Manic Street Preachers :: Lifeblood

Om met de deur in huis te vallen: deze plaat zal er weer voor
zorgen dat een horde fans van het eerste uur voorgoed afhaakt.
Mensen die dus hoopten dat de Manics op hun zevende studioplaat
zouden terugkeren naar de sound van de beginjaren, willen we nu al
een hoop ergernis besparen en zeggen dat deze plaat allicht niet is
geworden wat zij van hun helden van weleer verwacht hadden. Fans
die wel zijn meegegroeid met de groep en liefhebbers van
melodieuze, modieuze, weids gearrangeerde en knap gezongen pop- en
rocksongs met snedige gitaar-, keyboard- en piano-interventies,
zullen daarentegen in de wolken zijn met ‘Lifeblood’. De
geschiedenis van de Manic Street Preachers valt moeilijk in een
notendop te vatten. Akkoord, de groep werd in haar beginjaren
vooral afgeschilderd als een stelletje poseurs (slechte The
Clash-imitatoren), waardoor men haast zou vergeten dat er op de
eerste twee platen (het best leuke want bulkend van de goeie
bedoelingen ‘Generation Terrorists’ en het eerder vlakke ‘Gold
Against the Soul’) ook nog enkele prachtsingles stonden zoals
‘Motorcycle Emptiness’ en ‘La Tristesse Durera (Scream to a Sigh’)’
en dat ‘The Holy Bible’ een onvervalste classic is. Pas in ’95, na
de verdwijning van gitarist-tekstschrijver Richey Edwards (voor wie
nog steeds een vierde van de royalty’s wordt geparkeerd op een
aparte rekening), leek men de band enige geloofwaardigheid toe te
dichten en scheerden de Manic Street Preachers met de cd’s
‘Everything Must Go’ en (vooral) ‘This Is My Truth Tell Me Yours’
zowel commercieel en artistiek hoge toppen. Miljoenenverkoop en
uitgebreide tournees werden plots hun deel, het kon voortaan alleen
maar slechter gaan. In 2001 verscheen dan ‘Know Your Enemy’, een
schromelijk onderschatte plaat die nog steeds gretig aftrek vond
bij de fans, maar erg uiteenlopende kritieken kreeg (allicht wegens
te gevarieerd en niet genoeg wereldhits à la ‘The Everlasting’ en
‘If You Tolerate This…’ ).
Een jaar of twee geleden zag het heel even naar uit dat het doek
over de groep zou vallen. Niet alleen hadden zanger-gitarist James
Dean Bradfield en bassist Nicky Wire in afzonderlijke interviews
laten verstaan zich met andere dingen te willen bezighouden, ook
het feit dat er twee compilaties werden gereleased (‘Forever
Delayed’ met alle singles en ‘Lipstick Traces’, een
onwaarschijnlijk sterke verzamelaar met B-kantjes, outtakes en
covers), was voor velen een veeg teken. Maar kijk, het schitterende
pop- en rockjaar 2004 loopt ten einde en wie komt er nog gauw een
patatje meesteken? Onze vrienden uit Wales! Meteen het signaal voor
ondergetekende (‘meegegroeide fan van het eerste uur’) om meteen
have en goed in de steek te laten en zich enkele weken van de
bewoonde wereld af te zonderen, met als enige gezelschap de laatste
plaat van de Manics.

‘Lifeblood’ is een album geworden dat op geen enkel moment
teleurstelt. Tijdens de eerste draaibeurten kwamen de songs nog
eenvoudig en vlak over, maar dat was slechts schijn. Hoe dieper je
ingaat op de twaalf tracks, hoe meer je de buitenste lagen begint
af te pellen, hoe groter de rijkdom die je aantreft wanneer je
uiteindelijk op het hart van de liedjes stoot. “De Manics hebben
naar U2, Echo & The Bunnymen, The Cure, Talk Talk, Depeche
Mode, New Order en The Smiths geluisterd”, merken sommige
criticasters laatdunkend op. Mag het even? Welke mid-dertiger die
zich inlaat met muziek heeft er géén platen van één van
bovenvermelde groepen in huis (gehad)? Dat de sound van ‘Lifeblood’
soms neigt naar die van de Britse groepen die twintig jaar geleden
het mooie weer maakten, vinden wij dus helemaal niet erg. Ook al
omdat de Blackwood Boys die sound verrijken met het geluid van
hedendaagse gitaarbands als Keane, Coldplay en aanverwanten.
En toch is dit ook weer een heel erg typisch Manics-album geworden.
De net niet wanhopige vocalen van Bradfield, zijn verfijnde
gitaarspel, de spitse (hoewel minder politiek dan ooit) teksten van
Nicky Wire, de stuwende drums van Sean Moore en – niet te vergeten
– de onmisbaar geworden inbreng van keyboardspeler Nick Nasmith,
aanvankelijk slechts ingehuurd als decorstuk tijdens tournees, maar
intussen meer en meer één van de bepalende figuren in de
groep.
Qua geluid en songs is deze cd meer dan zomaar een synthese van het
allerbeste van de drie voorgaande studioplaten. Sommige songs
hadden inderdaad op ‘Everything Must Go’ (zoals opener ‘1985’),
‘This Is My Truth… (bv. ‘I Live to Fall Asleep’) of ‘Know Your
Enemy’ (‘A Song for Departure’ of ‘Always/Never’) kunnen staan; het
merendeel van de liedjes toont echter aan dat ook de Manics
beseffen dat stilstaan hetzelfde is als achteruitgaan en dat het
groepsgeluid (nog maar eens) evolueerde, zoals wordt bewezen met de
singles ‘The Love of Richard Nixon’ en ‘Empty Souls’ en met het
afsluitende trio ‘Solitude Sometimes Is’, ‘Fragments’ en ‘Cardiff
Afterlife’.
Besluit: u zal weer eens hard moeten zoeken naar argumenten om de
laatste plaat van de ooit zo verguisde Manic Street Preachers niét
goed te vinden en hen niét toe te laten tot het kransje van de
belangrijkste bands van het afgelopen decennium.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =