Jaws

Er zit een scène in ‘Jaws’ waarin Richard Dreyfuss als oceanograaf
Matt Hooper zegt: ‘Die haai is een perfecte motor. Een mirakel van
de evolutie: al dat dat beest doet, is zwemmen, vreten en kleine
haaitjes maken, da’s alles.’ Grosso modo kan hetzelfde gezegd
worden over de film: het is een perfecte motor, die continu op
volle toeren draait met maar één zeer simpel doel: z’n publiek
zoveel mogelijk de duvel aanjagen. De plot is extreem rechtlijnig
(veel meer dan in Peter Benchley’s boek, waarop hij gebaseerd
werd), de motivaties van de personages zijn vrij eenvoudig. Met
‘Jaws’ is Steven Spielberg maar op één ding uit: om de spannendste
film ooit te maken. Of hij daarin is geslaagd, moet ieder maar voor
zichzelf uitmaken, ik handel niet in dat soort van absolute
uitspraken. Maar hij staat sowieso hoog in de lijst.

Spielberg had op het moment dat hij ‘Jaws’ maakte, nog absoluut
niets bewezen. Zijn eerste film, ‘Duel’, was een tv-productie –
weliswaar een succesvolle tv-productie, maar in ieder geval geen
echte bioscoopfilm. ‘The Sugerland Express’ (nog steeds één van z’n
beste films, trouwens), was een commerciële flop. Hij kreeg de
roman ‘Jaws’ in handen via z’n producers Richard Zanuck en David
Brown, die ook ‘Sugerland’ geproduceerd hadden en schijnbaar nog
steeds voldoende vertrouwen hadden in die jonge snaak om hem een
tweede kans te geven. Z’n tweede kans zou voldoende zijn – ondanks
een rampzalige opnameperiode die uitliep van iets van een 50
draaidagen tot 155, ondanks een mechanische haai die nooit werkte
en ondanks een budget dat zienderogen toenam, werd ‘Jaws’ de
grootste financiële hit in de geschiedenis van de film tot dan toe
(tot ‘Star Wars’ langskwam en de fakkel overnam). Spielbergs
carrière was definitief gelanceerd.

De plot is welbekend en laat zich in enkele regels samenvatten: een
grote witte haai teistert de kust van het eilandje Amity en
bedreigt daarmee de inkomsten uit de toeristische industrie. De
burgemeester van het stadje is vastbesloten om de stranden open te
houden ondanks het protest van politiecommissaris Brody (Roy
Scheider), met als gevolg dat er meer doden vallen. Brody gaat
samen met specialist Matt Hooper en ruwe zeebonk Quint (Robert
Shaw) erop uit om de onsympathieke vis op te jagen en te
doden.

Tegenwoordig zou het geen probleem zijn om die haai in beeld te
brengen – je gooit er wat CGI tegenaan et voilà. Anno 1974
was dat natuurlijk al heel wat minder evident, en de haai die werd
ontworpen voor de film weigerde hardnekkig dienst. Een feit dat
achteraf zeer gunstig bleek te zijn voor de film, aangezien het
Spielberg dwong om creatieve manieren te vinden om de haai uit
beeld te houden. Tijdens de eerste 75 minuten van de film wordt het
beest enkel gesuggereerd, via een vin die boven de oppervlakte
voorbij glijdt, via shots die werden gefilmd vanuit het standpunt
van de haai zelf en natuurlijk via de beroemde muziek van John
Williams. Wat dat betreft, vertoont ‘Jaws’ eigenlijk gelijkenissen
met Carol Reeds ‘The Third Man’: ook daar kwam Harry Lime (Orson
Welles) lange tijd niet in beeld, maar er werd steeds over hem
gesproken en telkens wanneer dat gebeurde, kregen we de themamuziek
te horen. Hier gebeurt hetzelfde: de haai zelf blijft buiten beeld,
maar we zien de resultaten van wat hij kan aanrichten, we horen
Hoopers plastische beschrijvingen van het beest als een
moordmachine en die lage, grommende muziek van Williams wordt zo
effectief gebruikt dat de haartjes in je nek overeind gaan staan.
We hoeven de haai helemaal niet te zien om er bang van te zijn. In
tegendeel, het ongeziene gevaar, de bedreiging die buiten beeld
blijft, is veel angstaanjagender dan het monster dat we
rechtstreeks onder ogen kunnen zien.

Eens de haai dan toch voluit in beeld komt, wordt pas duidelijk
waarom het zo lang geduurd heeft: dat ding ziet er namelijk enorm
fake uit, het is overduidelijk van plastic. Maar dat éne zeer
kwetsbare shot waarin het publiek een langdurige blik krijgt van de
vis terwijl hij de boot van onze helden probeert op te vreten, komt
pas na bijna twee uur spanning – op dat punt heeft Spielberg ons
als publiek zo ver gekregen dat hij een goudvis op dat dek had
kunnen gooien en het was nóg spannend geweest. Heel de film, en de
manier waarop een genadeloze spanning wordt opgebouwd zonder écht
iets te tonen, fungeren in feite als een apologie voor dat éne
moment waarin Spielberg dan toch z’n kaarten op tafel moet leggen
en moet toegeven dat hij heeft zitten bluffen. De haai ziét er niet
uit, het was allemaal suggestie – maar zelden was suggestie zo
succesvol.

De roman van Peter Benchley was heel wat uitvoeriger in z’n
verhaallijnen – zo knoopte Matt Hooper bijvoorbeeld een relatie aan
met de vrouw van commissaris Brody – maar Spielberg en zijn
voornaamste scenarist Carl Gottlieb zagen die verwikkelingen
hoofdzakelijk als ballast. Je hebt dat allemaal niet nodig – waar
het verhaal écht over gaat, is de jacht op die haai, en voor een
film die het in twee uur moet klaarspelen, werd alles dat daar niet
rechtstreeks mee te maken had, genadeloos weggelaten. Het gevolg is
een zeer strakke film, waar geen scène teveel inzit. Het knappe aan
‘Jaws’, is de manier waarop de personages toch de gelegenheid
krijgen om een duidelijke persoonlijkheid te ontwikkelen. Let op
Murray Hamilton als burgemeester Larry Vaughn, die uit financiële
overwegingen de stranden liet openen met een dodelijke aanval van
de haai als gevolg – hij is geen slechte man, hij wilde niemand
kwaad doen, maar hij liet zich leiden door de verkeerde
overwegingen, en de volgende scène, waarin één van de slachtoffers
naar het ziekenhuis wordt gebracht, maakt dat zeer duidelijk. Gelet
op de hedendaagse standaards voor grote blockbuster films, krijgt
dit nevenpersonage méér nuance mee dan eender welk hoofdpersonage
tegenwoordig.

Dan tijdens de laatste drie kwartier imploderen Spielberg en
Gottlieb hun film tot een claustrofobisch suspenseverhaal over drie
mannen op zee – alle andere personages verdwijnen op dat moment,
wat op z’n zachtst gezegd ongebruikelijk is. De dynamiek tussen de
hardhandige Quint (Robert Shaw) en de meer intellectuele Hooper
(Dreyfuss dus), wordt prachtig uitgespeeld in korte komische
situaties en vinden ook hun oorsprong in de realiteit. Shaw was een
man van ouderwetse ideeën, Dreyfuss was een jonge, joodse liberaal.
De twee mochten elkaar niet en dat wordt prachtig uitgebuit in een
antagonisme tussen hun personages dat leidt tot de schitterende
monoloog van Quint over de USS Indianapolis (die Shaw trouwens zelf
heeft geschreven). Opnieuw krijg je personages die interessanter
zijn dan wat we de laatste jaren gewend zijn geworden – de haai
valt aan en het kan je écht schelen of de personages er levend
vanaf zullen komen of niet.

‘Jaws’ is een wonderlijk suspensevolle film, met goeie acteurs en
klassieke regeltjes dialoog zoals ‘You’re gonna need a bigger
boat.’
Bijna dertig jaar later, en met alle evoluties in de
special effectsindustrie, zijn er niet veel prenten die kunnen
tippen aan dit pareltje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twaalf =