Green Day :: American Idiot

Een absolute eikel als president hebben werkt echt motiverend, zo bleek al eerder dit jaar (zie onder andere bij Patti Smith). Ook Billy Joe Armstrong van Green Day steeg het zuur tot ver in het keelgat en dan is eens goed kotsen de enige optie nog. Het leidde tot de plas American Idiot, vol brokjes verontwaardiging over een maatschappij die het op homo’s en andersdenkenden heeft gemunt. Fijn, vinden wij dat, zeker als die boel ook nog eens muzikaal nieuwe horizonten verkent.

We hebben hem wat laten liggen, maar slechter werd hij er niet op: American Idiot, het protestalbum van neopunkers Green Day. Ondertussen is het al om zeep en won monkey man een tweede ambtstermijn. Laat dat echter geen reden zijn om deze plaat dan maar snel onder de mat te vegen: dit is de heropstanding van een groep die we eigenlijk uitgeblust achtten en al lang in het vakje onzer puberzonden hadden geklasseerd.

American Idiot zet één en ander recht. Armstrong windt er geen doekjes om en smijt genadeloos the state of the union onder de loep: een land waar de leegte van Suburbia heerst, de media niet informeren maar manipuleren en homofobie nog steeds hoogtij viert. "Het kan me niet schelen of de fans het pikken", zegt Armstrong, "ik moest dit kwijt." Aan de eerste plaats in de hitlijsten te zien, viel dat al bij al nog mee dus al kun je je afvragen of de ironie van zinnen als "kill al the fags that don’t agree" niet een aantal kopers ontgaan zal zijn.

Eerste single "American Idiot" is herkenbare Green Day: een snel drie-akkoorden/drie-minuten dingetje, maar er wordt meteen met scherp geschoten "I’m not part of a redneck agenda/now everybody do the propaganda." Muzikaal wordt het daarna een stuk interessanter: met "The Jesus Of Suburbia" en "Homecoming" heeft de groep twee nummers van een kleine tien minuten geschreven. Opgedeeld in telkens vijf onderdelen gaat Green Day hier voor episch met het aaneenbreien van verschillende korte punky opstoten tot een soort symfonieën die het typische voorstedelijke leven dissecteren. Sterk, en het mag dan ook geen wonder heten dat ze de plaat domineren.

De rest is immers bekender vreten, maar steeds van een niveau dat de groep al lang niet meer haalde. Zo is er het springerige "Holiday": een absolute favoriet tijdens de afwas ten huize ons en een aanstekelijk pleidooi tot het grondwettelijke recht je hersenen te gebruiken. In "Wake Me Up When September Ends", over de vroege dood van zijn vader, bewijst Armstrong nog eens dat hij een betere songschrijver is dan men wel eens pleegt te denken. Terwijl dat sinds "Good Riddance (Time Of Your Life)" van op Nimrod toch al duidelijk was.

Ook over "Boulevard Of Broken Dreams", "Give Me Novocaïne" en "Whatsername" gaat u van ons geen fout woord horen. Ertussen staat met "She’s An Ordinary Girl" en "She’s A Rebel" echter wat vervelend materiaal en dat we bij "We Are The Waiting" moeten terugdenken aan "Youth Of The Nation" van het verfoeilijke nu-metalbandje P.O.D. vinden we ronduit onvergeeflijk. Geen homerun dus deze plaat, maar niettemin een stevige mep op de juiste nagel.

Het heeft dus allemaal geen éne fuck uitgehaald, maar andermaal is bewezen een goeie plaat niet voortkomt uit zelfgenoegzaamheid, maar uit diepe woede en verontwaardiging en de noodzaak iets te vertellen. Kunnen we afspreken dat een groep pas een plaat mag opnemen als ze dat bewezen heeft? Het zou veel discografieën — ook die van Green Day — gênante plekken besparen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − een =