Deicide :: Scars of the Crucifix

Het verwijderen van het spijsverteringsstelsel zonder verdoving,
het tergend traag aanbrengen van een in salpeterzuur gedrenkte
Prins Albert, het met een breinaald doorboren van de
trommelvliezen: ik noem maar een paar martelingen die in het niets
vervallen bij wat onze poezelige doch stevig getrainde oortjes anno
1990 te verduren kregen bij een eerste beluistering van het debuut
van Deicide, een onheilige death metal congregatie uit Florida die
onder leiding van heiligschenner Glen Benton genadeloos uitviel
naar iedereen die ook maar een beetje slaafs de Here der
Heerscharen achternaliep. Het was de toen nog jonge snaak menens,
wat hij duidelijk maakte door bij wijze van ochtendritueel een
omgekeerde crucifix in zijn voorhoofd te branden en de voorspelling
te uiten dat hij op z’n drieëndertigste op gruwelijke wijze
zelfmoord zou plegen.
Dat laatste moet poeha geweest zijn, want Benton staat er nog
steeds, zelfs al is zijn aangekondigde sterfdatum ondertussen met
een paar jaar overschreden.
Veel is er toch niet veranderd: het is nog altijd geen koek en ei
tussen Benton en het kindeke Jezus, tenminste als we de
blasfemische teksten en songtitels van ‘Mad At God’, ‘Fuck Your
God’ en ‘Go Now Your Lord Is Dead’ van naderbij bekijken – verstaan
doe je ze toch niet. Niet meteen een geschikt paascadeau voor
mensen die graag hun tijd doorbrengen op de eerste rij van de kerk,
dat spreekt voor zich.
‘Scars of the Crucifix’ is het eerste Deicide album dat wordt
uitgebracht op Earache, een ontwikkeling die de band blijkbaar tot
grootsere daden heeft geïnspireerd. Van het viertal dat op
voorganger ‘In Torment, In Hell’ een beetje vertwijfeld worstelde
met de beperkingen van zijn sound, is op deze laatste nauwelijks
sprake. Op ‘Scars of the Crucifix’ wordt er namelijk van de
scheurende riff van het titelnummer tot de laatste, 26ste minuut
meedogenloos op de trommelvliezen ingehamerd. De verterende
blaststukken en de zieke solo’s van de broertjes Hoffman dringen
door tot de zevende laag van de hel, de productie knalt als nooit
tevoren en Benton rochelt/krijst alsof een ontmoeting met de
Gehoefde zelve het volgende punt op zijn agenda is. Tijd om na te
denken krijgt u al helemaal niet: de stiltes tussen de nummers zijn
tot een minimum beperkt, wat van elke beluistering van deze plaat
een ware hellentocht maakt. Dat mag zich dan wel lenen tot een
potje ongeremd headbangen, het legt meteen ook de zwakheden bloot
waaraan Deicide al van sinds hun beginperiode onderworpen lijkt:
door de snelle opeenvolging van in hyperspeed gedrumde ritmes en
forse riffs gaan de nummers onderling wel héél snel op elkaar
lijken. Laat dit echter detailkritiek wezen: subtiliteit in
compositie en uitvoering zal wel het laatste zijn waar Benton en
zijn bondgenoten in het Kwade zich mee willen bezighouden als ze
hun nummers in het repetitielokaal klaarstomen. En de rechtgeaarde
death metal fan maakt het al helemaal geen ene moer uit. Onthoud
vooral dat ‘Scars of the Crucifix’ op een ultrakorte maar krachtige
manier de mindere platen van dit viertal goedmaakt en qua
adrenalinegehalte netjes zijn positie inneemt tussen
genreklassiekers als ‘Deicide’ en ‘Legion’ (volgens officiële
cijfers nog steeds het best verkochte death metal album ooit). En
da’s al stukken meer dan we verwacht hadden.
Verscheuren, die paashaas!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zes =