Hidalgo




Het zijn goeie tijden voor paardenfetisjisten: na ‘Seabiscuit’, ‘Open Range’ en ‘The Missing’, galopperen de biefstukken op
pootjes alweer meer dan twee uur lang over uw scherm in ‘Hidalgo’.
Zou er ergens een verklaring voor te vinden zijn waarom films over
paarden altijd zo lang moeten duren? En wat een nog prangender
vraag is: hoe komt het dat we die beesten over de hele duur van die
ellenlange epossen nooit zien schijten, terwijl ik de paarden die
in Antwerpen van die vreselijke karren vol Japanse toeristen
trekken, niet kan zien of ze laten wel een collectie dampende
vijgen vallen? Vragen, altijd die prangende vragen in het
leven.

Joe Johnston, de man die miraculeus ongehavend uit de fatwa is
gekomen die we over hem hadden uitgesproken na het lamentabele
‘Jumanji’, brengt ons hier een ouderwets, om niet te zeggen
oubollig spektakel dat voornamelijk mensen zal aanspreken die
heimelijk terugverlangen naar de heldenverhalen uit de jaren
vijftig en zestig. Van die films waarvan men zegt: “zo worden ze
niet meer gemaakt”, u kent dat wel: brandende zon, eindeloze
vergezichten, grijnzende schurken en opzwepende muziek tijdens de
finale achtervolgingsscène per paard. ‘Hidalgo’ is zelfs zodanig
retro dat Johnston Omar Sharif van achter z’n bridgetafel heeft
gehaald om hem in een tent te plaatsen die waarschijnlijk nog
overgebleven is van de sets van ‘Lawrence
Of Arabia’
, en hem dialogen te laten snauwen genre: ‘You
bastard son of a jackal!’
Overigens de beste belediging van de
laatste jaren, dat.

Viggo Mortensen probeert de schaduw van ‘The Lord Of The Rings’ van zich af te werpen
door Frank Hopkins te spelen, een half-indiaanse cowboy die na de
slachting bij Wounded Knee (we were aaaall wou-hounded…
inderdaad), fameus in de whisky vliegt en vervolgens dienst neemt
in Buffalo Bill’s Wild West Show. Op een dag wordt hij benaderd
door een afgezant van Arabische sjeik Riyadh (Sharif), met de vraag
of hij en zijn legendarische racepaard Hidalgo willen deelnemen aan
een gevaarlijke wedstrijd door de woestijn. 5000 kilometer zand,
zon en gedehydrateerde huid voor de finish in Damascus. Een normaal
mens zou die afgezant gezegd hebben op te rotten, maar Hopkins
natuurlijk niet, die bastard son of a jackal. Hij springt in
het zadel en zo zijn we vertrokken voor een volstrekt voorspelbaar
avonturenfilmpje dat eigenlijk thuishoort op een lome
zondagnamiddag, ergens op een tv-zender waar ze veel reclame tussen
hun films geven.

‘Hidalgo’ ziet er goed uit, met een knappe fotografie van Shelly
Johnson die hier en daar openlijk refereert aan ‘Lawrence Of Arabia’ en zich niet eens hoeft
te schamen voor die vergelijking. Neem bijvoorbeeld een scène aan
het einde van de film, waarin Hopkins, uitgeput en oververhit als
hij is, een fata morgana ziet. Er wordt overgeschakeld op een ander
kleurenpalet, alles ziet er plotseling afgebleekt uit, en er komt
een bibberige kwaliteit aan het beeld, alsof de hittegolven die van
de grond opstijgen alles wat we zien enigszins vervormen. Dan is de
zinsbegoocheling voorbij en krijgen we weer de gewone kleuren en
het stabielere camerawerk. Ja, ‘tuurlijk is dat een goedkoop
trucje, maar het wérkt wel. Ook leuk is de manier waarop Viggo
Mortensen zijn rol van held invult – met een droog gevoel voor
humor en een grijnzende smoel die lijkt te suggereren dat hij
continu last heeft van zand tussen z’n reet, maar dat eigenlijk ook
wel lekker vindt. Mooi gedaan.

Het probleem met ‘Hidalgo’ ligt echter in het scenario, dat om
geen enkele duidelijke reden 136 ellendige minuten lang aansleept –
had deze film nu anderhalf uur geduurd, dan had het echt nog wel
leuk kunnen zijn, maar waarom moet men ons zo lang lastigvallen met
een verhaaltje waarvan de conclusie zichzelf vanaf het begin
uitwijst? Er wordt een hele nevenplot bijgesleurd rond de dochter
van Omar Sharif, die strikt genomen volkomen overbodig is, maar wél
de gelegenheid biedt tot een scène waarin Viggo Mortensen
gecastreerd dreigt te worden door een kamelenviller met een slecht
gebit. Daar heb je zo al een half uur dat pijnloos verwijderd had
kunnen worden. Scenarist John Fusco, die bastard son of a
jackal,
bespaart ons trouwens geen enkel cliché van het genre:
zo krijgen we een waanzinnig slecht getrukeerde zandstorm, een wolk
sprinkhanen die onze held van z’n sokken blaast, drijfzand en
schurkachtig gnuifelende Arabieren die hardnekkig blijven beweren
dat alles ergens “geschreven staat”. Telkens wanneer één van die
sujetten de woorden “it is written” in de mond nam, kreeg ik
spontaan zin om naar het scherm te schreeuwen: “Sterf dan toch,
you bastard son of Jo Vally! Sterf!” Ten tijde van ‘Lawrence Of Arabia’ was dat zinnetje
misschien nog geen cliché, maar dat is het daarna dan toch
geworden.

Wat ook uitzonderlijk ergerlijk is, is dat de makers van
‘Hidalgo’ schijnbaar geloven dat een paard kan denken. Mortensen
spendeert 75 procent van de film alleen met zijn trouw ros en praat
ertegen zoals hij tegen z’n beste vriend zou doen: ‘Weet je nog,
die race in Wyoming die we deden?’ Néé, meneer Hopkins, dat weet
dat beest niet meer. Het is een paard, namelijk. Helemaal absurd
wordt het wanneer Hidalgo zelf evenwel reageert door op gepaste
tijden te hinniken of te beginnen gelopperen. Af en toe waan je
jezelf in ‘Spirit: Stallion Of The
Cimarron’
. Het wachten was enkel nog op het moment dat
Mortensen en z’n paard samen een liedje zouden gaan zingen.

‘Hidalgo’ is inderdaad cinema zoals dat tegenwoordig eigenlijk
niet meer gemaakt wordt. Laten we dat vooral zo houden. Bij deze
staat het iedereen vrij om mij het hoofd van Joe Johnston en John
Fusco te brengen. De bastard sons of jackals die ze
zijn…

http://hidalgo.movies.go.com/main.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 6 =