om daar een deal te sluiten met een sjeik. Die sjeik is – u raadt het nooit – een duivenliefhebber, en droomt van een deelname aan de grootste duivenrace van Europa. Er ontbreekt maar één ding: een prijsduif (met de originele naam “Wittekop”) die in het bezit is van ene Jos Pauwels (Jan Decleir). Colin reist naar Bunderzele, een Vlaams gehucht waar Pauwels met zijn kleindochter woont, om hem – op een sluwe manier – te overtuigen de duif toch aan de sjeik te verpatsen.

Zoals wel vaker bij Deruddere wordt de film vooral gedragen door de verhaallijnen. De cinematografie en montage blijven erg ongekunsteld, zonder al teveel uitschieters of bijzonderheden. Het moet al van Crazy Love geleden zijn dat hij zich eens heeft laten verleiden tot enige vorm van stilering. In de praktijk krijgen we inkijk in de leefwereld van relatief eenvoudige personages die voor nogal voor de hand liggende keuzes komen te staan en daaruit enkele wijze levenslessen trekken. Die formule werkte ook al in (sommige van) Deruddere’s vorige film en dus blijft hij ze gebruiken in de hoop dat ze zal blijven aanslagen. Maar nee dus. Het verhaal van Flying Home is zo doorzichtig en voorspelbaar als wat, inclusief de obligate koekendozenromance tussen Colin en de niet onfris ogende kleindochter van Jos Pauwels, Isabelle (gespeeld door Charlotte de Bruyne, bekend uit Little Black Spiders).

De sjeik vertelt Colin dat duiven in races steevast terugkeren naar hun geliefde(n). Ziedaar de centrale metafoor van Flying Home, die tot in den treure wordt herhaald. Elk aspect van de film (van Colins’ relatie met Isabelle, tot de relatie met zijn ouders en overgrootvader) wordt uiteindelijk gelinkt aan duiven en hun terugkeer naar hun dierbaren. Dat maakt het geheel erg sentimenteel en ongeloofwaardig, wat we per definitie kunnen missen als kiespijn, maar vooral op momenten dat er in principe ernstige thema’s worden aangehaald, zoals anekdotes uit de Wereldoorlog). Flying Home slaagt er op geen enkel moment in om de kijker bij het nekvel te grijpen: wat spanning of een vleugje opwinding zijn ver te zoeken. Ook de liefdesverhouding die zich ontwikkelt tussen Colin en Isabelle is een doodgeboren kind: de chemie tussen Dornan en De Bruyne is volledig afwezig (‘plots’ zijn ze verliefd), waardoor hun ‘liefde’ weinig meer is dan een ongeloofwaardige plotingreep. Het is ons trouwens sowieso een groot raadsel waarom een steenrijke Sjeik uit Dubai behoefte heeft aan een simpele Vlaamse duif.

En dat is jammer, want Dominique Deruddere is een sympathieke pee, wiens films we graag goed willen vinden. Crazy Love was écht goed, hij heeft een Oscarnominatie onder zijn gordel voor Iedereen Beroemd (oké, het was een onverdiende Oscarnominatie, maar toch: een Oscarnominatie!) en hij heeft projecten met Coppola en Faye Dunaway op zijn cv prijken. En van dit succes blijft dan zo weinig overeind.

Maar toch: Flying Home is niet compleet waardeloos. De cultuurclash van een Amerikaan in een klein Vlaams dorp waar men geen wifi kent, die maar één plaatselijke kroeg heeft en waar hij zich vast rijdt in een modderpoel, levert nog wel een paar aardige scènes op. Als Deruddere één ding tot in de puntjes verzorgd heeft, dan is het wel het creëren van een rasecht Vlaamse leefomgeving. Alles is Vlaams als de pest: er zijn geen computers, geen smartphones en geen modernisering. Alleen dorpsfeesten (waar de kuskesdans natuurlijk niet mag ontbreken!), de boerenkost van huishoudster Martha en trappist. Meer zelfs: de geliefde Kleiputten van Isabelle worden bedreigd door bouwplannen voor een winkelcentrum. We zien een klein charmant Vlaams dorpje dat krampachtig zijn pastorale waarden in leven weet te houden. Bunderzele deed ons een beetje denken aan Houtem in Frank Van Passels Het Varken van Madonna. Je mag van dat openlijk terugverlangen naar het Vlaanderland van toen denken wat je wil, maar iedereen die ooit een eindeloze zondagmiddag in zo’n dorp heeft doorgebracht, zal weten dat de sfeer van de film er niet naast zit.

Qua acteerwerk had Flying Home het veel slechter kunnen treffen. Icoon Jan Decleir zet een sterke acteerprestatie neer als eenvoudige duivenmelker en draagt een groot deel van de film. Jammer dan, dat zijn rol uiteindelijk vrij klein blijft. Josse de Pauw speelt een geestige pastoor, maar moet hier en daar opletten dat hij het typetje niet te veel aandikt. Voor de lieftallige Charlotte de Bruyne doen haar fonkelende ogen het meeste werk, maar haar naturelle is wel verfrissend. Toch is dat alles niet genoeg om de kijker op het puntje van zijn stoel te doen belanden. Deruddere blijft zich zo braafjes concentreren op zijn makke verhaallijn dat de personages en setting met moeite wat bewegingsvrijheid krijgen. En dat is jammer. Want wij hadden best het levensverhaal van de cynische toogfilosoof Gène Bervoets willen weten.

Flying Home brengt ons een brave, naïeve versie van het dagelijkse leven, ontnomen van al zijn rauwheid. Er blijft enkel een zacht en nietszeggend omhulsel over, waar wij – jammer genoeg – geen boodschap aan hebben. Tortelduifjes Colin en Isabelle doen sommigen misschien dromerig zuchten, maar ze slagen er niet in om ons hart te doen smelten. Mag het volgende keer wat stouter, Dominique?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − acht =