Van Helsing




Tijdens de eindaftiteling van ‘Van Helsing’ krijgen we een
credit die ons meedeelt dat regisseur Stephen Sommers deze film
opdraagt “in loving memory of my father”. Vreemde relatie
moeten die twee mannen hebben gehad. Dat P.T. Anderson ‘Magnolia’ aan z’n vader opdraagt, akkoord,
daar is het dan ook het soort film voor, maar dit? Deze orkaan aan
speciale effecten, die twee uur lang over het scherm raast als een
hyperactief kind dat zonodig aandacht wilt krijgen? Dit lijkt me
eerder iets om op te dragen aan de vertegenwoordiger in Aspro bruis
die na elke voorstelling gouden zaken doet. Sommers regisseerde
eerder de ‘Mummy’-films, ouderwetse
avonturenverhalen met hedendaagse speciale effecten, die er
doorgaans wel in slaagden om een aangenaam oubollig sfeertje tot
leven te wekken. Maar waar hij in z’n vorige projecten ‘Indiana
Jones’ achterna ging, lijkt hij zich hier eerder in het wereldje
van ‘The League Of Extraordinary
Gentlemen’
te wagen. Een gevaarlijke overstap, inderdaad.

Van Helsing (Hugh Jackman) is een professionele jager op
vampieren, weerwolven en andere monsters, in dienst van een geheime
organisatie binnen het Vaticaan. In naam van God (en ongetwijfeld
ook een beetje in naam van zijn eigen mannelijke behoefte om te
doden en te domineren, Freud schreef er ook al over), reist Van
Helsing de wereld af op zoek naar verschrikkelijke creaturen die
hij aan hun eind kan brengen. Op een dag krijgt hij de opdracht om
naar Transsylvanië te vertrekken (waar anders?), waar graaf Dracula
himself duistere, mysterieuze plannen aan het smeden is (wat
verwacht je ook anders van zo’n kerel?). Met de seuterige
wapenspecialist Carl (David Wenham) in zijn kielzog, en met de hulp
van plaatselijke schone Anna (Kate Beckinsdale) bindt Van Helsing
de strijd aan met Dracula, diens hoeren, het monster van
Frankenstein en een weerwolf – je zou voor minder een zuur gezicht
trekken, en Jackman geeft ons een prachtexemplaar. De permanente
frons waarin zijn smoel zit vastgeroest lijkt een toestand ergens
tussen constipatie en appendicitis te suggereren. Maar hey, mij
hoor je niet klagen, die mens heeft dan ook problemen.

‘Van Helsing’ gaat tamelijk aardig van start met een zwart-wit
sequens waarin we meteen getrakteerd worden op een liefdevolle
homage aan/parodie op de oude horrorfilms uit de jaren 30 en 40:
bliksemschichten overal, een waanzinnige professor die “it’s
alive!”
gilt en zelfs een bediende die zich Igor laat noemen –
wat wil een mens nog meer? Bepaalde shots tijdens deze eerste
scènes refereren rechtstreeks aan de oude Frankensteinfilms van
James Whale en getuigen van een snedigheid, een gevoel voor humor
dat later in de film pijnlijk afwezig zal zijn.

Na die proloog gaat Sommers immers pas écht van start, voor meer
dan twee uur hersenloos gebries en geraas dat absoluut geen punt te
maken heeft en geen doel heeft om naartoe te gaan. De regisseur
maakt hier niet zozeer een film, als wel een serie actiescènes die
vervolgens onzorgvuldig achter elkaar werden gemonteerd – ‘Van
Helsing’ sjeest van climax naar climax, zonder ook maar één keer
stil te blijven staan en achterom te kijken. 131 minuten lang (!)
beukt dit opgezwollen vet varken van een film op je in, tot je je
begint af te vragen wat die Stephen Sommers eigenlijk met z’n
publiek wilt aanvangen. Wilt hij hen entertainen of wilt hij hen
simpelweg platwalsen met de kracht van z’n computergegenereerd
geweld? ‘Van Helsing’ is een film die op je af blijft komen,
ellenlange actiescène na ellenlange actiescène. Net als de
migraine-inducerende soundtrack, krijgen we nergens een rustpunt,
we blijven steeds gebombardeerd worden met nieuwe, vaak groteske
stunts, tot ver voorbij het punt waarop het je nog iets kan
schelen. Dit ding bombastisch noemen, zou een belediging zijn voor
bombastische films: ‘Van Helsing’ voelt aan alsof Sommers de
onvermijdelijke delen twee en drie gelijktijdig in deze éne film
heeft willen verwerken.

Enig gevoel voor set-up is daarbij uiteraard een illusie. In
goeie actiefilms zit minstens de helft van de fun in de manier
waarop naar actiescènes wordt toegewerkt, het gevoel van
anticipatie, de wetenschap dat er elk moment iets kan gebeuren,
maar je weet niet precies wat en je weet niet precies wanneer. In
het geval van ‘Van Helsing’ weet je àltijd wat en wanneer: alles
wat je je maar kunt inbeelden en nu direct. Elke seconde van de
geluidsband wordt gevuld met explosies, brekend glas, krakende
bliksems en gillende heldinnen, net zoals élke scène (maar dan ook
elke), wel ontaardt in een uitgebreide actiesequens. Het publiek
mag geen ogenblik de gelegenheid krijgen om na te denken of op adem
te komen. Dit is geen film, maar een videospelletje waar toevallig
een paar acteurs in verzeild zijn geraakt.

Hugh Jackman is niet slecht als Van Helsing, veronderstel ik,
maar hij zit natuurlijk wel vast in een scenario waar voor een
acteur letterlijk niets te rapen valt – hij kijkt vanonder z’n
wenkbrauwen in de camera alsof hij het ding met statief en al zou
willen opvreten, gromt zijn dialogen zoals hij dat in ‘X-men’ ook al deed en probeert ondertussen
om geen sets omver te lopen. Richard Roxburgh amuseert zich
duidelijk als Dracula, en meet zich een accent aan waar Gary Oldman
voor zou gaan lopen. Sinds Bela Lugosi is er al niet meer zo’n
schmierende vampier te zien geweest. Wees niet verbaasd indien u
dialogen hoort genre: “IIIII vill drrrink your blooood.”
Nuja, niet letterlijk dàt zinnetje, maar dat soort van teksten en
op die manier uitgesproken. Roxburgh weet af en toe wat humor toe
te voegen, maar het blijft een druppel op een hete plaat. Kate
Beckinsdale loopt er ondertussen bij om mooi te wezen en spreekt
ook al met een bijzonder vreemde tongval, maar haar prestatie valt
werkelijk in het niets tegen die van David Wenham, die als komische
sidekick Carl op een zodanig burleske manier om de sympathie van
het publiek lijkt te smeken dat je spontaan zin krijgt om ‘m aan
een weerwolf te voeren.

‘Van Helsing’ is voer voor al wie van een film echt niet meer
verwacht dan een bende door CGI tot leven geroepen figuurtjes die
achter elkaar aan hollen en meer dan twee uur lang zeer veel, en
bijzonder enerverend, lawaai staan te maken. Plot, sfeer,
personageontwikkeling (ha!), structuur of intelligentie hoeft u
hier niet te zoeken. Zeg niet dat u niet gewaarschuwd was.

http://www.vanhelsingmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + twintig =