Devendra Banhart :: Rejoicing In The Hands/Niño Rojo

Na het krakkemikkig opgenomen debuut Oh Me Oh My maakt Devendra Banhart, de jongste rijzende ster van de recente golf folk-acts de sprong naar een heuse opnamestudio. Vruchtbare carrièrezet: die studio verliet hij met zomaar even twee fantastische platen vol kinderlijk eerlijke songs.

De overgang naar een degelijke opnamegelegenheid ging zo: Michael Gira (Swans, Angels Of Light) werd aangetrokken door het schrille stemmetje van de 21-jarige Devendra Banhart en bracht enkele van diens krakerige four tracks uit op zijn bescheiden, maar übercoole platenlabel Young God Records, waarna prompt een tornado van een mediastorm ontstond rond de verse hippie. Voor het vervolg op dat zinderende debuut hebben Gira en zijn poulain Banhart voor de afgelegen studio van Lynn Bridges gekozen, waar Devendra op een simpele houten kruk met zijn gitaartje zomaar 57 songs uit zijn poncho schudde. Uit die vruchtbare sessie werden twee pareltjes gedestilleerd: het eerder dit jaar verschenen Rejoicing In The Hands en Niño Rojo.

25 songs werden onderweg naar de persen nog gedropt, waardoor helemaal geen enkele misser op beide platen belandde. Devendra’s songs lijken geschreven door Leadbelly, zijn stem komt voor als een snijdende Marc Bolan en zijn teksten evoceren nu eens een surreële komedie ("Like the type of tongue that roots from your breast/ And it shakes your pretty little clavicle" uit "We All Know" bijvoorbeeld!) en dan weer beeldende poëzie ("And all my fingers ran off/And I just couldn’t follow them/Your eyelash was an island/And your eyes were someone’s friend" uit "An Island").

Wel is het moeilijk om uitschieters te gaan noemen, want alles zweeft voorbij in hetzelfde poëtische geheel van een psychedelische trip. Het gitaargetokkel is kraakhelder, maar de dopewalm hangt onlosmakelijk in de ether. Dan maar "Rejoicing In The Hands" (de song) vermelden, het ijzige duetje met Banharts idool Vashti Bunyan, de verloren Britse sixtieszangeres die door de new folks opnieuw werd omarmd. Ofte "Will Is My Friend", waarin een zweverige piano als één van de weinige overdubs meekrast met de cicades uit het openstaande raam.

Rejoicing In The Hands en Niño Rojo zijn het resultaat van een warme opnamesessie met een hartverwarmende liefde voor muziek (op "Todo Los Todoros" is zo’n stukje van die relaxte sfeer tussen Gira en Banhart te horen). Deze nummers zullen het niet tot hippe radiohitjes schoppen, maar Banharts teneur is er één van pure gedrevenheid en hypnotische bezetenheid en net dát werkt aanstekelijk. Het heerlijke "This Beard Is For Siobhán" spreekt voor zich: "A real good time, a good time!".

En voor wie nog niet overtuigd is dat Devendra Banhart meer is dan de zoveelste Bob Dylan-kloon in de stal singer-songwriters, heeft Michael Gira alle overtuigingskracht klaar: "Whether the songs are pained, twisted, whimsical, or even sometimes weirdly silly, aside from being fantastically musical and expertly played, they are also utterly sincere, and devoid of a single drop of post modern irony. In short, he’s the real thing."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =