Cannibal Corpse :: The Wretched Spawn

Als er al zekerheden in het leven zijn, dan zijn ze meestal toch
omkaderd met een dikke streep aangekoekt bloed. Dat er bij elke
burgeroorlog massagraven ontdekt worden, bijvoorbeeld, of dat er
elke week minstens één fanatieke Palestijn zich aan een of andere
grensovergang door een lading explosieven in brokken lillend vlees
laat verscheuren. Het is met diezelfde aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid dat je door het hack and slash verbond
Cannibal Corpse om de twee jaar een lading oorverpulverende death
metal over je uitgekieperd krijgt. Net zoals zo veel bands in het
genre, zijn deze New Yorkers op een bepaalde manier boven elke vorm
van genadeloze kritiek verheven, gewoon omdat ze al jaren doen waar
ze enorm straf in zijn: het maken van extreme metal, die tekstueel
serieus over de rand van de goede smaak heen dendert. Dat ze
daarbij op hun acht vorige albums en in een tijdsspanne van zo maar
eventjes 14 jaar geen halve centimeter progressie hebben geboekt,
is voor één keer bijzaak: elke toegeving aan subtiliteit in
compositie of tekstuele finesse is voor schreeuwer/bruller George
“Corpsegrinder” Fisher en zijn gevolg uit den boze, omdat het
gewoon niet binnen hun beginselen past.
Ook op ‘The Wretched Spawn’ wordt elke vorm van evolutie in hun
sound als een leproos geweerd. Van seconde 1 slaat de vlam in de
pan en ze wordt slechts geblust als na drie kwartier pandemonium
het afrondende ‘They Deserve To Die’ in een zenuwslopend lange
fade-out doodsreutel aan zijn einde komt. Tussenin de
gebruikelijke ingrediënten: vingervlug gitaar- en basspel,
nauwkeurig hakkende drums en Fisher die gedurende de volledige
speelduur de juiste balans vindt tussen mensonterend geschreeuw en
niets of niemand ontziende death grunts. Perfect uitgevoerd,
en druipend van enthousiasme… en bloed. Met titels als ‘Frantic
Disembowelment’ (blèh!), ‘Blunt Force Castration’ (ai!), ‘Bent
Backwards and Broken’ (ouch!) en ‘Rotten Body Landslide’ (braak!)
schrijft Cannibal Corpse met geronnen lichaamsvocht enkele nieuwe
hoofdstukken in hun grote horrorboek. Niet erg fijngevoelig, maar
wèl uiterst vermakelijk en dodelijk in combinatie met de gedreven
death metal van het vijftal.
Het enige wat je een band als Cannibal Corpse kan aanwrijven, is
dat hun albums bijna allemaal onderling inwisselbaar zijn. Iets wat
ze – zonder concessies te doen – zouden kunnen verhelpen door méér
mid-tempo geweld door de luidsprekers te jagen. De momenten op ‘The
Wretched Spawn’ waar ze het tempo ièts laten zakken – het langzaam
rond zijn scharnieren knarsende titelnummer is zowat het beste wat
ik al van deze jongens heb gehoord – zijn dan ook de sterkste. De
échte fans zal het worst wezen, net als iedereen die geen sikkepit
geeft om variatie en progressie, maar gewoon zijn dagelijkse portie
headbangvoer verlangt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =