Naked Lunch

“Istigkeit — wasn’t that the word Meister Eckhardt liked to
use? ‘Is-ness.'”
Dit is een citaat uit ‘The Doors of
Perception’, Aldus Huxley’s beruchte werk over zijn ervaringen met
LSD en de manier waarop de drug letterlijk de deuren kan opengooien
naar nieuwe niveau’s van bewustzijn, van gewaarwording. William
Burroughs’ werk, waarvan ‘Naked Lunch’ wellicht het meest algemeen
bekend is geworden, wijkt thematisch af van Huxley (zo gelooft
Burroughs in de eerste plaats al niet dat drugs helpen om tot
dieper inzicht te komen, wel in tegendeel), maar het concept
is-ness is wel toepasselijk. Wie zijn we? Wat zijn we? Wat
is onze is-ness?

Burroughs was op z’n zachtst gezegd een kleurrijke figuur. Hij was
de peetvader van de zogenaamde beat generation van Amerikaanse
schrijvers, die in de late jaren veertig en vijftig een frisse,
zwaar psychedelische en symbolische draai gaven aan wat literatuur
te betekenen had. Schrijvers als Jack Kerouac, Allan Ginsberg en
Paul Bowles waren bekende namen van die generatie: vaak onder
invloed van drugs schreven ze over het concept van identiteit
(Amerikanen die verloren lopen in hun eigen land of dat van een
ander was een vaak gebruikte metafoor), en over het gebruik van
verslavende middelen als een middel om die identiteit te vinden of
er juist voor te vluchten. Burroughs zelf is over de tachtig jaar
oud geworden, maar is in feite z’n leven lang een junkie geweest,
die industriële hoeveelheden junk in z’n lijf spoot. Hij was een
homoseksueel, maar stond onder sociale druk om toch een “normaal
leven” te leiden en trouwde in 1946 met Joan Vollmer. In 1951
schoot hij haar echter neer tijdens een dronkemanspoging om de
beroemde scène uit Wilhelm Tell na te spelen, waarin hij een appel
van het hoofd van z’n zoon schiet. De schietpartij werd officiëel
bestempeld als een ongeluk, maar de vraag blijft of er, gezien de
ware seksuele voorkeur van Burroughs, toch (misschien onbewust)
geen sprake was van moord. Hoe het ook zij, Burroughs heeft zelf
altijd toegegeven dat de dood van z’n vrouw de reden was waarom hij
is gaan schrijven – elk woord dat hij schreef was een poging om met
zichzelf in het reine te komen.

‘Naked Lunch’ is zijn bekendste werk, een surrealistische,
metaforische roman over Burroughs zelf – in de eerste plaats zijn
drugsverslaving, maar ook zijn homoseksualiteit, de dood van z’n
vrouw en zijn eigen schrijverschap. Bizarre figuren zoals
“mugwumps” komen erin voor, evenals een imaginaire plek genaamd
Interzone. Bestempeld als pornografisch, verboden in sommige van de
Verenigde Staten en daarna over het algemeen geherwaardeerd als een
belangrijk literair werk, werd het boek beschouwd als absoluut
onverfilmbaar. Tot David Cronenberg, ook al een vreemde meneer, in
1990 toch zijn intenties aankondigde om er een film van te maken.
De film werd al even niet-begrijpend en met al evenveel afkeuring
onthaald als het boek, en inderdaad, het is geen perfecte prent: de
ideeën zijn bijzonder moeilijk te volgen, de film is
ontoegankelijk, vraagt een enorme inspanning en put het publiek
doelbewust uit door waanzinnige creaturen toe te voegen zoals
typemachines die veranderen in gigantische insecten die via hun
anus praten en tweeslachtige seksuele monstertjes waar zowel een
pulserende vagina in te herkennen valt als een gigantische erectie.
Geen gewone kost dus.

Cronenberg koos er, wellicht verstandig, voor om niet te proberen
een rechtstreekse verfilming van ‘Naked Lunch’ te maken. In de
plaats daarvan pikte hij elementen uit dat boek, evenals uit andere
werken van Burroughs, om die dan te vermengen met belangrijke
gebeurtenissen uit het leven van de schrijver. Peter Weller speelt
Bill Lee, een surrogaatfiguur voor Burroughs zelf, een worstelend
schrijver die in New York werkt als insectenverdelger. Zijn vrouw
Joan (Judy Davis) is echter verslaafd geworden aan het
verdelgingsmiddel, injecteert het spul in haar borsten (waarmee een
link wordt gelegd tussen druggebruik en seksualiteit, een link die
door heel de film belangrijk zal zijn). Bill zelf is ook niet vies
van het spul en begint dan ook aan hallucinaties te lijden – hier
krijgen we voor het eerst de insect-typemachines te zien, die hem
ervan willen overtuigen dat zijn vrouw eigenlijk een vijandige
geheim agente is van een andere planeet. Zoals in het echte leven,
schiet Bill z’n echtgenote “per ongeluk” neer – wat dan volgt, is
een vlucht naar Interzone, een stad die duidelijk gebaseerd is op
Tangiers in Marokko. Hier ontmoet hij andere schrijvers, hij
gebruikt drugs, wordt gemanipuleerd door zijn pratende typemachines
en hij leert zelfs een tweede vrouw kennen die hem verdacht sterk
doet denken aan zijn eerste.

Die samenvatting klinkt ongetwijfeld enigszins verward en
onsamenhangend, maar dat komt omdat de film dat ook is – een
rechtlijnig verhaal valt hier hoegenaamd niet terug te vinden.
‘Naked Lunch’ de film is eerder een collectie ideeën die aan elkaar
werden geregen tot een fascinerende, goed gemaakte film die evenwel
voorbestemd is om het publiek op te delen in felle voor- en
tegenstanders.

Een sleutel tot de film is de betekenis van de titel. Naked lunch
slaat op het idee dat we nooit kijken naar wat er aan het uiteinde
van ons vork geprikt is – we eten het op zonder ernaar te kijken.
Een moment van realisatie komt er wanneer we gewoon even stoppen en
kijken naar onze lunch. Met andere woorden: we leiden ons leven, we
zijn er de hele tijd druk mee bezig, maar ondertussen nemen we
nooit een moment om ons af te vragen wat het écht voorstelt. Wie
zijn we nu eigenlijk, wat is nu onze identiteit? Wat hangt er aan
onze vork? Zowel boek als film ‘Naked Lunch’ gaan in hoge mate over
die zoektocht naar een essentiële identiteit. Daarbij lopen drie
voorname thema’s door het hele werk: Bills schrijverschap, zijn
seksualiteit en zijn drugverslaving. Drie afleidingen, als het
ware, die hem ervan weerhouden om erachter te komen wie en wat hij
werkelijk is (daar zit dan ook de tegenstelling met Huxley, die
geloofde dat drugs juist hélpen om je dat te doen inzien). Volgens
Burroughs en Cronenberg zijn die dingen allemaal nepdefinities: ik
bén een schrijver, ik bén een junkie, ik bén homo of hetero – ik
bén. Maar ondertussen, terwijl je met die dingen bezig bent, weet
je helemaal niet wie je bent.

De nevenpersonages, allemaal gestalte gegeven door karakteracteurs
(Ian Holm, Roy Scheider…), dienen daarbij als “vijandige
agenten”, mensen die er belang bij hebben dat hij dat doel van
zelfinzicht toch maar niet zou bereiken. Andere schrijvers, die hem
als concurrentie beschouwen en schemerige overheidsfiguren die niet
willen dat hij aan hun controle ontsnapt. Interzone is duidelijk
geen fysieke, maar wel een mentale plaats, de “zone” waarin auteurs
verblijven tijdens het schrijven, of anders wel de zone waar een
drugroes je naartoe brengt. Sowieso is het een plek waarnaar Bill
ontsnapt wanneer de realiteit hem te lelijk wordt – een plek
waarnaar hij ontsnapt van zichzelf.

Dat alles is zware kost (en het is ook nog maar het tipje van de
ijsberg aan betekenislagen en metaforen die Cronenberg hier
verweven heeft). Een mainstream publiek zal hier ongetwijfeld niets
aan vinden en inderdaad: het is een pretentieuze film, moeilijk te
volgen en uitzonderlijk verwarrend. Maar wie toch de moeite wil
doen om zijn weg doorheen dat doolhof aan ideeën te zoeken, krijgt
er ook veel voor terug – ‘Naked Lunch’ is een film met een zeer
uitgesproken persoonlijkheid, een film die in niets lijkt op andere
prenten. Er wordt fantastisch geacteerd, met name door Weller, die
hier een ware tour de force uithaalt, en de gedachten achter de
prent, de indringende intelligentie ervan, maken deze bizarre trip
toch de moeite waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 8 =