Superlux :: Winchester Fanfare

Soundstation,2004
Distrisound

Het is niet al kommer en kwel in de Vurige Stede… Daarom beginnen
we deze bespreking van Superlux, Luiks nieuwe muzikale trots, dus
niet met verwijzingen naar fraude, politieke broedermoord,
parkeermeterschandalen, opeengestapelde vuilniszakken en
gefrustreerde, deuren intrappende voetballers… Het zou immers
onrechtvaardig zijn indien we ook niet even bleven stilstaan bij
‘Winchester Fanfare’, de debuutplaat van Superlux. Superlux, dat
zijn in de eerste plaats Pierre-André Hermans, Michov Gillet
en Nicolas Muselle, drie gereputeerde muzikanten met een voorliefde
voor alles wat enigszins dansbaar is. Op hun eerste volwaardige cd
(eerder verscheen er al een ep) wordt meteen duidelijk welke
richting zij uit willen: uiterst genietbare, dansbare electropop,
met stevige verwijzingen naar de jaren ’80. Wie nu al wil afhaken,
kunnen we meteen geruststellen. Denk nu vooral niet aan het
pretcombo Vive la Fête, want Superlux verhoudt zich tot de
Gentenaars zoals een levensecht topmodel van vlees en bloed zich
verhoudt tot een latex opblaaspop. Superlux begint pas waar de
gimmick van Vive la Fête eindigt: bij de songs. En die zitten stuk
voor stuk knap in elkaar. Hier werd niet willekeurig met allerhande
apparatuur gespeeld, op zoek naar geluidjes en bliepjes die het
best de synthpop van de ’80’s evoceert, nee, hier staat alles ten
dienste van de songs, en alles wijst erop dat die nog gecomponeerd
werden op goeie ouwe, ambachtelijke wijze. Achtereenvolgens horen
we echo’s van de vroege Simple Minds, van Visage, van Danse Society
en andere vergane glorieën, en zonder dat het stoort. Integendeel,
dit plaatje is veel meer dan een muziekquizje. Want Superlux, dat
zijn in de tweede plaats jazz-muzikanten Stéphane Orban en
Joseph Di Salvo én zangeres Elena Chane. Terwijl Hermans, Gillet en
Muselle een lekker basisgerecht vervaardigen, volgens de regels van
de kookkunst, komen de drie gasten de saus kruiden en verlenen ze
de muziek extra pigment. Naarmate de cd vordert, wordt hun inbreng
trouwens groter. Slim bekeken ook, van onze vrienden. Bij het begin
van de plaat zit je rustig knikkebollend naar de muziek te
luisteren, naar het einde toe gaan alle meubelen aan de kant en sta
je lekker mee te shaken. De enige track waar ik het in het
begin een beetje moeilijk mee had was de cover van ‘Fade to Grey’,
van Visage. Op sommige eigen nummers doen de jongens hun best toch
een beetje te klinken zoals Steve Strange en co, maar uitgerekend
op deze cover proberen ze het tegenovergestelde te bereiken. Om
kort te gaan: ons land is weer maar eens een zeer interessant en
plezant groepje rijker. Nu maar hopen dat enkele concert- of
festivalorganisatoren even aan onze Luikse vrienden willen denken
wanneer er nog ergens een gaatje dient opgevuld te worden op een
affiche. Afgaande op de euforische berichten in de Waalse pers zijn
ze live immers nòg beter dan op plaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 5 =