Big Fish




Er zit een opmerkelijk shot in Tim Burtons ‘Big Fish’, waarin
onze held, Ed Bloom (Ewan McGregor), voor het eerst de vrouw van
zijn dromen ziet. Plots staat de tijd letterlijk stil – we bevinden
ons in een circustent en het publiek blijft roerloos zitten,
hoepels bewegen niet meer, dieren hangen midden in hun val in de
lucht en zelfs een omvergestoten beker popcorn blijft roerloos
hangen. Een kenmerkend shot voor Burton, niet enkel omdat hij nu
eenmaal vanaf het begin van zijn carrière een uitzonderlijke
visuele stilist is geweest, maar vooral om wàt er precies in
gebeurt: de tijd staat even stil om het hoofdpersonage een kans te
geven goed te kijken naar de persoon die hem interesseert. Eerdere
personages uit Burtonfilms wilden enkel hetzelfde: dat iemand de
moeite deed om naar hen te kijken, om echt aandacht aan hen te
besteden buiten het oppervlakkige. Meer wilde Edward Scissorhands
niet. Ed Wood had ook geen andere ambitie dan door iedereen goed en
aardig gevonden te worden. Zelfs Ichabod Crane uit ‘Sleepy Hollow’
had dat gevoel van eenzame tragiek over zich, zij het dan in
mindere mate. De personages uit Burtons films willen aandacht, ze
willen dat er iemand écht naar hen kijkt. Of, zoals in ‘Big Fish’,
dat er iemand naar hen luistert.

Ed Bloom is een rasechte verhalenverteller op leeftijd – één van
die mensen die schijnbaar een onuitputtelijke voorraad wonderlijke
avonturen heeft meegemaakt, allemaal waargebeurd, allemaal even
opmerkelijk, maar ondertussen heb je hem nooit ergens anders
geweten dan precies waar hij nu is. Eds zoon Will (Billy Crudup),
heeft nooit iets anders gekend dan dat zijn vader hem
ongeloofwaardige, zij het o zo charmante anekdotes vertelde uit een
verleden dat waarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden. Terwijl
anderen geamuseerd waren door Eds fantasie, kreeg Will steeds meer
het gevoel dat zijn eigen vader een vreemde voor hem bleef.

Nu ligt Ed echter op sterven en Will keert, plichtbewust, naar
huis terug om bij hem te zijn. Na al die jaren wil hij eindelijk de
waarheid weten over Eds leven, hoe banaal die dan ook mag zijn. Het
enige antwoord dat hij krijgt, is evenwel een reprise van Eds
grootste hits, en voor de zoveelste keer krijgt Will het verhaal te
horen over de reus die hij leerde kennen, over zijn vrienden bij
het circus, over de bankrover die later miljonair werd en over die
keer dat hij een enorme vis ving met zijn trouwring als aas.

Het treurige aan elke verteller is dat op een bepaald moment het
verhaal uit is en hij weer terug moet keren naar de realiteit. En
wat blijft er hem nog over als die werkelijkheid het niet kan halen
bij z’n fantasie? Het treurige aan ‘Big Fish’ is dat het een film
is die twee uur lang bezig is om precies dat onderwerp te
benaderen, om er onverhoeds op af te sluipen, maar dat Burton er
uiteindelijk toch niet geraakt.

Bloom (als oudere man gespeeld door Albert Finney), is een
fantast, die z’n verhalen al zo lang vertelt dat hij ze zelf is
gaan geloven. Zo heeft hij z’n zoon Will altijd een kleurrijke
versie opgehangen van de gebeurtenissen rond diens geboorte, maar
Will hoort op een bepaald moment in de film de waarheid, van de
dokter die zijn vader verzorgt. De manier waarop Will werd geboren
was doodordinair, er valt niets over te vertellen. ‘Welke versie
van het verhaal zou jij zelf verkiezen?,’ vraagt de arts. De
boeiende fantasie of de saaie realiteit?

Twee uur lang voel je dat dit een thema is in ‘Big Fish’ dat
worstelt om naar de oppervlakte te komen en een duidelijke vorm aan
te nemen: de reden waarom iemand zichzelf vaak verliest in sterke
verhalen (zoals Ed duidelijk doet), is omdat de werkelijkheid niet
volstaat. Ed beschouwt zichzelf als een veel te grote vis in een
veel te kleine vijver en als die vijver niet uit zichzelf groter
wil worden, dan zal hij wel een handje helpen. Heel mooi allemaal,
maar die gedachte wordt slechts zeer lichtjes aangeraakt in de
film, alsof Burton bang is om er verder op in te gaan. Dat wil niet
zeggen dat ‘Big Fish’ een slechte film is – verre van. Maar hij is
wel oppervlakkig en dat had niet gehoeven.

Als rasechte Burtonfilm (na het onpersoonlijke ‘Planet Of The Apes’), krijgen we hier
evenwel een aantal fantastische scènes. De lange flash backs naar
de jonge jaren van Ed, bevatten de éne typisch Burtoneske vondst na
de andere. We krijgen reuzen, charlataneske circusbazen, de ware
liefde die zich haast met trompetgeschal aankondigt, een Siamese
tweeling die elkaar niet kan uitstaan en steeds opnieuw, zeer grote
vissen die op tijd en stond voorbij komen. Burton weet weer zijn
eigen wereldje tot leven te wekken, dat invloeden meedraagt van
films als ‘The Wizard Of Oz’, maar
toch helemaal op zichzelf staat. Hier en daar gaan er stemmen op
die suggereren dat de regisseur te vaak hetzelfde doet – net als in
‘Edward Scissorhands’ krijgen we ook hier weer diezelfde surreële
wereld van witte hekjes en mensen uit de voorstad die op het eerste
zicht normaal lijken, maar toch elk een tik van de molen hebben
grekegen. Het is waar, veronderstel ik: Burton heeft ons hier al
eerder kennis mee laten maken, maar het blijft wel zijn eigen
filmuniversum, niet te verwarren met dat van iemand anders.

‘Big Fish’ bevat overigens een aantal adembenemende shots: de
tijd die stilstaat, onder andere, maar ook Ewan McGregor in een
veld vol narcissen, of zijn wagen die zich plots onder water
bevindt. Op die momenten zijn we getuige van één van de mooiste
dingen die een film kan bereiken: een gevoel van zuivere
verwondering.

De scènes met de jonge Ed zijn zó levendig, zó fantasierijk en
amusant, dat de sequensen met de oudere Ed in vergelijking daarmee,
nogal bleek uitvallen. Het tempo gaat plots lager liggen en telkens
wanneer we Finney’s gezicht zien – ook al acteert hij nog zo goed –
beginnen we onwillekeurig af te tellen naar het moment waarop hij
weer zal beginnen vertellen over vroeger. Zoals gezegd: de fantasie
is boeiender dan de werkelijkheid.

Zolang de flash-backs aan de gang zijn, is ‘Big Fish’ hoe dan
ook een geweldige film, die knettert van de fantasie en de
eenvoudige vreugde die Burton schijnbaar voelt om te mógen filmen.
De humor werkt en de acteurs zijn uitstekend, met een Ewan McGregor
die voor het eerst een geloofwaardig Amerikaans accent opzet, maar
bovenal met een showstelende Helena Bonham-Carter (hou haar in het
oog). ‘Big Fish’ had een meesterwerk kunnen zijn, indien de
regisseur eenvoudigweg het échte onderwerp van z’n film onder ogen
had willen zien en er een reële resolutie aan had willen geven.
Zoals het is, krijgen we hier een film die bij vlagen briljant is
en de hele tijd boeiend en charmant. Daar verdien je ook punten
voor.

http://www.sonypictures.com/movies/bigfish/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + tien =